De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Chiliastisch vuur achter de Jodenzending

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Chiliastisch vuur achter de Jodenzending

Parallellen tussen het Nederlandse en Schotse Reveil

8 minuten leestijd

Waarom raakte het negentiende-eeuwse Reveil zo gefascineerd door Israël? Achter de vernieuwingsbeweging schuilde een brandend verlangen om de tekenen der tijden te verstaan, gevoed door politieke onrust en herleefde aandacht voor Bijbelse profetie.

Het Reveil is de benaming van de belangrijkste christelijke vernieuwingsbeweging in de negentiende eeuw en omvat zowel Europa als Noord-Amerika. De Oostenrijkse kerkhistoricus Ulrich Gäbler ziet het gemeenschappelijke karakter van de beweging “als antwoord op de verlichting met haar gevolgen voor kerk en maatschappij”.

Als belangrijk kenmerk van deze stroming noemt Gäbler het profetisch motief. De onrustige gebeurtenissen rond de Franse Revolutie en de ingrijpende politieke, maatschappelijke en religieuze gevolgen daarvan leidden tot een hernieuwde interesse in de Bijbelse Apocalyps. Veel mensen raakten ervan overtuigd dat het Rijk van God nabij was. Chiliastische verwachtingen bloeiden op en namen vooral twee vormen aan: een pre-chiliastisch en een post-chiliastisch concept.

Het eerste concept keek heel pessimistisch naar de toekomst van de kerk. De komende oordelen over de wereld moesten de ware gelovigen voorbereiden op de wederkomst van Christus. Grootschalige opwekking vóór die wederkomst werd dan ook niet verwacht. Pas na Christus’ terugkeer zou Israël tot bekering komen en zou een duizendjarig vrederijk aanbreken onder een persoonlijke regering van Christus op aarde. De post-chiliasten verwachtten een duizendjarig vrederijk vóór de komst van Christus. De bekering van Israël zou dan plaatsvinden vóór het millennium.

Pionier

Een belangrijke verdediger van de pre-chiliastische visie die in Engeland en Schotland veel invloed had, was de Schotse predikant Edward Irving (1792-1834). In zijn tijd was hij een pionier op het gebied van de studie van onvervulde Bijbelse profetieën. De hernieuwde aandacht voor deze verwachting kwam eerst in Engeland tot bloei en sloeg van daaruit over naar Schotland. Vooral Irvings lezingen in Edinburgh over de toekomst van Israël maakten diepe indruk. Zijn pre-chiliastische overtuiging vond in Schotland navolging, onder anderen bij de broers Andrew (1810-1892) en Horatius Bonar (1808-1889). In de visie van Irving neemt de wederkomst van Christus en de bekering van Israël een centrale plaats in. Irving vertaalde een boek van de bekeerde Jood Juan J. Ben-Ezra en voorzag het van een inleiding van tweehonderd bladzijden. Dit werk, T he Coming of Messiah in Glory and Majesty (1827), kreeg in Reveilkringen veel aandacht. Ook in Nederland.

Herstel

Niet alleen in Schotland was er aandacht voor de positie en toekomst van het Joodse volk. Historicus Maria Kluit noemt Israël zelfs “het knooppunt van het internationale Reveil”. Ze beschrijft hoe de Geneefse Reveilman Louis Gaussen (1790-1863) op 12 maart 1843 een rede hield getiteld ‘De Joden eindelijk het Evangelie verkondigd en zij werden hersteld’, waarin hij liet zien hoe in zijn eeuw de houding tegenover het Joodse volk in verschillende Europese landen positief was veranderd. Volgens Gaussen kon het herstel van de Joodse natie dan ook niet meer ver weg zijn.

Volgens Kluit speelde het Frans-Zwitserse stadje Neuchâtel “een belangrijke rol in het werk voor Israël”. Zij doelt daarbij vooral op de uit die plaats afkomstige Abraham François Pétavel (1791-1870). Hij onderscheidde zich niet alleen door een intense liefde voor het Joodse volk, maar gaf hieraan inhoud door daden van liefde. Zo bezocht hij samen met zijn zonen tal van synagogen in Zwitserland, in Noord- en Zuid-Frankrijk, in Engeland en in Amsterdam. Er werd naar hem geluisterd, want het gesprek geschiedde “vanuit een eerbiedig, liefdevol hart”. Binnen de Reveilbeweging had hij grote invloed om met liefde en verve de evangelisatie onder Joden op te pakken. “Het herstel van een herboren Israël was voor Pétavel geen eschatologisch visioen, maar een werkelijke gebeurtenis in de tijd. Het ging hem niet zozeer om de enkele Jood, maar om de Joodse gemeenschap. De synagogen in hun geheel moesten in kennis worden gesteld van de redding, van het behoud en van het heil in Christus”, aldus Kluit.

Bidstonden

Ook de Nederlandse Reveilman Abraham Capadose (1795-1874) werd door Pétavel geïnspireerd. Deze Messiasbelijdende Jood wees in Reveilkringen op de noodzaak van zending onder Israël. Hij deed dit samen met Isaäc da Costa (1798-1860), eveneens een Messiasbelijdende Jood. In eerste instantie werd Amsterdam uitgekozen als centrum voor de zendingsactiviteiten. Daar woonde 90 procent van de populatie van ruim 20.000 Joden in Nederland.

Op initiatief van Capadose werd in 1834 een kring in de hoofdstad in het leven geroepen om voor de bekering van de Joden te bidden. De Zwitserse Reveilman Pétavel had hem hiertoe aangespoord. Hij had Capadose al in 1831 voorgesteld om op een bepaald uur in de week voor de bekering van Israël te bidden. In een gezelschap in Scherpenzeel dat Capadose toen leidde, werd de woensdagmorgen van 11 tot 12 uur hiervoor besteed. De genoemde gebedskring in Amsterdam werd gevolgd door een soortgelijke kring in Den Haag. De kringen werden in particuliere huizen gehouden. De belangstelling hiervoor viel Capadose tegen.

Behalve door zijn ontmoetingen met Pévatel in Zwitserland werd Capadose ook door contacten in Schotland aangespoord om in Nederland met openbare bidstonden te beginnen. Toen hij in 1846 van zijn reis naar Schotland terugkwam, begon hij samen met Da Costa in Amsterdam samenkomsten te houden. Tot dan toe werden de bidstonden alleen in particuliere huizen gehouden. In een geschrift dat hij in 1847 liet drukken, lezen we: “Mijn ondervindingen in Schotland van hetgeen christelijke ijver en liefde met onverzettelijk geloofsvertrouwen op de beloften van God vermogen, hadden in mij dat verlangen vermeerderd en aangevuurd.”

Boedapest

In Schotland waren al enkele jaren vóór Capadoses bezoek pogingen gaande om de zending onder de Joden van de grond te krijgen. In 1838 was door de General Assembly een commissie, Committee for the Conversion of the Jews of the Church of Scotland, benoemd die zich concreet met de bekering van Israël moest bezighouden. Deze commissie initieerde een oriëntatiereis van vier predikanten naar Palestina. Onder hen was de onder ons bekende Robert Murray McCheyne (1813-1843). Het verslag van twee van hen, dr. Alexander Keith (1790-1880) en dr. Alexander Black (1789-1864) – die in 1839 op de terugreis Boedapest aandeden – kwam op de vergadering van de Schotse kerk in 1840 aan de orde. Vanwege de grote Joodse gemeenschap in Hongarije werd besloten om in Boedapest een zendingspost te stichten. Dr. John Duncan (1796-1870) nam deze taak op zich. Zijn bediening en die van zijn opvolgers was tot grote zegen.

Na Hongarije vestigde de aandacht van de Schotse commissie zich op Nederland. In oktober 1849 begon dr. Carl Schwartz (1817-1870) in 1849 zijn werk in Amsterdam, op voorstel van de Schotse Free Church. Schwartz had Joodse wortels en was afkomstig uit het Pruisische deel van Polen. Tijdens zijn studietijd in Berlijn kwam hij tot bekering. In 1837 deed hij belijdenis van zijn geloof in Jezus Christus en werd hij gedoopt in de Pruisische Lutherse Kerk.

Schwartz, die ook in Boedapest zending had bedreven, werd door Capadose en Da Costa hartelijk verwelkomd. Voor hen was de komst van Schwartz een verhoring van hun gebeden. Na enkele jaren van prediking in tijdelijke onderkomens werd in september 1854 de Schotse zendingskerk aan de Amstel geopend. Deze deed ook dienst als theolo gisch seminarie, waar Schwartz en Da Costa lesgaven. Helaas bleek het zendingswerk onder de Joden in Amsterdam geen succes te zijn. Na het vertrek van Schwartz naar Londen in 1864, trok de Schotse kerk zich van het zendingswerk in Nederland terug. De Nederlandse tak van de Jodenzending zette het werk voort.

Profetisch perspectief

Da Costa, Schwartz, en vooral de Schotten, plaatsten de zending onder de Joden in profetisch perspectief. Door beïnvloeding van de Schotse Edward Irving hingen zij de pre-chiliastische visie aan. Dit kwam tot uitdrukking in artikelen in periodieken als De Heraut, maar vooral in de publicaties van Da Costa.

Zo schreef Da Costa in 1855 zijn Vijfentwintig stellingen over de nationale wederoprichting van Israël en de wederkomst van de Heere Jezus Christus in heerlijkheid. Deze stellingen werden aangeboden aan de Evangelische Alliantie die in 1855 in Parijs bijeenkwam. Veel vertegenwoordigers van het Europese Reveil waren daar aanwezig. De meesten van hen waren ook pre-chiliasten. De visie van Da Costa, die zelf niet aanwezig was, sloot bij hen aan.

Dit gold ook voor de studie van de Zwitserse Reveilman Émile Guers (1794-1882): Israëls toekomst en herstel benevens een schets van het Duizendjarig Rijk (1875). Deze werd uitgegeven door de Evangelische Alliantie en kwam in verschillende vertaalde edities op de markt. De Nederlandse vertaling verscheen in januari 1863, met een aanbevelend woord van Schwartz. Hoewel Schwartz afstand nam van de mening van Guers over het duizendjarig vrederijk, stemde hij duidelijk in met de pre-chiliastische visie van de schrijver. Hij wees met hem de zogenoemde vervangingsleer af dat de kerk in de plaats van Israël is gekomen.

Nationale bekering

De liefde voor Israël en de daaruit voortvloeiende christelijke zending was een integraal onderdeel van de internationale Reveilbeweging in de negentiende eeuw. We moeten deze beweging plaatsen in het kader van nieuwe eschatologische inzichten met betrekking tot de toekomst van het Joodse volk. Hierbij gaat het vooral over de letterlijke vervulling van de Bijbelse profetieën over de terugkeer van het Joodse volk naar hun eigen land en een nationale bekering tot het christelijk geloof. Over de duur van het hierop volgende vrederijk liepen de meningen uiteen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 januari 2026

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Chiliastisch vuur achter de Jodenzending

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 januari 2026

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's