Tollenaar wordt evangelist
Jezus’ prediking volgens Mattheüs
Het gaat over een opvallende getuige van de Heere Jezus Christus. Hij is tollenaar van beroep, maar op een dag wordt hij geroepen tot discipel en later tot apostel. En hij wordt de schrijver van het eerste Evangelie van het Nieuwe Testament. Zijn naam luidt: Mattheüs.
De dingen verlopen bijzonder in Mattheüs’ leven. In het gelijknamige Evangelie draagt hij de naam Mattheüs, terwijl hij in het Markusevangelie Levi, de zoon van Alfeüs, wordt genoemd (Mark. 2:14) en in het Lukasevangelie kortweg: Levi (Luk. 5:27). De meeste uitleggers veronderstellen dat de belastinginner de samengestelde naam Mattheüs Levi heeft of twee verschillende namen. In elk geval gaat het in beide namen om dezelfde persoon.
In dienst van de Romeinse overheid is hij tollenaar, waardoor hij niet goed bekendstaat bij zijn landgenoten. Zulke belastingambtenaren hebben de naam dat ze graag iets opstrijken om zichzelf te verrijken. Maar op een dag verandert zijn leven plotseling door Jezus’ stem die hem roept: “Volg Mij” (Matth. 9:9). Vanaf dat moment wordt hij een discipel van Jezus en hoort hij bij de kring van de twaalf. De roeping van alle discipelen is genade, maar bij Mattheüs gaat het om een dubbele genade. God heeft een plan met deze ex-tollenaar, want behalve apostel zal hij ook schrijver van het eerste Evangelie worden. Wonderlijk kan het dus gaan. De pen die valse kasboeken bijhoudt, krijgt een andere bestemming: het vastleggen van het grootste nieuws dat ooit is verteld.
Ooggetuige en schrijver
Hoe is Mattheüs tot het opstellen van zijn Evangelie gekomen? Allereerst geloven we dat de Heilige Geest hem leidt, zodat zijn beschrijving van Jezus’ woorden en daden een betrouwbaar verslag is van wat de Heere heeft gezegd en gedaan. Het begint ermee dat Mattheüs getuige is van Jezus’ openbare optreden. Hij hoort Zijn woorden, ziet Zijn wonderen en maakt ook mee hoe Jezus moet lijden en sterven, waarna hij Hem ontmoet als de opgestane Heere. Apostelen zijn ooggetuigen. Mattheüs hoort vervolgens bij de kring die Jezus’ woorden en werken mondeling overlevert. Daarna doordenkt hij Jezus’ optreden in het licht van het Oude Testament en Gods beloften. Zo komt Mattheüs tot de boodschap die hij op zijn eigen manier in zijn Evangelie verwoordt. Het is het Evangelie van Jezus, de lang beloofde Messias. Hij is de Zoon des mensen, de Zoon van David en de Zoon van God. Als God en mens brengt Hij verlossing. De laatste schakel is dat Mattheüs zijn verslag op schrift stelt, waarbij hij vooral gebruikmaakt van het Markusevangelie als bron.
Het getuigenis van de Vroege Kerk, zoals dat van kerkvader Ireneüs (rond 175), dateert het Mattheüsevangelie voor de verwoesting van Jeruzalem in het jaar 70. Modern onderzoek noemt vaak een later tijdstip, dus na de verwoesting van de stad en de tempel, omdat het Jezus de mogelijkheid ontzegt om profetisch te voorspellen (zie Mattheüs 24). Maar dat is anders als we Jezus zien als de Zoon van God, Die ook de grote Profeet is.
Eerste Evangelie
Het Mattheüsevangelie staat vooraan in het Nieuwe Testament. Waarschijnlijk is dat gebeurd omdat het een brugfunctie vervult naar het Oude Testament. Van de evangelisten verwijst met name Mattheüs naar het Oude Testament via directe citaten, verwijzingen en zinspelingen. In die zin is dit het meest Joodse Evangelie. Alleen al in de eerste twee hoofdstukken, waarin de evangelist over de geboorte en kinderjaren van de Heere Jezus schrijft, verwijst hij verschillende keren naar
het Oude Testament. Dit heeft natuurlijk te maken met het Joodse lezerspubliek voor wie zijn evangelie allereerst is bestemd. Hij wil laten zien dat Jezus de beloofde Messias is. God is trouw aan wat Hij Abraham en David heeft beloofd door Zijn Zoon op de bestemde tijd te geven, aldus het geslachtsregister waarmee het Evangelie begint (1:1-17).
Joodse lezers
Waar kunnen we de lezers van het Mattheüsevangelie vinden? Een goede mogelijkheid is het Syrische Antiochië, de plaats in het boek Handelingen waar de gelovigen voor het eerst christenen worden genoemd en waar zowel een Joods-christelijke als een heidens-christelijke gemeenschap aanwezig is. Mattheüs heeft zijn boodschap allereerst opgeschreven voor een Joods lezerspubliek. We zien dit al direct aan het begin van het Evangelie, waar hij laat zien dat God Zijn eeuwenoude belofte aan Israël heeft vervuld (1:1). Een hoofdstuk later komen de oosterse wijzen in Jeruzalem met de vraag: “Waar is de Koning van de Joden die geboren is?” (2:2). Bovendien komen bij Mattheüs allerlei Joodse gebruiken en tradities aan de orde die als bekend worden verondersteld, zoals het eten met gewassen handen (15:1-2). Mattheüs verkondigt dat Jezus’ komst de vervulling is van de hoop van Israël. Hij richt zich tot Joden die nog niet tot geloof zijn gekomen. Zij worden gewaarschuwd voor ongeloof en ondergang, want na de ontmoeting met de Romeinse hoofdman in Kapernaüm zegt Jezus dat gelovigen uit oost en west zullen komen, terwijl de kinderen van het Koninkrijk worden buitengeworpen (8:10-12).
Het Mattheüsevangelie is dan ook een appel en een uitnodiging om tot Jezus als de langverwachte Messias te komen. Het bekendste woord uit het Evangelie is ongetwijfeld de uitnodiging aan vermoeiden en belasten om de echte rust bij Hem te zoeken en te vinden (11:28). Mattheüs richt zich tegelijk tot een nieuwe gemeenschap van Jodenchristenen. Zijn Evangelie is geschreven om hen in het geloof te versterken en hen weerbaar te maken tegenover het verzet van hun Joodse landgenoten en van heidenen.
Heidense lezers
Mattheüs heeft zijn Evangelie ook geschreven voor een heidens lezerspubliek, dat deelt in de wereldwijde belofte van redding. De vermelding van Abraham (1:1) heeft een dubbele lading, want de aartsvader is niet alleen de vader van Israël, maar ook van álle gelovigen. Het Evangelie geeft voorbeelden van gelovige heidenen, zoals de eerdergenoemde Romeinse hoofdman, die aanklopt bij Jezus voor de genezing van zijn knecht, of de hoofdman bij het kruis, die belijdt: “Werkelijk, Dit was Gods Zoon” (Matth. 27:54). Verder kunnen we denken aan het zendingsbevel waarmee Mattheüs zijn Evangelie afsluit en dat de hele wereld in beeld brengt: “Ga dan heen, onderwijs al de volken …” (28:19). De evangelist heeft dus een gemeente van gelovige Joden en heidenen op het oog, maar ook een lezerspubliek van niet-gelovigen.
Indeling
Mattheüs’ doordenking van Jezus’ optreden komt duidelijk naar voren als we de globale indeling van het Evangelie bekijken. Het gaat om zes vertellingen en vijf toespraken. De zes vertellingen gaan over Jezus’ leven en werk vanaf Zijn geboorte tot en met Zijn lijden, dood en opstanding. De vijf toespraken zijn gericht op Jezus’ discipelen en soms ook op de scharen. Aan het einde van elke toespraak staat eenzelfde soort afsluiting: “Toen Jezus (deze woorden) had geëindigd”, waarna een nieuw vertellend gedeelte volgt. Het gaat dus om een afwisseling van Jezus’ woorden en daden. Wat is het doel van deze structuur? Op zijn eigen manier verkondigt Mattheüs de Heere Jezus als de Messias. Zijn daden roepen de lezers op om Hem te volgen, terwijl Zijn woorden gehoorzaamheid vragen. Zo had de evangelist dat zelf meegemaakt, toen hij op een dag het “Volg Mij” hoorde. Het gaat dus om gehoorzaamheid en navolging, om het geloof in Hem en het gaan van de weg die Hij wijst. Jezus’ weg van vernedering naar verhoging is de route waarop ook Zijn discipelen worden geroepen.
Toepassing
In deze periode van het kerkelijk jaar, waarin we stilstaan bij Jezus’ weg op aarde, zal zeker weer uit het Mattheüsevangelie worden gepreekt. Met welk doel? Het eerste boek van het Nieuwe Testament wil onze verwondering wekken door het volle licht te laten vallen op Gods plan. Door te wijzen op de vervulling van Zijn beloften in de persoon en het werk van Jezus, de Christus, de Redder van Jood en heiden. Het gaat om Gods wereldwijde verlossingswerk. De betekenis gaat nog verder, want dit Evangelie wil ons persoonlijk brengen tot geloof in Hem en tot een leven met Hem. Tegelijk wil het gelovigen versterken in de geestelijke verbondenheid met Hem en met alle andere christenen. Aan het einde van het Evangelie valt het licht op een ander belangrijk doel: “alles wat Ik u geboden heb, in acht te nemen” (28:19). Via deze gehoorzaamheid aan Christus krijgt God de eer en is Zijn volk een licht en een zout in deze wereld. Daarom hebben ook wij het Mattheüsevangelie gekregen. Laten we de blijde boodschap van deze bekeerde tollenaar ter harte nemen!
Serie
Dit is een drieluik over Jezus’ prediking volgens de evangelist Mattheüs. Volgende week deel 2: ‘Gods Koninkrijk breekt baan’.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 19 januari 2026
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 19 januari 2026
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's