De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Blijde boodschap en wettelijke waarden

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Blijde boodschap en wettelijke waarden

Christelijk onderwijs in een seculariserende omgeving

8 minuten leestijd

Wat gebeurt er wanneer geloof en democratische waarden met elkaar botsen in het klaslokaal? In september berichtte actualiteitenprogramma Nieuwsuur dat dit regelmatig zou gebeuren in het reformatorisch en islamitisch onderwijs. Religieuze overtuigingen zouden wringen met waarden als gelijkheid en verdraagzaamheid. Die conclusie roept vragen op: Wat verlangt de wet precies van scholen? En is een christelijke belijdenis werkelijk onverenigbaar met democratische waarden?

Het verplichte burgerschapsonderwijs is in 2006 ingevoerd. Deze wet was echter erg open geformuleerd. Daarom wilde de wetgever de zogeheten burgerschapsopdracht verduidelijken voor scholen in het basisonderwijs en voortgezet onderwijs. Sinds het schooljaar 2021-2022 hebben scholen in Nederland de wettelijke opdracht om respect voor en kennis van de basiswaarden van de democratische rechtsstaat bij te brengen. Hoewel de nieuwe wet volgens de regering geen nieuwe basiswaarden creëerde, was deze wel veel concreter en daardoor nam het gewicht ervan toe.

Merkwaardig gebeuren

Het is goed om te bedenken dat het in Nederland helemaal niet vanzelfsprekend is dat de overheid basiswaarden voorschrijft in het onderwijs. Integendeel, voor 2021 deed de overheid dat bewust niet. Anders dan in Frankrijk worden de inhoud en inrichting van het onderwijs in ons land zo veel mogelijk aan burgers zelf overgelaten. Het wettelijk vastleggen van een Nederlandse variant van de leus ‘vrijheid, gelijkheid, broederschap’ was daarom best een merkwaardig gebeuren.

Van verschillende kanten werd gewezen op de risico’s van door de staat voorgeschreven kernwaarden. Hoogleraar Gert Biesta, een vooraanstaand pedagoog en lid van de Onderwijsraad, gaf aan dat de nadruk op basiswaarden ertoe kan leiden dat leerlingen meer de mening van de staat kopiëren dan dat zij zelf leren nadenken en op verantwoorde wijze leren om te gaan met andersdenkenden. Een soort politieke indoctrinatie dus. Het kan ook de polarisatie versterken tussen de ‘wij’ die op de goede manier denken en de ‘zij’ die niet deugen.

Waarden en waardigheid

Met de nieuwe burgerschapsopdracht wilde de wetgever een gemeenschappelijke basis leggen om het stabiele voortbestaan van onze samenleving te bevorderen. Basiswaarden van de democratische rechtsstaat zijn een gemeenschappelijk ankerpunt en een verbindende factor in een veelkleurige en soms ook gepolariseerde samenleving. Al die verschillende mensen moeten het in ons land toch met elkaar zien te redden. Ze mogen elkaar in ieder geval niet de hersens inslaan bij meningsverschillen en het liefst zouden ze ook nog iets positiefs voor elkaar moeten betekenen. De regering benadrukte dat de basiswaarden van de democratische rechtsstaat breed geaccepteerd zijn en structureel verankerd in de nationale en internationale rechtsorde. Deze waarden zijn volgens de regering meer dan een politiek gekleurde mening.

Veel beschouwingen over de basiswaarden in het burgerschapsonderwijs gaan opmerkelijk genoeg voorbij aan de bron ervan: de menselijke waardigheid. Volgens de wetgever is de menselijke waardigheid het overkoepelende uitgangspunt van de democratische rechtsstaat en de grondrechten. In deze opvatting is een echo te horen van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens uit 1948. Volgens de preambule van deze verklaring zijn de erkenning van de inherente waardigheid en de gelijke en onvervreemdbare rechten van alle leden van de mensengemeenschap de grondslag voor de vrijheid, gerechtigheid en vrede in de wereld. Ook het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie uit het jaar 2000 opent in artikel 1 met het overkoepelende uitgangspunt dat de menselijke waardigheid onschendbaar is.

De regering besteedde slechts heel beperkt en algemeen woorden aan de menselijke waardigheid. Menselijke waardigheid is een leidend principe in de omgang tussen mensen en in de relatie tussen mens en gemeenschap. Deze koepel van de basiswaarden stimuleert echter om dieper te denken en hoger te kijken. Kunnen we menselijke waardigheid goed begrijpen zonder de erkenning van onze Schepper? De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens sluit aan bij de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring uit 1776, die erop wijst dat mensen door hun Schepper zijn begiftigd met onvervreemdbare rechten. Het bijbrengen van kennis van deze godsdienstige achtergrond van de basiswaarden in de Europese geschiedenis zou eigenlijk op geen enkele school in Nederland mogen ontbreken.

Vrijheid, gelijkwaardigheid en solidariteit

In de toelichting bij de vernieuwde burgerschapswet omschrijft de regering de drie basiswaarden van het burgerschapsonderwijs, te weten vrijheid, gelijkwaardigheid en solidariteit. Ze vormen het kader voor het toezicht door de onderwijsinspectie. Scholen mogen ook andere waarden kiezen, maar deze drie moeten in ieder geval worden onderwezen en bevorderd. Hoewel de basiswaarden vrij snel doen denken aan de leus van de Franse Revolutie, voert de oorsprong ervan veel verder terug in de geschiedenis. De apostel Paulus gaf er al betekenis aan vanuit het geloof in Jezus Christus, bijvoorbeeld wanneer hij in de Galatenbrief spreekt over de gelijkheid in Christus (3:28) en het staan in de vrijheid (5:1). Christenen hoeven zich dus niet in een defensieve houding te laten dringen tegenover zogenaamde ‘moderne’ waarden.

De regering besteedde veruit de meeste aandacht aan de basiswaarden vrijheid en gelijkwaardigheid. Bij vrijheid denkt de regering vooral aan de mogelijkheid om te zeggen, te doen en geloven wat je wilt. Volgens de onderwijsinspectie is autonomie de vrijheid om zelf te bepalen hoe je leeft, zolang je anderen niet schaadt. De school moet aandacht schenken aan autonomie en constitutionele vrijheden, waarbij de vrijheid van meningsuiting een centrale rol speelt. Zonder de vrijheid van meningsuiting te relativeren, is dat historisch gezien best een problematische stelling. Immers, de klassieke vrijheden zijn gegroeid vanuit de vrijheid van geweten en godsdienst. Het is een concreet voorbeeld dat laat zien hoe snel de overheid in de inhoud van het onderwijs terechtkomt en de vrijheid van onderwijs in het geding kan zijn.

Opvallend is dat de wetgever naast vrijheid bewust gekozen heeft voor de basiswaarde gelijkwaardigheid, in plaats van de term gelijkheid. Gelijkwaardigheid betekent dat iedereen in Nederland gelijkwaardig is aan elkaar en gelijk is voor de wet. Het begrip zou afgeleid zijn van het gelijkheidsbeginsel, maar kan met evenveel recht niet het omgekeerde beweerd worden? De gelijke waarde van alle mensen noopt tot gelijke behandeling. Uiteraard voor zover gevallen daadwerkelijk gelijk zijn. Bij het begrip solidariteit krijgen de praktische dienstbaarheid aan de naaste en het wegcijferen van het eigenbelang maar beperkt aandacht. Daarin staan vooral respect, tolerantie en verdraagzaamheid centraal.

Twee lijnen vallen op in de visie van de wetgever op de basiswaarden. Allereerst dat naast de positief geformuleerde waarden uitdrukkelijk ook het afwijzen van discriminatie en onverdraagzaamheid gevraagd wordt. Dat staat ook duidelijk in het onderzoekskader van de inspectie. Vormt dit uitdrukking van een cultuur die anderen graag de maat neemt? Eveneens benadrukt de wetgever de wederkerigheid van grondrechten. Wie gebruikmaakt van grondrechten, moet al die rechten ook aan anderen gunnen. Kan die stelling, hoe begrijpelijk op zich ook, uiteindelijk uitmonden in het beperken van de ruimte om de eigen, Bijbelse overtuiging als absolute overtuiging uit te dragen? Het VVD-Kamerlid Arend Kisteman geeft inmiddels aan dat het uitdragen van een unieke overtuiging op grond van de Bijbel eigenlijk discriminatie is.

Ruimte en begrenzing

De wetgever heeft bewust ruimte willen laten aan scholen met een godsdienstige richting. Zo mag de school rekening houden met de leeftijd en ontwikkeling van het kind. De basiswaarden hoeven in het basisonderwijs bijvoorbeeld niet op dezelfde manier aan bod te komen als in het voortgezet onderwijs. Belangrijk is verder dat scholen hun eigen overtuiging ook mogen uitdragen ten aanzien van de inhoud van de basiswaarden, bijvoorbeeld als het gaat om de inhoud van het begrip vrijheid. Leerlingen moeten dan wel kennisnemen van andere opvattingen en hun wettelijke rechten kunnen uitoefenen. Onder die voorwaarden mogen scholen zelfs aangeven dat een homoseksuele relatie niet past bij de godsdienstige overtuiging van de school. De school moet wel een oefenplaats zijn waar het bestuur het goede voorbeeld geeft en laat geven in een goede schoolcultuur. Ook daarop ziet de onderwijsinspectie toe.

De wettelijk erkende ruimte laat onverlet dat christelijke scholen door de huidige burgerschapswet onder grotere spanning komen. De erkenning van het gezag van Gods Woord verhoudt zich volgens de heersende norm moeizaam met de autonomie van het individu. De regering mengde zich concreet in de overtuiging van scholen door expliciet uit te spreken dat een school homoseksualiteit niet als iets verderfelijks mag uitdragen. Verschilt deze situatie veel van die van de Finse politica Räsänen, die vervolgd wordt vanwege het citeren van een Bijbeltekst over homoseksualiteit? Gelukkig kon deze politica tot nog toe rekenen op vrijspraak. Laat het een aansporing zijn voor de Nederlandse politiek om zich niet verder op dit pad te begeven en de druk van ‘liberale’ partijen te weerstaan.


Serie: Burgerschap in het onderwijs

Dit is het tweede deel in een serie van drie artikelen over hoe christelijke scholen vorm kunnen geven aan democratische waarden in het onderwijs. Volgende week: Burgerschapsonderwijs als kans.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 januari 2026

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Blijde boodschap en wettelijke waarden

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 januari 2026

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's