‘God werkt in mijn tekort’
Diaken Wouter Hol over het ambt
Predikant, ouderling of diaken: het ambt is geen functie, maar een roeping. In Wees dan navolgers, het onlangs verschenen deel in de Artios-reeks, staat die roeping centraal. Wouter Hol (41), diaken van de hervormde gemeente in Woudenberg, las het boek. “Kwetsbaarheid is een plek waar God wil werken.”
‘Wees dan navolgers’ spreekt over de vreze des Heeren als grondhouding. Hoe krijgt die in uw ambt concreet gestalte?
“Voor mij betekent de vreze des Heeren dat ik mijn ambt als diaken vervul in afhankelijkheid van en eerbied voor God. Concreet houdt dit voor mij in dat elk onderdeel van mijn werk als diaken begint met gebed: om wijsheid, liefde en kracht. In het contact met gemeenteleden probeer ik vooral met oprechte aandacht en respect te luisteren, vanuit de overtuiging dat ieder mens waardevol is in Gods ogen. Ik wil naast mensen staan in wat zij doormaken. Daarom gaat praktische ondersteuning altijd samen met echte betrokkenheid: meeleven, meebidden en er zijn op de momenten waarop dat nodig is.
Deze grondhouding vraagt ook dat we betrouwbaar en eerlijk moeten zijn. Dat betekent dat wij zorgvuldig omgaan met de middelen die aan de diaconie zijn toevertrouwd en dat wij transparant zijn in ons handelen. Bij elke beslissing gebruiken we de Bijbel als leidraad en moeten we niet kiezen voor de gemakkelijkste weg.
Kortom: ik wil dienen in bescheidenheid, respect en oprechte zorg, zodat mensen in het diaconale werk iets mogen ervaren van de liefde van Christus.”
De auteurs stellen dat het ambt geen functie is, maar een roeping. Hoe onderscheidt u in uw ambtswerk het ‘moeten’ van ‘mogen’ en de ‘taak’ van ‘roeping’?
“Voor mij ligt het onderscheid tussen moeten en mogen, en tussen taak en roeping, in de manier waarop ik naar mijn ambt kijk. Een taak doe ik omdat het van mij gevraagd wordt, een roeping ervaar ik als een opdracht die God Zelf aan mij heeft toevertrouwd. Daarom probeer ik mijn diaconale werk niet alleen als een lijst van verplichtingen te zien, maar als een taak waarbij ik mag werken in gehoorzaamheid en afhankelijkheid van de Heere God en tot opbouw van onze gemeente.
Het moeten komt vooral naar voren in de praktische kant van het ambt: vergaderingen, administratieve werkzaamheden, bezoeken en deelname aan commissies. Dat hoort erbij en vraagt gewoon inzet en discipline. Het mogen ervaar ik wanneer ik besef dat ik deze werkzaamheden doe als dienst aan Christus en tot Zijn eer. Daardoor weet en merk ik dat de Heere er Zelf bij aanwezig is en dat het werk in Zijn handen rust.
Voor mij betekent roeping dat ik niet alleen iets doe omdat het moet, maar dat ik het doe vanuit liefde voor God en de gemeente. Zo wordt het diaconale werk een geestelijke opdracht. Ik stel mij beschikbaar, let op waar God mij leidt, en probeer positief en betrokken te dienen waar Hij mij inzet.”
Ambtsdragers moeten een navolgenswaardig leven leiden. Merkt u dat u kritischer gevolgd wordt door de gemeente?
“Ik merk dat je als lid van de kerkenraad wel meer in de schijnwerpers staat. Dat zie ik niet als iets negatiefs, maar als iets dat bij het ambt hoort. Een ambtsdrager heeft een voorbeeldrol, niet omdat hij volmaakt zou moeten zijn – dat is onmogelijk, wij blijven zondige mensen – maar wel in oprechtheid, eerlijkheid en betrouwbaarheid. Daarom stel ik mij regelmatig de vraag hoe mijn gedrag in het dagelijks leven zich verhoudt tot mijn belijdenis. Dat houdt mij scherp. Het maakt mij ook klein, omdat ik weet hoe afhankelijk ik ben van Gods genade. Juist dat besef helpt mij om mijn ambt in ernst en nederigheid te vervullen.”
De auteurs spreken veel over kwetsbaarheid. Waar ervaart u kwetsbaarheid?
“Kwetsbaarheid ervaar ik in de eerste plaats omdat ik zelf een onvolmaakt mens ben. Ik heb geen speciale opleiding gevolgd om met moeilijke pastorale situaties om te gaan; in mijn dagelijks werk als rayonmanager voor een garageformule heb ik heel andere vraagstukken. Ik heb niet altijd de juiste woorden, wijsheid of gevoeligheid. Vooral wanneer ik mensen ontmoet die diep in de problemen of verdriet zitten, merk ik hoe beperkt mijn eigen kracht is. Dat maakt mij afhankelijk van God en houdt me bescheiden. Daarnaast ervaar ik kwetsbaarheid in het vertrouwen dat gemeenteleden mij geven. Soms delen mensen zeer persoonlijke zorgen of worstelingen. Dat vraagt grote zorgvuldigheid; één verkeerde reactie kan schade toebrengen. Het besef dat ik met iemands diepste gevoelens te maken heb, maakt mij voorzichtig en verantwoordelijk.
Toch zie ik deze kwetsbaarheid niet als een tekort. Het is juist een plek waar God wil werken: in mijn tekort leert Hij mij om in afhankelijkheid van Hem te leven en geeft Hij mij kracht om, samen met het college van diakenen, verantwoorde besluiten te nemen. Vanuit dat vertrouwen mogen wij leven en dienen.”
Welke verandering in de kerkenraad zou u wensen naar aanleiding van deze bezinning?
“Ik zie dat we als kerkenraad al heel belangrijke stappen hebben gezet in het samen nadenken over wat God van ons vraagt en hoe wij elkaar kunnen ondersteunen. We starten onze wijkvergaderingen altijd met een bezinningsmoment waarin we in kleine groepen een onderwerp bespreken. Het Woord van God is onze basis en het Focus-boek van de IZB helpt ons hierbij. Deze momenten geven een waardevolle basis voor vergaderingen, die vaak gericht zijn op praktische gemeentelijke zaken. Het is verdiepend om te delen wat het ambt met ons doet. Waar mogelijk nog winst te behalen is, betreft delen rond de inhoud en beleving van onze ambten. Wat houdt ons ambt voor ieder van ons in? Waar krijgen we energie van in het dienen? Waar ervaren we moeite of kwetsbaarheid? Niet om elkaar te beoordelen, maar om elkaar te begrijpen, te ondersteunen en samen te groeien in onze verantwoordelijkheid. Wanneer wij elkaar beter leren kennen in de bediening die ieder draagt, worden we als kerkenraad hechter en veerkrachtiger. Zo kunnen we als één team functioneren, in vertrouwen op en in afhankelijkheid van onze hemelse Vader, voor het welzijn van de gemeente die Hij ons heeft toevertrouwd.”
Serie ‘Wees dan navolgers’
Deze serie bestaat uit vier interviews met een predikant, ouderling, ouderling-kerkrentmeester en een diaken naar aanleiding van het onlangs verschenen Artios-deel Wees dan navolgers. Deze week deel 3.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 januari 2026
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 januari 2026
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's