Ter inleiding
. . . . zoo zullen wij verlost worden.Ps. 80: 2od
Ter inleiding.
Weer een nieuwe krant — zegt misschien deze of gene. En heel vriendelijk klinkt zoo'n uitroep dan gewoonlijk niet. Men wil er zoo ongeveer mee zeggen: „zijn er nog geen kranten genoeg? — we willen dit ding niet hebben !" Nu — of er nog geen kranten genoeg zijn, willen wij niet beoordeelen. Maar als men onder Gereformeerd-gezinde Hervormden zou beginnen met te zeggen: „we willen déze krant niet hebben!" — dan willen wij toch gaarne even met u praten. En aanstonds willen wij dan met ernst zeggen: gij moet déze krant juist hebben! O! wij zouden zoo gaarne zien, dat zéér velen zich aanstonds abonneerden; dat spoedig in véle gezinnen en in véle kringen onze krant „De Waarheidsvriend" als een wekelijksche vriend begroet werd met vreugd; dat weldra déze krant alle Gereformeerd-gezinde Hervormde mannen en vrouwen, predikanten en kerkeraadsleden, ouders, onderwijzers, jongelingen en jongedochters saam kon binden. Want dat willen wij; wij willen een Gereformeerd bondsblad, dat ons met een hechten band aan elkaar komt verbinden. Dat hebben we zoo noodig: alle Gereformeerdgezinde Hervormden in den lande saam verbonden rondom de banier der Waarheid. En daarom hebben we een eigen blad noodig. Kranten, die door een of anderen drukker worden bezorgd om er wat mee te verdienen, hebben we genoeg. We zouden zeggen: véél te veel. Maar wat gaan ons die dingen aan?
Degenen die zich vereenigden in den „Gereformeerden Bond" hebben tot op dit oogenblik steeds een eigen Orgaan moeten missen. Wel is gedurende een jaar, ten proef, het Gereformeerd Weekblad door onzen Bond geleend, om eenigszins het Orgaan te zijn in onze kringen. Maar uit den aard der zaak had de Bond zelf over dat blad niets te zeggen, daar het eigendom van een ander is, en toen bovendien de Hoofdredacteur, Ds. de Lind van Wijngaarden, als Voorzitter van den Geref. Bond bedankte en zich liefst van alle actie in deze wenschte te onttrekken, werd het voor de Bondsleden, die juist bescheidenlijk met meer ijver en méér liefde wilden voortgaan in hun arbeid, moeilijk, zoo niet onmogelijk, om alzoo te blijven voortgaan met het „Geref. Weekblad." En zie hier nu de oorzaak, waarom wij nu met déze krant „De Waarheidsvriend" tot u komen. Wij meenen in bescheidenheid dat het méér dan tijd is, dat een ieder zich leert Onttrekken aan allerlei „clubjes" en „kringetjes" en dat alle Gereformeerd-gezinde Hervormden zich gaan scharen onder één banier, om samen Gods Woord te onderzoeken en samen te spreken naar de Waarheid, opdat ook méér dan tot nu toe het licht van Gods getuigenis uitstrale over elk terrein des levens. En daarvoor is een Weekblad noodig; dat moet ónze krant worden, ónze band die ons samenbindt, het Orgaan dat onder ons allen gelezen wordt en de actie onder ons kan leiden en bevorderen. 't Is méér dan noodig, dat alle Gereformeerdgezinde Hervormden gaan voelen, dat het geen tijd is om zich aan alle actie te onttrekken; zich opsluitend in eigen kringetje. De ellende is zoo groot; de breuke is zoo diep en breed. De zonden zijn ook zoo velen. De overtredingen onder ons zoo menigvuldig. En neen! nu niet zich gaan onttrekken aan alle actie! Nu moet er gesproken worden naar het Woord. Nu moeten wij en onze kinderen onder de tucht van Gods getuigenis door; wij allen te samen. Nu mag er niet gezwegen worden in het midden van de Gemeente. Neen, het moet met kracht worden verkondigd, wat de oorzaak van alle ellende is en er moet met liefde des harten worden gesproken over den weg der verlossing. Daarom is onze krant, die u heden wordt toegezonden, in de wereld gebracht. Om te getuigen onder u. Om te spreken naar het Woord. Om te verkondigen onze ellende en te vermelden Gods oordeelen. Om te handelen over den weg der verlossing, om te lokken tot den weg der bevrijding — en zoo een zegen te verspreiden. Hebben wij dat in ónze kringen niet noodig? Leven wij niet veel te los naast elkaar; leven wij niet veel te gemakkelijk; zien wij niet veel te weinig de dingen onder de oogen? Wandelen wij niet veel te veel een ieder in een eigen weg? Gaan wij in de groote menigte niet verloren? Waar is de band die ons bindt? Laat het déze krant worden! Déze krant, die als wekelijksch Orgaan van onzen Geref. Bond niets anders wenscht dan de banier der Waarheid óp te werpen voor de oogen van velen.
En wat dan? Zal 't iets geven? Ja . . . . wat dan ? . Zal deze krant iets kunnen uitrichten ter verlossing; iets kunnen brengen ter hulpe; tot een zegen kunnen zijn? Wij weten hot niet. Maar de raven konden in dagen van hongersnood, toen het dagelijksch voedsel voor velen zéér schaarsch was, aan Elia wel brood, en vleesch bezorgen en hem zo in het leven houden. En zou dan een krant, door een paar honderd mannen en vrouwen begeerd, geen spijze kunnen brengen aan jong en oud? Gewisselijk — indien de HEERE met ons is! Want neen, uit en van ons zelf zijn wij tot niets goeds bekwaam. Tevergeefs ook bouwen de bouwlieden en waken de wachters — als de H E E R E zelf niet tegenwoordig is met Zijn genade en Geest, indien de H E E R E zelf niet werkt, niet bouwt, niet waakt. Daarom zij onze belijdenis bij den aanvang van dezen onzen arbeid: „onze hulpe staat in den name des H E E R E N , die hemel en aarde gemaakt heeft!" En onze bede zij: „o H E E R E , God der heirncharen, breng ons weder; laat Uw aanschijn lichten, zoo zullen wij verlost worden." (Ps. 80 : 20.)
Op uwe belangstelling en medewerking rekenen wij. De Redactie wil gaarne, geheel belangeloos, dit wekelijks orgaan zoo aangenaam en nuttig mogelijk maken — gelijk velen dat met ernst van ons hebben begeerd. Helpt ons nu allen, die belang stellen in de Waarheid en die met onze Hervormde, Gereformeerde, Kerk in betrekking staan. Indien er iets van onze gemeenschappelijke schuld, van onze gemeenschappelijke ellende gevoeld wordt, dan kan het niet anders, of wij zullen ook gaarne belangstellen in alles wat in ónze kringen naar de Waarheid spreken wil, onze Kerk niet uit het oog verliezend. Er ligt zooveel verbroken; er ligt zooveel verscheurd, verstrooid, verwoest. O! dat des Heeren Woord maar veel onder ons gehoord mag worden en dat de Geest der Waarheid weer over ons heerschappij verkrijge. Jongen en ouden moeten onder de tucht van Gods Woord komen. Land en volk, huisgezin en school, armen en rijken moeten weer naar 's Heeren getuigenis gaan luisteren. De Gereformeerde Kerk moet weer in het midden van ons volk verrijzen, levend en sprekend naar Gods Woord. Ja — dat de stemme der Waarheid dan maar gehoord worde en dat de Waarheid maar worde verstaan. Want het gaat niet — het mag niet gaan — om 't geen wij willen, maar om 't geen de H E E R E wil.
Veracht ons dan niet bij dezen onzen arbeid,dien wij niet. hebben gezocht, maar die met ernst van ons is gevraagd geworden door velen. Ach, er is toch al zooveel haat en nijd, zooveel afgunst en tweedracht. Neen, veracht ons niet, wanneer wij willen pogen door onze krant een band te leggen tusschen alle Gereformeerd-gezinde Hervormden. 't Gaat — zij het onder de gunste des Heeren! — om het goede onder ons te boodschappen, naar 's Heeren Woord. Maar verwacht het dan ook niet van óns, of van ónzen arbeid. Wij vermogen niets uit of van ons zelf. 't Is de Heere, die alleen wonderen werkt. Laat ons daarom bidden en smeek en tot den Heere. En de Heere zij ons genadig, om Christus' wil. Hij ontferme zich over onze Kerk. Hij bewijze barmhartigheid in 't midden van ons volk. Hij zegene ons met overvloed en doe Zijn aangezicht gestadig over ons lichten. Zoo alleen is er hope op het goede, voor ons en voor onze kinderen.en voor onze kinderen.
"O HEERE, God der heirschareu, breng ons weder; laat Uw aanschijn lichten, zoo zullen wij verlost worden."
DE REDACTIE.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 december 1909
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 december 1909
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's