De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Stichtelijke overdenking.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Stichtelijke overdenking.

Jezus' grootheid

7 minuten leestijd

Deze zal groot zijn ....

Jezus' grootheid.

«Deze zal groot zijn ....»

De gedenkdag van de zalige geboorte van Christus komt dichter, al dichter.

Nog enkele, donkere, korte dagen en we zijn er, als God 't wil.

En zooals het met alles is dat nadert en dichterbij komt, we beginnen hem hoe langer hoe duidelijker te zien.

Eerst bracht de moederbelofte ons het heil als „in ver verschiet." Toen, bij verdere profetie kwam er nadere bepaling, en nu — nu het weer voor ons ligt, het panorama van stal en kribbe, jonge moeder en onschuldig kind, het geheel gehuld in den aureool van de majesteit Gods, nu aanschouwen we wondere schoonheid, duidelijk en klaar.

Jezus zien we. Jezus in Zijn grootheid, 't Volle licht van Gods heerlijke openbaring concentreert zich in Ephrata's veld.

Wat is dat schoon om het ons in te denken: Jezus in Zijn grootheid. Geven de „levens van Jezus", in zoo groote verscheidenheid te boek gesteld, ons daarvan niet bewijs?

En die het voor eigen hart mocht overpeinzen, wie daar nederligt .in doeken gewikkeld en liggende in de kribbe, was de grootheid van Jezus in de vleeschwording hem niet heerlijk en machtig ?

Jezus is groot!

't Was al vier eeuwen stil geweest in der profeten woning. Geen stem en geen sprake werd meer gehoord. Maar daar eindelijk komt nog ééne stem, een laatste, en aan Maria zelf, de moeder van Jezus, wordt 't aangezegd: „gij zult een Zoon baren, en Zijn naam Jezus heeten, want deze zal groot zijn, een Zoon des Allerhoogsten, een Koning der eeuwigheid."

Wat moet er veel in haar toen hebben omgegaan !

Wat een weelde, zalige weelde voor deze ondertrouwde van Jozef.

Weelde, om moeder te worden en op zulk een wijze.

Weelde, om zulk een kind te mogen voortbrengen, 'n Immanuël, God met ons.

Weelde, om, onheilige als ze was, in dien Zaligmaker zich te mogen verblijden.

Ja, dan, bij zulk een openbaring en bij zulk gebeuren verliezen onze gedachten zich in de eeuwige wonderheid Gods, in een waarheid te groot voor een kleine zondaarsziel.

Deze zal groot zijn!

Voorzeker, want Hij was Davids wortel, Davids zoon en Davids Heere.

Davids wortel, want van Hem, uit Hem en door Hem was David.

Davids zoon, als een kind van zijn volk, kind van zijn tijd, kind van zijn moeder.

Davids Heere, omdat Hij eer dan Abram, meer dan Salomo, grooter dan David was.

Maar hoe groot is dan toch het goed, dat God bereid heeft den Zijnen in de zending Zijns Zoons! Gezien nog slechts in 't licht van de profetie, moeten we al belijden: deze zal groot zijn, een groot en eeuwig goed.

Maar daar is meer!

Want voorzeker, in veler geloofsbelijdenis is nog wel een plaats voor de grootheid van Jezus, en zelfs de modernen van onze dagen loochenen Zijn grootheid niet. Doch hierin ligt het verschil: waar zij stellen dat die grootheid navolgbaar is, wat meer misschien dan bij Confucius, Socrates, Mohammed en Boeddha, daar belijden wij: Jezus is onvergelijkelijk groot. Zooals Hij was kan niemand zijn, zoo groot, zoo rein, zoo goed, zoo heilig, zoo volmaakt. Lees maar Hebr. 1 en gij stemt het mij toe. Alle vergelijking valt - weg. Wij roepen uit met den dichter:

„ Wie is aan U gelijk ? wie kan U evenaren ? "

Eu als wij ons dit indenken, komt ons dan niet onwillekeurig voor den geest wat de apostel ons leert van Zijn nederige geboorte? Dat dit de genade van onzen Heere Jezus Christus is, dat hij „om uwentwil arm is geworden, daar Hij rijk was"!

O, die stal van Bethlehem is geen toevalligheid. God heeft het zoo gewild. Zijn Zoon moest in grootheid schitteren als Hij in armelijke doeken nederlag.

Hierin moest het uitkomen, dat Hij kroon en troon verlaten zou, hemelmachten en hemelglorie. om in dienstknechtsgestalte in onze ellende in te komen, als onzer één.

O, elke maatstaf van menschelijk begrijpen blijkt hier tekort. Er is een zee van eeuwige zondaarsliefde, onafzienbaar breed, een oceaan van gadeloos ontfermen, onpeilbaar diep.

Jezus is groot om Zijn komst, in Zijn komst, door Zijn komst. Nu is geopenbaard de grootheid der genade, de volheid der liefde Gods.

Wel is waar een schrik voor den goddelooze. Maar een troost voor den bevonden zondaar. Een zaligheid voor Christus' erve.

Zegt het vrij uit, ook in dagen van advent: „deze zal groot zijn." God geopenbaard in het vleesch, een verborgenheid der godzaligheid, groot en zeer te prijzen.

Wilt gij het nog eens hooren? Deze zal groot zijn.

En dat is Hij in de betooning van Zijn kracht. O, neem even voor u die driejarige omwandeling op aarde, 't Was geen lange levensgeschiedenis, van den man van Nazareth, rnaar was ze niet rijk? Heeft de wereld niet in verbazing uitgeroepen : „een groot man is onder ons opgestaan ? " En moet elke eenvoudige in Israël, nu nog, met Jesaja niet belijden: „de heilige Israels zal groot zijn in 't midden van u? "

Voorzeker, dat was Hij, groot onder Zijn volk, groot in Zijn milieu, groot in Zijn arbeid.

Daar kunnen we Hem zien in al Zijn kracht. In Zijn werkkring, dat breede arbeidsveld van Judea en Galilea, daar komt het uit, hoe groot, hoe machtig, hoe rijk Hij was.

O, ik bid u, daal even af van uw hoogte, en kom in Zijn eenvoudigen kring, wandel even mede door Kanaaus velden. Ongeloofelijke dingen zult gij zien, wonder op wonder.

Daar komt een begrafenisstoet. Nu, wat is er gewoner? wie blijft er voor stilstaan? Er wordt een jongeling uitgedragen, zoon eener weduwe. Jezus treedt toe. Stil! .wat zal er gebeuren ? Hij raakt de baar aan en Hij roept: „Jongeling, ik zeg u, sta op!" En hij stond op.

Daar is een volksvergadering, 't Is al wat laat geworden. De menschen kregen honger ook. Maar er is geen eten! „ Geef gij hun te eten, gij discipelen, vromen. Christenen!" Niemand vermag het. Maar Hij, de Algenoegzame, spijzigt door enkele brooden en visschen, allen. En nog is er over, mandenvol.

Daar is een storm op zee. Maar ook daar is Zijn woord met macht.

„Hij doet de storm bedaren De golven zwijgen stil. Nu rijst de vreugd, de baren Zijn effen op Zijn wil", en in verbazing roepen de menschen uit: „wie is deze, dat ook de winden Hem gehoorzaam zijn ? "

Wilt gij nog één moment? Daar ligt een donkere olijvenhof, een diepte van nacht, een duisternis van aanvechting en strijd. En daar ligt diezelfde Jezus in 't stof, kruipend, druppend zweet en bloed, als een worm en geen man, en die Jezus bidt: „Vader, Uw wil geschiede!" Dat is grootheid in 't lijden! Nooit heeft iemand zoo geleden, zoo diep, zoo zwaar, zoo ontzettend — zóo — dat het einde van Zijn lijden was: „'t is volbracht." Door. lijden tot heerlijkheid. Een eeuwige overwinning aan een kruispaal der schande.

Ja, deze Jezus is groot, in geboorte, in leven, in lijden, in dood.

Van Johannes den Dooper wordt getuigd: „deze zal groot zijn. voor den Heere." Van Jezus is aangekondigd: „deze zal groot zijn" —enkel, alleen groot, absoluut groot.

Zalig die ziel, die dan in zichzelf niets, maar groot voor, in, door Jezus mag zijn!

Want dat is het rijkste van alles. Dat kind dat geboren staat te worden, zou groot zijn het meest in de glorie Zijner genade.

Neen, de leer der algemeene verzoening predikt ons niet Jezus' grootheid. Wie de zaligheid van Christus' verdienste te breed wil uitmeten ontrooft ze van haar kracht, ontneemt juist haar zaligheid. Als het „voor allen" waar is, noem dan de kribbe maar „een vergissing" en het kruis maar „een mislukking." Duizenden zullen door zulk een Kerstevangelie nog maar meer verblind in grooter zelfbedrog afreizen tot eeuwige rampzaligheid. De grootheid van Jezus ligt niet in een algemeene openbaring maar in een particulier werk. In die diepte van onze verlorenheid is Hij ingekomen.

Daar daalt Jezus in af, die groote Jezus. Daar openbaart Hij genade voor recht. Daar wondert Hij wonderen van liefde.

En die 't laagst ligt voor God, is 't dichtst bij zijn Heil, en wordt het eerst deelgenoot Zijner liefde.

Deze zal groot zijn! O, dat onze zielen dan verlangen Hem te zien! Dat wij in verlegenheid hopen op dat heil!

Dat onze harten brandende zijn, Zijn glorie te aanschouwen in al Zijn werk!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 december 1909

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Stichtelijke overdenking.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 december 1909

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's