Uit het kerkelijk leven.
Evangeliseeren.
Eén der middelen, waardoor de Gereformeerde Bond tot verbreiding en verdediging der Waarheid in de Herv. (Geref.) Kerk zijn doel tracht te bereiken is: het steunen door woord en daad van Evangelisaties, die door plaatselijke Afdeelingen na overleg met en goedkeuring van het Hoofdbestuur zijn opgericht.
De Geref. Bond heeft van stonde aan de kwestie van Evangelisatie moeilijk gevonden en het alleszins nuttig en noodig geacht, dat het werk der Evangelisatie met gemeen overleg zou geschieden.
't Gaat maar niet aan, dat A, B en C. in een gemeente eens even uitmaken dat er „geëvangeliseerd" moet worden daar ter plaatse, waarvoor Ds. O of Ds. P. gevraagd worden om eens te komen „preeken."
De zaken moeten eerst grondig onderzocht en is het in een gemeente noodig, dan moet er ook gemeenschappelijk door bedienaren des Woords van andere plaatsen geholpen worden — maar is het niet gewenscht dat er ergens door leeraren van buiten „gepreekt" wordt, dan moet ook gemeenschappelijk geweigerd worden in dezen verkeerden weg te helpen.
Van dit beginsel gaat de Geref. Bond uit. Vandaar de bepaling in zijn Statuten: het steunen door woord en daad van Evangelisaties, die door plaatselijke Afdeelingen na overleg met en goedkeuring van het Hoofdbestuur zijn opgericht.
Dat wil natuurlijk niet zeggen, dat predikanten, leden van den Geref. Bond zijnde, op dit oogenblik niet naar andere Evangelisaties gaan dan naar die te Feijenoord, die van de plaatselijke Afdeeling te Feijenoord uitgaat.
Volstrekt niet!
De zaken zijn in deze nog lang niet geregeld zooals wij dat gaarne zouden zien.
Maar de verschillende Evangelisaties, staande op Geref. grondslag zullen zich langzamerhand nauwer aaneen moeten leeren sluiten. En als ideaal hebben wij dan, dat er niet geëvangeliseerd zal worden dan naar gemeen overleg!
Wie dus van déze of die Evangelisatie zegt: dat is het werk van den Geref. Bond! die slaat de plank geheel mis.
In die Evangelisaties treden waarschijnlijk, ja zekerlijk, méér predikanten op, die geen lid van den Geref. Bond zijn dan die er wél toe behooren.
Laat men dat nu eindelijk eens begrijpen en laat men nu eindelijk eens ophouden met de beschuldiging: die drijvers van den Geref. Bond die evangeliseeren er maar op los!
Neen, de mannen van den Geref. Bond zijn geen drijvers; althans zij begeeren het niet te zijn in de beteekenis die men er in bovengenoemde beschuldiging aan hechten moet.
En de mannen van den Geref. Bond willen juist het tegendeel van „er maar op los evangeliseeren !"
't Bewijs ligt in de Statuten. En aan die Statuten wenschen wij ons te houden,
Of dan de Geref. Bond de bestaande Evangelisaties niet voor zijn rekening zou wenschen te nemen?
Op deze vraag zou eerst dan een antwoord gegeven kunnen worden, wanneer de Bond als zoodanig onderzocht had, of deze Evangelisaties in de gemeenten, waarin zij opgericht werden, werkelijk recht van bestaan hebben; m. a. w. of in de plaatselijke Kerk werkelijk de zuivere bediening des Woords ontbreekt.
Immers dat de Evangelisatie een grens heeft, die zij niet overschrijden mag, zal zeker wel door niemand worden ontkend.
Ieder die nog eenigermate rekening wenscht te houden met het Gereformeerd Kerkrecht, zal ons toestemmen, dat het niet aangaat om in gemeenten, waar Gods Woord in overeenstemming met de belijdenis onzer Kerk verkondigd wordt, naar oprichting van een Evangelisatie ook maar te streven. Het meer voorwerpelijke of meer onderwerpelijke karakter dat een prediking draagt mag nooit het motief zijn waarom men een Evangelisatie begeert. Naar het ons voorkomt mag de prediking nooit anders getoetst worden dan aan de belijdenis der kerk. En zoo dan in onze tegenwoordige dagen het stuk van de particuliere genade tegenover de algemeene verzoening niet het criterium zijn ? Daarom kunnen wij het ook niet anders dan betreuren, dat men soms tracht te Evangeliseeren in gemeenten, die door predikanten worden bediend, die spreken naar de belijdenis onzer Geref. Kerk. Dezer dagen kwam ons nog een dergelijk geval ter oore. Wij stellen er prijs op te verklaren, dat zulk een Evangelisatie, die tegen belijdenis-getrouwe predikanten wordt opgericht, niet van den Geref. Bond uitgaat. Laat men hier s. v. p. nota van nemen, en dan niet voortgaan om hetgeen door sommige predikanten, die vaak niet eens lid van den Bond zijn, gedaan of gesproken wordt op rekening van den Bond zelf te schrijven!
Zeker ! de Bond wil Evangeliseeren ; de Bond wenscht ook door dit middel de Waarheid te verbreiden in onze diep gezonken Kerk ; maar hij wenscht dit te doen in gemeenten, die van de Waarheid verstoken zijn. In gemeenten waar de Kerk zelf het zuivere Woord laat bedienen, is het middel van Evangelisatie overbodig, en wij zouden met onze Gereformeerde beginselen in strijd komen, wanneer in dergelijke gemeenten de Evangelisatie door ons werd gesteund. Alléén daar, waar de Waarheid door de leugen of door de halve waarheid — en deze is immers ook een leugen — verdrongen werd, alléén daar wenscht de Bond het licht weer op den kandelaar te stellen.
En nu stemmen we aanstonds toe, dat het hoogst moeilijk is dat te onderscheiden. Maar dat bezwaar blijft natuurlijk altoos bestaan en is veel grooter, wanneer wij allen op ons zelf staan dan wanneer we gezamenlijk in een Bond zijn georganiseerd. Thans immers doet ieder wat recht is in zijne oogen. Als A noodig vindt, dat er in O wordt geëvangeliseerd, dan gaat hij er heen ; als B noodig vindt dat het in P geschiedt, dan wordt hij door niemand weerhouden om daar op te treden; en als C straks weer tegenover A komt te staan, dan is er ook alweer niets aan te doen! Wat zouden we niet een stap in de goede richting doen, wanneer alle Gereformeerde predikanten in onze Kerk eens konden besluiten, b. v.: naar O gaan we heen, want we meenen dat het daar noodzakelijk is, maar in P komen we niet. Maar daar is natuurlijk organisatie, en in die organisatie gemeenschappelijk overleg voor noodig, dat niet anders dan na breedvoerig onderzoek kan worden gepleegd.
Welnu, dat de Gereformeerde Bond nu eens de band mocht worden die er te dien opzichte tusschen Gereformeerde predikanten en gemeenteleden werd gelegd, opdat ook het werk der Evangelisatie langs een vaste lijn voorspoediglijk mocht voortgaan, totdat het zich zelf zal hebben overbodig gemaakt!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 december 1909
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 december 1909
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's