Uit het kerkelijk leven.
Het versehilpunt. Een flink boekje. Bijna 1000.
Het verschilpunt
In Filippus' recensiebode geeft Ds. H. A.. van Andel, Geref. pred. te Baarn, een bespreking en critiek over „De confessioneele richting", brochure van Dr. P. J. Kromsigt. Op het einde daarvan schrijft genoemde Geref. predikant: „de vraag is nu maar of het voldoende is tegen „zonde" te getuigen en verder er zich lijdelijk in te schikken. Hebben ambtsdragers genoeg, gedaan, als zij „het kwade", dat niet is naar Gods Woord, niet helpen bestendigen, maar op reformatie „blijven aandringen'" — of zijn zij door hun ambt van Godswege verplicht, de reformatie ter hand te nomen?" Ziedaar nu het verschilpunt tusschen de mannen uit de Gereformeerde, Kerken en ons. Wij antwoorden op de vraag van Ds. van Andel volmondig: JA! Dan hebben we genoeg gedaan als we „tegen de zonde getuigen", als we spreken naar 't Woord, als we protesteeren en blijven protesteeren, als we „op reformatie blijven aandringen" enz. Israels profeten hebben nooit anders en nooit meer gedaan. Christus zelf heeft Zijn discipelen nooit anders geleerd. En als de ambtsdragers in onze Herv. Kerk, die de waarheid mogen liefhebben, door Gods genade in dezen getrouw mogen worden gemaakt, meer en meer, dan gelooven wij overigens, te midden van onze woelige dagen, waarin men zoo gaarne naar Egypte en naar Assyrië om hulpe gaat, wat de Heere in Jes. 30 tot Zijn volk zeide: „want Egypte zal ijdelijk en te vergeefs helpen: daarom heb Ik hierover geroepen: stilzitten zal hun sterkte zijn!" Wie méér wil doen; wie zélf de reformatie ter hand neemt, doet te véél en zal ze ter bestemder ' tijd toch weer uit de hand geslagen zien. .„Tegen de zonde getuigen" en „op reformatie blijven aandringen", dat is de weg. En dat is juist het omgekeeijde dan zich „lijdelijk te schikken." Dat weet Ds. van Andel toch óok wel?
Delft, G.H. Beekenkamp.
Een flink boekje.
Zoo zagen wij in een van onze kerkelijke weekbladen het boekje aangeduid, dat Ds. Klomp. van Marken geschreven heeft onder den titel: „hoe Willemsen lid werd van de Confessioneele vereeniging."
Wij hebben dat boekje aanstonds gekocht. Maar duur, hoor! 19 blz. voor 20 cent! Neen! dan weten ze het in ónze Afdeelingen anders aan te pakken. Daar geven ze 40 blz. voor 10 et., maar daar vliegen er ook 2500 ex. in een paar weken het land door.
Wat ons ook tegenviel is dit : *volgens de aankondiging hadden wij verwacht een duidelijke uiteenzetting te zullen krijgen over het onderscheid van de Confess. ver. en den Geref. Bond. Maar dat viel tegen. Van den Geref. Bond wordt gezegd, dat hij de verdediging en de verbreiding der waarheid wil, en dat de Confess. ver. dan boven den Geref. Bond is te verkiezen, want „de Confess. ver. wil niet alleen verbreiding en verdediging der waarheid, maar ook arbeiden om de organisatie onzer kerk tot een schriftuurlijke te maken ; daardoor is het doel der Confess. ver. nóg breeder en heerlijker dan dat van den Bond" (blz. 18.)
Maar hoe hebben wij het nu? Dat Ds. Klomp zegt dat de Geref. Bond een breed en heerlijk doel heeft, dat vinden we best. Maar meent Ds. Klomp nu heusch, dat de Geref. Bond niets wil doen om te komen tot een schriftuurlijke organisatie , der kerken ? En de Geref. Bond schrijft in zijn statuten „vasthoudende aan de Dordtsche kerkenorde van l6l9."
Mogen wij eens wat zeggen ? Zóo duidelijk heeft de Confess. Ver. nog nooit gezegd wat zij wil dan de Geref. Bond in die zinsnede van art. 4 der statuten!
Hier weten de menschen wat we willen! (natuurlijk vasthoudende aan 't geen in het laatste art. van die kerkenorde door onze vaderen is neergeschreven, zooals ook geen goed Geref. mensch de belijdenis aanvaardt dan met vermelding van 't geen in art. 7 staat.)
Onze conclusie is dan ook op de gronden door Ds. Klomp aangevoerd: „daardoor is het doel van den Geref. Bond nog breeder en heerlijker dan dat van de Confess. ver."
En zuiver geredeneerd moest Ds. Klomp spoedig voor een 2en druk van zijn boekje zorgen en dan den titel aldus wijzigen: „hoe Willemsen lid werd van den Geref. Bond." Maar dan de uitgave wat goedkooper!
Wat wij in het boekje van Ds. Klomp gaarne hadden willen lezen ? Iets over de Volkskerk. Dat is 't punt waar tusschen de Confessioneelen en den Geref. Bond meer klaarheid moet komen.
Weet Ds. Klomp b. v. niet, dat „de Wekstemmen" daar in den laatsten tijd zoo uitvoerig over geschreven heeft en heeft aangetoond dat we niet moeten spreken van „de Volkskerk" maar van „de Geref kerk ? " Onze vaderen hebben ook niet over „de Volkskerk" geschreven. ’t Spijt ons zoo dat „de Geref. Kerk, " het Orgaan van de Confess. Ver, nooit op die artikelen van „de Wekstemmen" is ingegaan. ’t Waren toch weer andere, nieuwe en degelijke zaken die in het debat waren gebracht? Zou hier niet het punt liggen waar wij samen kunnen en moeten komen ?
Maar dan geen Volkskerk! Dan een Geref. kerk onder een Geref. kerkenorde, staande als een pilaar en vastigheid der waarheid in het midden van ons volk. Met dat „verscheuren" van onze Herv. kerk zal het dan wel losloopen.
Als men maar weet wat men wil: een Geref. kerk, met Geref. belijdenis en kerkenorde, waar al de Geref. broederen en zusters in éen kerkverband samen wonen, roemende in Jezus Christus, den heerlijken Koning van Sion.
De Heere geve veel gebed en veel saamwerking in deze!
Bijna 1000.
„Het aantal Scholen met den Bijbel, dat sedert 1 Jan. 1909 met 39 is vermeerderd, bedraagt thans 980, terwijl er vermoedelijk in dit jaar (1909) nog 6 zullen geopend worden."
Zoo schreef dezer dagen de heer R. Derksen, secretaris van „de Unie."
Dat is een verrassend en verblijdend bericht. Meer dan 150 duizend kinderen kunnen nu onderwijs ontvangen naar de Schriften. Wat is de Heere barmhartig en zéér genadig.
Of had Hij ons volk niet kunnen uitroeien, omdat men zoo lang trouweloos het gebod des Heeren vertreden heeft?
En wat kan dat ook voor onze Herv. Kerk van groeten invloed worden, die scholen met den Bijbel die overal nu staan en op vele plaatsen nog zullen komen !
Als nu de Hervormden — en dan bedoelen wij de Gereformeerd-gezinde Hervormden — maar biddend, waakzaam en werkzaam gevonden mogen worden. Want het zijn bemoeienissen des Heeren die Hij met ons en onze kinderen houdt in deze zaak. We hadden het zoo verdiend, dat de vijand op, ons hoofd bleef rijden. We zijn zelf zoo de oorzaak, dat de ongoddelijke geesten vrij spel hadden met onze kinderen.
En ziet, nu wil de Heere onze gevangenis openen en ons het aangename jaar der vrijheid aankondigen. Wat schoone gelegenheid om nu van onderen op te werken voor de waarheid die naar Gods Woord is en voor onze Hervormde kerk, die wij lief hebben. We moeten nu niet lauw en laks neerzitten. We moeten nu anderen niet altijd vóór laten gaan. We moeten zélf' aanpakken, zélf offeren, zélf werken, en dan geen gelegenheid voorbij laten gaan om „verzamelen" te blazen.
Waarom moeten sommige gemeenten geheel door ethische onderwijzers bewerkt en omgezet worden ? Waarom hebben wij zoo dikwijls al den arbeid in deze geheel overgelaten. aan onze gescheidene broeders? Neen, door anderen té schelden of te minachten komen we er niet. We moeten zélf aan 't werk, overal en dan degelijk, met overleg. Als de Gereformeerd-gezinde Hervormden in deze eens flink aan 't werk gingen, dan zou men eens zien wat er voor ons land en ons volk en onze Herv. kerk nog niet'gedaan kon worden!
Waarom hebben b.v. de ethischen hun kweekscholen, waar onderwijzers worden opgeleid ? Waarom zijn er tal van kweekscholen, waar onze gescheidene broeders de leiding bij het onderwijs hebben? En waarom is er geen actie van Gereformeerd-Hervormde zijde in deze ? Wij zeggen niet, dat er bij de 5 reeds bestaande en 9 nieuw opgerichte kweekscholen nóg een kweekschool méér moet komen. 14 Kweekscholen voor óns landje is o. i. reeds veel te veel. Noch de geschikte leerkrachten, noch een voldoend aantal leerlingen zijn voor zooveel scholen te vinden.
Maar waarom is er onder de Gerefomeerdgezinde Hervormden niet veel meer offervaardigheid en veel meer actie in deze zoo belangrijke zaak ? Dan kon het reeds lang anders zijn geweest. En dan op eerlijke wijze ons Hervormd karakter handhaven in deze zaak.
Als wij krachtig rneedoen op dit terrein, dan kunnen we ook ter gelegener tijd zeggen : broeders, even goede vrienden, maar de directeur van de kweekschool moet Hervormd zijn. Daar steekt niets geen kwaad in. Integendeel. Maar dan moeten we beginnen met ons aan éen te sluiten en krachtig mée te werken.
Dan zal op Schoolterrein, op de Vergaderingen van „Unie, " „Christelijk Nationaal" enz., op onze kweekscholen het Hervormd karakter meer gehandhaafd kunnen worden en ook voor onze Hervormde kerk zal er een rijke zegen van de Scholen met den Bijbel kunnen nederdalen, gelijk de Heere in Zijn wondere genade reeds zo heerlijk bewezen heeft.
Geen traagheid, geen verdeeldheid dan in deze onder de Gereformeerd-gezinde Hervormde broederen, maar-eensgezind, vurig van geest, vol offervaardigheid ook hier doen wat onze hand vindt om te doen, levend uit het beginsel onzer Vaderen, onze Hervormde kerk niet uit het oogverliezend !
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 januari 1910
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 januari 1910
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's