Staat en Maatschappij.
Verflauwing der grenzen.
Verflauwing der grenzen.
Naast het politiek-sociaal tijdschrift „de Klaroen", het bekende orgaan van Mr. Van de Laar, waarin de politieke en sociale vraagstukken van Christelijk standpunt worden beschouwd, is van deszelfs hand als nieuw periodiek verschenen onder den naam van „de Beukelaar", een algemeen Christelijk-Sociaal weekblad, waarvan op 6 Januari het eerste nunmer uitkwam.
Beide uitgaven kenmerken zich door de bijzondere positie, welke zij innemen. De redactie wil namelijk noch van het samengaan der rechtsche partijen in coalitie, noch van de antithese veel weten. Dit laatste blijkt duidelijk bij de uiteenzetting van het drieërlei doel, dat met de uitgave van het weekblad wordt beoogd. Na betoogd te hebben, dat politieke belangstelling plicht is, en Christelijke politiek eisch is, wijst de redactie op tweeërlei gevaar.
Van dit tweede gevaar - schrijft ze : Ons volk behoort nog immer voor verre en verre het grootste deel tot de gedoopte Christenheid. Veel lauwheid, twijfel, ongeloof doen dit feit geenszins te niet. Zoo nu op politiek gebied al scherper grenslijn wordt getrokken tusschen hen, die wel en hen die niet op staatkundig gebied van positief Christelijke beginselen willen uitgaan, dan wordt zoo licht door heel het volk een grenslijn van geloovigen en ongeloovigen getrokken. Dit vermindert de beteekenis van het nog immer tot de gedoopte Christenheid te behooren, geeft licht scheuring, waar die niet noodig was en verzwakt soms de verkondiging, de trekkende kracht van het Evangelie.
Ook bij „de Beukelaar", en het wordt onomwonden uitgesproken, staat de antithese in een kwaad blaadje. Die antithese is een gevaar. Wel wordt in het vervolg opgemerkt, dat eene tegenstelling in levensbeschouwing op allerlei gebied, ook op staatkundig terrein niet te loochenen valt, doch die tegenstelling moet nimmer noodeloos worden verscherpt.
Natuurlijk steekt de linksche pers de loftrompet over deze Christelijke stem, die de antithese tot zwijgen wil brengen. Op politiek gebied geen te scherpe grenslijn! Maar, zoo zouden we willen vragen, wie maakt dan toch die antithese? Die tegenstelling tusschen de Christelijke en de moderne levensbeschouwing is geen uitvinding van den een of den ander. Zij is er en met die antithese valt te rekenen.
En wat nu het scherper maken van die tegenstelling aangaat, dit te bewerken ligt niet aan ons, maar het is de .geest des tijds die de klove tusschen beide levensbeschouwingen steeds grooter maakt. Daarom kan van een verscherpen der antithese onzerzijds geen sprake zijn. Maar allicht leidt het kunstmatig binnen de perken houden der tegenstelling tot verflauwing der grenzen. Zal het daartoe met „de Beukelaar" komen ? Wij hopen 't niet! Maar vreezen !
Wat nu? Er is in de pers nog heel wat te doen over de beruchte republikeinsche openingsrede van den voorzitter van den Bond van Nederlandsche onderwijzers, en waarvan wij : de vorige week gewag maakten. Vooral de oude garde van de palstaandérs voor de openbare school benevens de „ Hoofden" hebben 't er druk over.
Dat de godsdienstige neutraliteit voor het openbaar onderwijs bestaat, dit is naar hun oordeel goed, maar staatkundige neutraliteit, gelijk ze in de neutraliteitsmotie op Kerstdag werd aangenomen met de bedoeling om ten aanzien van het onderwijs in de school noch voor het koningschap noch voor de republiek partij te kiezen, dus zich ten opzichte van die begrippen onverschillig te toonen, zie dat is verkeerd en uit den booze.
Van de leuze, dat het openbaar onderwijs vrij moet zijn van elk staatkundig en godsdienstig dogma, mag alleen het laatste deel worden onderschreven, doch moet wat het staatkundig dogma betreft, de gedachte van neutraliteit beslist worden tegengestaan. De motie destijds door de Hoofden van openbare scholen aangenomen, blijft nog steeds van kracht n.l. de stelling, dat het openbaar onderwijs vrij moet zijn van alle godsdienstig en politiek dogma, moet naar den vorm, waarin zij vervat is, worden aanvaard, maar behoort naar de beteekenis, welke er wel eens aan wordt toegekend, met beslistheid te worden afgewezen.
Zoo is de openbare school van den Bond van Nederlandsche onderwijzers niet meer die van de andere „palstaanders." Voor de laatsten draagt het instituut een geheel ander karakter dan de de sociaal-democratische beginselen, welke de eersten er in willen leggen. De openbare school blijve liefde en gehechtheid kweeken voor het Oranjehuis.
Nu geven we voetstoots toe, en wij gelooven dit, dat er onder de voorstanders der openbare school nog velen gevonden worden, die goed en bloed zouden veil hebben voor Koningin en Vaderland. Maar daarnaast zouden wij dit willen vragen, is het beginsel, waarvan bet openbaar onderwijs uitgaat met de bevoorrechte plaats, die de openbare school gedurende tientallen van jaren onder ons volk innam, niet oorzaak geworden van den geest, die thans onder een groot deel van ons volk en onder de onderwijzers leeft? Door het maken van de openbare school tot een secteschool der modernen, en waarop voor het Woord Gods geen plaats was, heeft men èn op onderwijzers èn op kinderen een invloed uitgeoefend, die zich in revolutionaire richting moest komen te ontwikkelen. Op de school voor God geen plaats, kon men dan verwachten, dat het gezag zou hoog gehouden worden ?
En daarnaast kwam, dat de coryphéeën (mannen van groot aanzien) onder de vrijzinnigen zich ten opzichte van de Kroon uitdrukkingen veroorloofden, die bij het volk allen eerbied voor de Overheid moest doen teloor gaan. Men herinnert zich uitdrukkingen als „ornament" en „vliegwiel" als bepalingen van het hoogste gezag ; en hoe men zelfs over de Koningin sprak, als over de meest begunstigde staatsdienaresse. Is het nu wonder, dat als de kinderen des volks op zulke wijze geleid en voorgegaan worden, er een geest geboren wordt van vijandschap die ten slotte er toe komt, om het uit te roepen „laat ons de banden verscheuren en de touwen van ons werpen."
Intusschen, de voorstanders van het openbaar onderwijs zitten hun openbare school. Eenerzijds staan, de sociaal-democraten, die de arbeiders oproepen, om den Bond van Nederlandsche onderwijzers te steunen en te schragen, en op te komen voor het vrij doen blijven van het openbaar onderwijs van elk staatkundig en godsdienstig dogma, en anderzijds verzamelen zich andere warme voorstanders , van de openbare school, om plannen to beramen tot vernietiging der actie van de bondsmannen en te komen tot eene school, die weer de liefde zal krijgen van het Nederlandsche volk.
Wat van dit alles worden zal, wij voor ons kunnen dit kalm afwachten. Metterdaad behoort er iets tot breideling van den verkeerden geest, op de openbare school to geschieden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 januari 1910
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 januari 1910
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's