De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het kerkelijk leven.

Waarheidsvrienden. Art. 171. Scheiding van kerken en staat. Geen „slapende wet. Misdaad en lectuur.

11 minuten leestijd

Waarheidsvrienden.

Onze Ned. Herv. Kerk is diep weggezonken in onverschilligheid, modernisme en vervloeiïng.

Onverschilligheid noemen we allereerst. Deze is misschien de ergste aller kwalen, Wanneer iemand met gloed voor zijn overtuiging, zij het ook eene in ons oog verkeerde overtuiging, strijdt, zoo maakt dit indruk, en spreken we onwillekeurig: , , Ik ben het ganschelijk niet met hem eens, doch zijn ijvervuur is mij tot voorbeeld " Edoch is er weerzinwekkender gemoedstoestand denkbaar dan die van het noch heet noch koud zijn? Hiervan zegt de Koning der Kerk: „Ik zal u uit mijnen mond spuwen." Toch zijn duizenden, die nog krachtens Doop of lidmaatschap tot onze kerk behooren, hieraan overgegeven; ze jagen naar geld en goed, eer of genot, doch bekreunen zich om godsdienst of kerkelijk leven niet.

Het modernisme kleeft dit kenmerkende aan, dat het de door ons beleden Godheid van den Christus ontkent, van de verzoening der zonde van Gods volk door Jezus' lijden en bloedstorting niet weten wil, - en in het religieuse leven de zedeleer schier geheel op den voorgrond schuift. — Korten tijd schitterde het modernisme in de kerk als een hel-lichtend vuurwerk, dat de massa verbaasd deed toestroomen, doch spoedig verloor het zijne bekoring, zoodat heden ten dage de beste sprekers onder de modernen slechts een klein getal getrouwe hoorders vermogen te trekken. Vat op het volk kreeg het modernisme niet ; op veel meer dan negatieven invloed bogen kan het niet.

Zeer ernstig te rekenen valt met hen, die we noemen „doorvloeiers." Dezen zijn van huis uit meest orthodox, doch geraakten onder den meezuigenden invloed der dusgenaamde wetenschap, gingen concessies aan deze wetenschap doen, verslapten of gaven enkele rechtzinnige leerstukken prijs, doch houden in hoofdzaak vast aan Jezus' voldoening voor de zonde, en wel, naar de meeste hunner met niet weinig nadruk leeraren, voor de zonden van alle menschen.

Gelijk van zelf spreekt, kan men onder de hoofddwalingen zelve in onze kerk weer tal van nuancen en schakeeringen opmerken.

Evenwel door 's Heeren ontferming en genade is er ook nog Gereformeerd volk, zijn er nog waarheidsvrienden in den boezem onzer Kerk, die hare schoone belijdenis hartelijk liefhebben, oprecht bekennen en vurig naar haar herstel begeeren. Mocht dit volk, waarvan er zich haast in alle steden en dorpen nog bevinden, die de geestelijke nakomelingen zijn onzer Gereformeerde vaderen, zich maar veel één gevoelen en aanraking met elkaar zoeken te verkrijgen ! Ze zijn voor ons de levende getuigenissen, dat God de Heere der Kerk den scheldbrief nog niet gegeven heeft, en moedigen ons aan met ijver en trouw het goede voor haar te zoeken. Geve de Heere door Zijnen geest aan dit volk gebedsgenade en wijsheid en geloof, hoop en liefde ook in opzichte van ons kerkelijk bestaan, opdat we onder Christus' banier den weg van Reformatie, d. i. Kerkherstel betreden !

Sint Maartensdijk, A. Prins.

Art. 171.

Het staat te bezien, of bij de aangekondigde Grondwetsherziening ook art. 171 onder den hamer zal komen.

De bekende motie-Donner heeft wel voor een tijdlang den strijd over dit artikel beëindigd, in zooverre toen het standpunt werd ingenomen om geen nieuwe gelden meer krachtens dit artikel toe te staan; maar die motie mist uiteraard alle bindende kracht en kan het tweede lid van dit artikel niet van zijn kracht berooven.

Vooral de verdubbeling van het zielental in onze groote steden, roept telkens om voorziening. Van daar nu weer het voorstel, om f 1700 meer uit te trekken voor de Herv. Kerk te Rotterdam. De drang om het tweede lid toe te passen is onder deze constellatie op den duur niet te keeren.

Toch voelt men dat 't zoo niet blijven kan. Rekent men toch naar de behoefte, dan moet ook, waar de behoefte afneemt, bezuinigd worden.

Let b.v. op de Waalsche Gemeenten. Ze zijn i6 in aantal. Ze tellen saam niet meer dan ca. 10-duizend leden en toch worden 23 predikanten van dit kleine groepje, mêe van Regeeringswege gesalarieerd, d. w. z. éen predikant op de 450 leden.

Zelfs zijn er in Amsterdam 4, in den Haag 3 en in Rotterdam 3 predikanten op een klein aantal leden, dat in 't minst niet in evenredigheid staat tot de predikantsplaatsen bij de N. H. Kerk in dezelfde steden. Waar dan nog bij komt, dat in verreweg de meeste plaatsen bijna het geheele gehoor, dat opkomt, even zoo goed Nederlandsch verstaat, alleen den Haag, en, elders een enkele gouvernante uitgezonderd. Oudtijds hadden deze Waalsche Gemeenten een zin. Thans niet meer. En nog steeds minderden ze. Sinds 1869 met 3.90 pCt. Wil men nu aan den eenen kant, naar gelang van de klimmende behoeften verhoogen, waarom zou men dan op ander gebied, waar de behoefte daalt niet kunnen verminderen?

Vergelijkt men naar het zielental in den Haag, dat der N. H. Kerk en dat der Waalsche Gemeente, zoo zou éen predikant nog op lager zielental komen; en er zijn er drie. (De Standaard».)

De Waalsche kerken, 16 in getal, ontvangen per jaar ongeveer 36 duizend gulden Rijkstractement. Arnhem, tellende 162 leden, f 1050 per jaar; Middelburg, tellende 83 leden, f 1200 per jaar; Zwolle, tellende 57 leden, f 400 per jaar (en nog f 600 van de burgerlijke gemeente per jaar); Groningen, tellende 58 leden, f 1300 per jaar; Breda, tellende 84 leden, f 1000 per jaar; 's Hertogenbosch, tellende 44 leden, f 1200 per jaar; Maastricht, tellende 48 leden, f 1600 per jaar.

Stel daar nu tegenover de Herv. Gemeente, van Hilversum, tellende 10000 leden, ontvangende .... f 800 per jaar; of Dwingelo, tellende 2000 leden, ontvangende f172 per jaar; terwijl Hoogeveen, tellende 7000 leden, per jaar f 1200 ontvangt en Apeldoorn met 15 duizend leden.... f 480 Rijkstractement (plus f 900 van H, M. de Koningin.)

Groeiende dorpen en steden houden hun deel van ouds, dat veel te klein is en gemeenten die minder worden en voor een zeer groot deel geen recht van zelfstandig bestaan hebben, houden hun deel van ouds, dat veel te groot is. Waarom moet er te Arnhem, Zwolle, Breda, 's Hertogenbosch enz. een Waalsche gemeente zijn ? Is dat voor , de Walen" ? Wij betwijfelen het.

En b. V. een Remonstrantsche Gemeente Woerden (die niet meer bestaat - hoogstens zijn er 4 of 5 Remonstranten in Woerden!) Waarom moet daar jaarlijks f 300 Rijkstractement voor uitgetrokken worden? In naam voor den predikant van Zwammerdam, die den dienst te Woerden moet waarnemen maar die Zwammerdamsche domine komt nooit in Woerden en heeft er ook niets te doen.

Wij meenen, dat de kwestie van art. 171 van de Grondwet niet kan blijven rusten, als we meeleven met onzen tijd.

We zijn dan ook bepaald nieuwsgierig, wanneer het voorstel om f 1700 per jaar aan Rotterdam uit te keeren voor de Herv. Gem. aldaar aan de orde zal komen, hoe de Regeering dat zal verdedigen en wat er door de verschillende leden in de Kamer over gezegd zal worden.

Komt Rotterdam - en terecht! - dan komt ook Amsterdam. En komt Amsterdam dan komt ook Dordt. En als Dordt komt dan komt ook Rome.

En wat dan met de Gereformeerde Kerken van '34 en '86?  Of moet Woerden voor de Remonstrantsche Gemeente van 4 leden f 300 per jaar Rijkstractement ontvangen en de Gereformeerde Kerk te Woerden met 600 leden niets?

Zou er ook misschien een geheel nieuwe regeling in deze noodig zijn? We vragen maar.

In het Geref. Weekblad van 4 Dec. '09 No. 49 schiijft Dr. de Lind van Wijngaarden het volgende pakkende stukje, dat wij hier gaarne overnemen. Enkele woorden hebben wij diiidelijkheidshalve even onderstreept. 'tStukske luidt aldus :

Scheiding van kerken en staat.

Onlangs heeft de groote Raad van Bazel een voorstel aangenomen, de regeering uitnoodigende om de kwestie van de scheiding van kerken en staat te regelen. De Bazelsche regeering heeft nu tegen den 25sten dezer een buitengewone vergadering van dien Raad bijeengeroepen, om haar het verslag over de zaak voor te leggen.

Dit verslag besluit tot volledige scheiding. De hervormde kerk zal de kerken, pastoriën en goederen ontvangen, waarvan zij het vruchtgebruik had. De katholieke kerk krijgt dergelijke gebouwen in eigendom en een kapitaal van 150, 000 frs. uit openbare middelen. De joodsche gemeente, die hare synagoge al in eigendom heeft, zal een kapitaal van 150, 000 frs. krijgen.

Men twijfelt er niet aan, of de scheiding zal nu spoedig haar beslag krijgen. In Geneve wordt zij ook voorbereid.

Wij kunnen niet anders gelooven of daar zal het bij ons óok op moeten uitloopen. Misschien staat er erger te gebeuren. Dr. Lonkhuizen heeft vroeger al eens voorgesteld om van de goederen onzer kerk zoo iets als een pensioenfonds te maken voor de arbeiders! En al zouden de andere leden der Ger. kerk daar-. voor nu niet te vinden zijn bij onze tegenwoordige staatkundige verhoudingen, toch is dit een stem uit het Geref, kamp, die ons voor de toekomst moet waarschuwen. Bij de radikalen zijn onze middelen óok niet veilig. Die goederen zijn gegeven , .ad pios usus" d. i. voor wat den Godsdienst bevordert. Maar nu is de godsdienst voor den een de humaniteit en gaat volgens hen alleen over de tweede tafel der wet, volgens den ander is het de belijdenis der gereformeerde waarheid enz.

Als nu de humaniteitsmannen in de meerderheid zijn in de Kamer, en daarentegen in onze Herv. kerk het liberalisme steeds meer van zijn gezag inboet, dan spreekt het van zelf, dat die kerk op niet veel welwillendheid te rekenen heeft. Dan kon de tijd wel eens aanbreken dat men eenvoudig een streep haalde door wat nu onze kerk ontvangt. Daarom zou een losmaking van den finantieelen band zeer gewenscht zijn. Wonder, dat, in 't algemeen, men daar nog zoo tegen is. Men wil liever de zaken laten, zooals zij zijn, totdat het te laat is."

In Zwitserland zal dus waarschijnlijk spoedig een afrekening plaats hebben tusschen de Overheid en de kerken, waarbij de kerken in het bezit zullen komen van haar wettig eigendom, terwijl dan verder alle financieele uitkeering van den Staat aan de kerken zal ophouden en de kerken voor zichzelf te zorgen hebben.

Zou dat niet meer naar 't Woord zijn dan de toestanden, waaronder wij nu leven ?

In het. antir. weekblad voor het district Sliedrecht, ' „de Alblasserwaard en Vijfheerenlanden" lezen we :

Geen „slapende" wet.

«De zoogenaamde "theologische faculteit" aan onze universiteiten, waar een Jood, als 't zoo uitkomt, gerust theologie doceeren kan, met een Mohammedaan naast zich als collega-theoloog, is een onding.... daarover zijn tenminste alle orthodoxe christenen 't wel eens! 't Was dan ook niet overbodig, teen in de Wet-Kuyper, die 't Hooger Onderwijs verder regelde, een bepaling voorkwam, dat binnen bepaalden termijn die theologische faculteit nader bij de Wet moest geregeld worden.

Nu is die tijd lang óm. Maar geen voorstel is ingediend. Zelfs is er geen in de maak. Dat kan en mag zoo niet!

Thorbecke en de zijnen hebben 't indertijd gedaan, om ondanks het bepaalde voorschrift der Grondwet den bepaalden termijn tot indiening van een onderwijswet te laten verstrijken, waartegen Groen van jaar tot jaar toornde... een Christelijk Kabinet mag dat slechte voorbeeld zeker niet volgen.

Een Wet móet worden uitgevoerd.

Of - blijkt ze voor uitvoering onvatbaar - dan moet ze door een nadere Wet worden ingetrokken. Maar stil doen, alsof er geen Wet is, mag eenvoudig niet. De gewone burger, die zoo handelt, loopt leelijk tegen de lamp. Maar dan moeten Regeering en Kamer niet het voorbeeld geven.

Van harte hopen we dan ook, dat ditmaal voor t laatst geklaagd is, dat de wetgevende macht een wettelijk voorschrift eenvoudig "slapen laat!"

Al is 't'misschien in 't begin wat „sterk" uitgedrukt — van harte kunnen wij ons met dit stukske vereenigen. En bedriegen wij ons niet, dan is de oorzaak van dat laten „slapen" te. zoeken in de moeilijkheden, die zich bij deze kwestie voordoen. Moge dat juist een oorzaak worden om tot een gansch andere regeling te komen!

Misdaad en lectuur.

Onder dit opschrift schrijft het roomsche Huisgezin :

Bijna dagelijks leest men in den laatsten tijd van inbraken, overvallen en moorden, door kwajongens gepleegd. En steeds weer komt uit, dat zij tot hun misdrijven zijn aangezet, het plan daartoe bij hen is gerijpt door het lezen van sensatie-verhalen. Hun hersens waren tegen deze bloederig avontuurlijke lectuur niet bestand, zij verloren het evenwicht en werden aangetast door de begeerte, de daden hunner „helden" na te volgen.

Voor alle ouders is hieruit een ernstige les te trekken. Laten zij de detectieve-romans en wat daaraan verwant is uit de handen hunner kinderen houden. Er is betere, edeler en verheffender leerstof te vinden.

En mocht ook de pers algemeen haar verantwoordelijkheid ten deze inzien. Zonder in haar rubriek rechtzaken nu juist de detectieve-lectuur rechtstreeks concurrentie aan te doen, zet zij zich toch te dikwijls tot het detailleeren en ontleden der misdaad op een wijze, die niet geheel zonder gevaar is.

Gevaar voor de zeden, gevaar voor verstand en wil. De zaak is wel waard dat men er zijn aandacht aan wijdt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 januari 1910

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 januari 1910

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's