Uit het kerkelijk leven.
Aan „De Heraut" enz. -„ Sonnevanck."- Onze Chr. Jongelings-Vereenigingen. - Een opwekking te meer! Goede opleiding. „Er niet aan toe."
Aan „De Heraut" enz.
Zéér dankbaar zijn wij, dat „de Heraut", „de School m. d. Bijbel", „de Geref. Kerk", „de Nederlander" en „de Rotterdammer" in de laatste weken van „de Waarheidsvriend" notitie hebben willen nemen en naar aanleiding van een of ander artikel iets hebben medegedeeld of iets hebben gevraagd.
Wij waardeeren deze belangstelling zéér. En gaarne willen wij — desgevraagd — steeds zoo spoedig mogelijk van antwoord, inlichting enz. dienen.
Voor 't oogenblik gunne men ons evenwel nog een weinig tijd, daar we eerst, ook déze week, nog met de gewone copie wilden doorwerken.
Zij er steeds een goede toon onder ons en onderlinge waardeering!
„ Sonnevanck."
„Sonnevanck" bij Harderwijk kent iedereen!
't Is het Sanatorium, waar reeds zooveel zieken (tuberculoselijders) vriendelijke verpleging hebben genoten en waar een Christelijke geest heerscht — iets wat vooral in zieke dagen van zoo groot belang is. Wat kan dan meer troost geven dan het Woord des Heeren?
Daarom verblijdt het ons wanneer wij telkens mogen hooren, dat het „Sonnevanck" goed gaat. Te meer daar er zoo vreeselijk veel lijders aan tuberculose zijn!
Maar nu rust er altijd nog schuld op deze inrichting.
En daarom vraagt „de Vereeniging tot Christelijk hulpbetoon aan Tuberculoselijders" hulp aan de meer gegoede Christenen, bij wijze van geldlening à 4 %. Zie de advertentie.
Waar kan men z'n geld beter voor gebruiken ? Het geld der Christenen in den dienst van Christus besteed, heerlijk ideaal! Heel wat meer verheffende gedachte, dan dat tal van Christenen hun geld in Amerikaansche papieren steken en dan .... bankroet gaan! Ach! dat speculeeren!! Ook onder Christenen!
Onze Chr. Jongelings-Vereenigingen.
Van de Redactie van „het Jaarboekje van den Nederl. Bond van Jongel. ver. op Gereformeerden grondslag" mochten wij een exemplaar ontvangen ter bespreking in de „De Waarheidsvriend". '
Wij grijpen deze gelegenheid gaarne aan om over de Chr. Jongelings Vereenigingen in het algemeen en over het Jaarboekje in het bizonder iets te zeggen, wat ons al lang op op't hart lag. Het wordt méér dan tijd, dat wij in onze kringen ons oog óok laten gaan over de Chr. Jongel. Ver. en dat wij ook hierin' gaan acht geven op de teekenen der tijden en gaan begrijpen wat die Chr. Jongel. Vereenigingen, onder goede leiding, voor onze Hervormde (Gereformeerde) Kerk kunnen uitwerken.
De zonen onzer Gereformeerde gezinnen, die door hun werkzaamheden niet verhinderd worden, moeten naar de Jongel. Vereeniging. Zeker ! eerst naar de Catechisatie. Maar dan óok op een avond der week naar de Jongel. Vereeniging!
't Is daar een schoone gelegenheid om te leeren onderzoeken, om te leeren vragen, om te leeren antwoorden, om te leeren spreken, om te leeren voorlezen — alles in betrekking tot de dingen van Gods Koninkrijk en in betrekking tot Gods wondere wegen met kerk, school, staat en maatschappij. Daar is al véél gedaan voor onze Jongelings-Vereenigingen. Door predikanten, ouderlingen, onderwijzers. Maar méér nog moeten onze Jongel. Ver. geholpen worden. Ouderen en *wijzeren moeten zich méér nog met hen gaan bemoeien, om hen vooruit te brengen.
De wereld staat overal met uitgebreide armen om onze jongelingen, in den schoonsten tijd van hun leven, toe te roepen : kom tot mij en schep vreugde in het leven!
En ziet, dan ligt daar het Woord des Heeren: „Gedenk aan uwen Schepper in de dagen uwer jongelingschap !"
O ! dat er toch gewaakt en gebeden worde voor 'onze jongelingen! En dan moet ook geholpen worden!
Onze jongelingen moeten worden toegerust, om des Heeren wegen te leeren kennen, om des Heeren inzettingen te leeren verstaan, om in 's Heeren wegen te wandelen, om van 's Heeren deugden te spreken, om voor 's Heeren zaak te strijden.
Onze jongelingen van 16—23 jaar zijn in de schoonste jaren huns levens.
Dan is het de tijd om samen te spreken over de beginselen, die naar Gods Woord zijn, geldend voor alle terrein des levens. Dan moeten ze Gods Woord leeren lezen en bespreken; dan moeten ze in kennis komen met de 'wondere wegen des Heeren, gehouden met Zijn kerk, gehouden met ons Vaderland. Dan moeten ze leeren inleven in de worstelingen onzer vaderen en toegerust worden om zelf in de toekomst te wandelen in de beproefde wegen des Heeren.
O! onze kerk, ons land en ons volk kan, in den middelijken weg, van onze tegenwoordige jongelingschap over 10 jaar zoo'n heerlijk profijt trekken, 'als wij nu onze roeping maar verstaan mogen !
Gaarne willen wij dan ook opwekken om hier en daar, om overal waar 't mogelijk is, een Chr. Jongel. Vereeniging op Geref. grondslag op Ie richten. Gaarne willen we —desverlangd — met raad en daad helpen en bijstaan.
Gaarne willen we voorlichten omtrent boeken, noodig voor de bespreking van Gods Woord, van Kerk-en Vaderl. geschiedenis — ook omtrent boeken voor de bibliotheek.
Onze Gereformeerde Jongel. Vereenigingen zijn waard geholpen te worden.
En ze kunnen voor het kerkelijk en maatschappelijk leven van de grootste beteekenis worden, indien ze goed worden geleid.
Komt, laat ons dan ook hier eens aan 't werk gaan.
Dat de liefde tot de zaak des Heeren én de liefde tot onze Hervormde (Gereformeerde) Kerk ons aanvuren mag.
Gaarne zullen we ook in deze in ons blad onze belangstelling toonen en tot hulp bereid gevonden worden.
En nu over „het Jaarboekje" iets.
't Ziet er aardig uit. 't Is net uitgevoerd en het bevat veel merkwaardigs, betrekking hebbend op het vereenigingsleven van onze Christen jongemannen.
Zoo staat er b. v. in dat 548 vereenigingen, samen met 11.382 leden, zijn aangesloten bij den Bond van Jongelingsvereenigingen op Gereformeerden grondslag, waarvan het Bestuur en de Raadslieden, benevens de Redacteuren van het Jongelings-Week blad, allen behooren tot „de Geref. Kerken".
Voorts bestaat het Nederlandsch-en Friesch Jongelingsverbond nog, samen met 500 vereenigingen en ruim 11.000 leden.
Dan is er nog „een Bond van Chr. Geref. Jongel. Vereenigingen" tellende 16 vereenigingen met 350 leden — terwijl er voorts nog 200 vereenigingen met nagenoeg 4000 leden zijn, die bij geen Bond zijn aangesloten. Wat een breede schare van jongelingen, die het Vereenigingsleven liefhebben!
Bijna DÉRTIGDUIZEND in getal. Wie durft dat nu verachten? Wie durft zijn oog afwenden, zijn hand terug trekken ?
En als we ons dan niet vergissen, dan ligt er voor de Gereformeerden in de Ned. Herv. Kerk hier een breed veld braak. Dan is liet hier de plaats, waar ons wordt toegeroepen: de hand aan den ploeg!
Zeggen die 200 Vereenigingen met nagenoeg 4000 leden, die hij geen Bond zijii aangesloten, ons niets?
Zouden dat geen Vereenigingen kunnen zijn, die bezwaar hebben om zich aan te sluiten bij het Nederlandsch Jongeiingsverbond, omdat daar het beginsel niet gereformeerd is — maar die óok bezwaar hebben zich te vereenigen met den Bond op Geref. grondslag, omdat het daar alles in handen is van hen, die van onze kerk zijn uitgegaan en daar geen middel onbeproefd wordt gelaten „om zieltjes te winnen" voor hun kerken, vooral onder de jongelingen?
En ziet, is het dan onze roeping niet, om te komen tot een Nederlandsch-Hervormden Bond van Jongelings Vereenigingen op Gereformeerden grondslag?
Laten wij ons toch niet schamen om, waar het pas geeft, onze liefde voor de Waarheid en onze liefde voor onze Herv. Kerk te openbaren.
De Lutherschen hebben hun Bond — de Chr. Gereformeerden hebben hun Bond — de mannen van de vereenigde Geref. Kerken hebben hun Bond — de Friezen zelfs hebben hun Bond.
Wordt het niet meer dan tijd, dat de Hervormden, die de Geref. Waarheid niet minder liefhebben dan zij die van ons gescheiden leven, óok in deze gaan doen, wat op hun weg ligt?
Om óok Jongelingen samen te brengen wier begeerte het is, om te onderzoeken, te bespreken, te bepleiten, te verdedigen wat, naar uitwijzen van Gods Woord, zoo allernoodzakelijkst is voor Kerk, Staat eïi Maatschappij?
Al gaat het dan misschien nog niet zoo vlot in den beginne, dat moet ons niet ontmoedigen.
De mannen van „de Geref. Kerken", die nu op een Bond van ruim 500 Vereenigingen mogen zien, hebben ook niet altijd op rozen gewandeld; — maar ze hebben volgehouden!
In 1883 begon men. Maar 't mislukte. In 1888 (twee jaar na de doleantie) begon men opnieuw en nu met nieuw vuur en nieuwen ijver, onder leiding van den heer, J. E. Vonkenberg, student aan de Vrije Universiteit. Er sloten zich slechts 6 Vereenigingen aan.
In 1889 waren er 9 Vereenigingen. In 1890 waren er 43, in 1891 reeds 86 — en nu in 1910 zijn er 548 met 11382 leden.
Wie begint onder ons nu eens? Niet om weer te verscheuren, te verdeelen enz. enz. Neen, uit liefde tot de Waarheid en onze Hervormde (Gereformeerde) Kerk. Samenwerken waar mogelijk is. Naast elkaar optrekken waar het eisch is. Verstaande wat de Heere óns te zeggen heeft, op óns terrein. Wie begint eens?
Als er van de 200 nergens aangesloten vereenigingen met 4000 leden eens een paar Vereenigingen, behoorend tot de Herv. Kerk en staande op Geref. grondslag, wilden beginnen, dan volgt het andere wel.
Op ónze hulp kan men rekenen.
Een opwekking te meer!
Toen wij bovenstaand geschreven hadden, lazen wij in „Nieuw Leven", orgaan van den Nederl.*Protestantenbond, ongeveer het volgende:
„wat wordt dat een macht, die 30-duizend Gereformeerde jongelingen!
Gij kunt er, vast op rekenen, dat zij allen zich roeren in verkiezingsdagen en dat ze zieltjes trachten te winnen voor hun kerkelijke opvattingen.
Aan Vrijzinnige zijde mag men dit bedenken, maar dan ook na het denken wat doen, om een dam op te werpen tegen zoo'n stroom van Orthodoxie, die ons land tracht te overweldigen".
Zoo'n beschouwing is voor ons een aansporing te meer, om hetgeen wij boven mochten ontwikkelen, als allernoodzakelijkst op het hart te binden van alle Waarheidsvrienden in onze Hervormde (Gereformeerde) Kerk!
Gewaarschuwd.
Liebknecht, de bekende Duitsche socialist, heeft onlangs gezegd : „de school moet strijden tegen de kerk en de schoolmeester tegen den geestelijke, zóó zullen we ten slotte door de opvoeding der jeugd bewerken, dat er geen godsdienst meer bestaat!"
Een gewaarschuwd man geldt voor twee.'Laten we dus oppassen voor de school. En laten we oppassen voor de schoolmeesters. Laten we in den weg van onze vaderen gaan wandelen, die in art. 21 van de Dordtsche Kerke-orde hebben voorgeschreven : „ De Kerkeraden zullen alom toezien, dat er goede schoolmeesters zijn, die niet alleen de kinderen leeren lezen, schrijven, spreken en vrije kunsten, maar ook dezelve in de godzaligheid en in den Catechismus onderwijzen".
Wij moeten overal scholen met den Bijbel krijgen, waar in Gereformeerden zin onderwijs gegeven wordt en waar de Catechismus niet ontbreekt.
Ons volk moet, gelijk van ouds, gedrenkt worden met de melk der Gereformeerde religie!
Goede opleiding.
„Geen prediking zonder predikers en geen predikers zonder scholen waarin zij worden onderwezen en opgevoed. Vroeger zijn er velen op buitengewone wijze geroepen en met buitengewone gaven toegerust, maar opleiding en opvoeding aan de Hoogescholen is noodig.
Onze Vaderen, waren sterk voor een degelijke, opleiding aan de Hoogescholen en waren op het stichten van zulke scholen bedacht. De Gereformeerden zijn het met onze vaderen eens en stellen hoogen prijs op een degelijke en wetenschappelijke opleiding van de aanstaande bedienaren des Woords. Spreekt de Cat. in Zondag 38 van „scholen onderhouden" dan denken de Gereformeerden aan Hoogescholen of aan Universiteiten, doch daaraan denkende, doen wij het ook aan het Christelijk onderwijs op de lagere school.
„Goede predikers, goede hoorders."
Wijlen Ds. J. BAVINCK.
„Er niet aan toe."
Ds. Fernhout te Utrecht is zoo vriendelijk telkens z'n aandacht te schenken aan de Ned. Herv. Kerk en over die Kerk dan te schrijven in de „Utrechtsche Kerkbode", weekblad voor de Gereformeerde Kerken in de Provincie Utrecht.
Nu hebben wij aan Ds. Fernhout geen aangename herinnering. We zullen zeggen waarom. Als „jongeling" mochten wij indertijd de Bondsvergadering van de Geref. Jongelingsvereenigingen in Tivoli te. Utrecht bijwonen, waar Ds. Fernhout oók sprak. En toen sprak hij zóo over de Herv. Kerk, dat we dat nooit vergeten hebben, 't Bloed kruipt waar 't niet gaan kan!
En Ds. Fernhout is sinds dien tijd niet veranderd.
Nu zouden wij daarover niet spreken, als Ds. Fernhout in de „Utrechtsche Kerkbode" van 5 Febr. jl. zich niet beleedigend had uitgelaten over „De Waarheidsvriend."
Want handelend over het artikeltje „Het verschilpunt" (zie No. 6 van „De Wairheidsvriend") waarover „De Heraut" onlangs schreef, daarbij op waardige wijze op informatie uitgaande om , meer licht" in deze van ons te mogen ontvangen — is Ds. Fernhout zoo „waardig" om heel „vriendelijk" bij voorbaat te beslissen: „we vreezen, dat het licht van „ De Waarheidsvriend" niet al te helder zal schijnen."
Dat is echt op de manier van Ds. Fernhout, wanneer deze staat tegenover een Hervormd mensch!
't Schijnt een heele kunst te zijn om tegenover een Hervormd mensch "waardig" zich te gedragen; een kunst, die Ds. Fernhout blijkbaar — tot onzen spijt — nog niet verstaat!
Nog iets anders. Ds. Fernhout kan de Herv. Kerk nu eenmaal niet uitstaan.
En ook de Gereformeerde leer, die in de Herv. Kerk te Utrecht en elders gebracht wordt (wij denken aan de preeken van Ds. Gravemeijer, Dr. de Lind, Ds. Gewin, Ds. Leenmans enz.) kan , hij niet dulden. Want een man is bij hem gekomen en, ' sprekende over de Geref. leer in de Herv. Kerk, heeft die man tot Ds. Fernhout gezegd: „Och, Dominé, die menschen zijn over 't gereformeerde heen!"
En ja.... dat „over 't gereformeerde heen!" heeft den dienaar des Woords bij de Geref. Kerken zóo getroffen, dat hij boven het stukje, dat aan de bespreking van het artikeltje uit „De Waarheidsvriend" gewijd is, met vette letters heeft laten drukken: „ER OVER HEEN."
Vreeselijk! Maar als wij nu óok eens van mannetjes en vrouwtjes uit „de Geref. Kerken" gingen vertellen, die ons zeiden: „Och, Dominé! er zijn bij ons zooveel predikanten, candidaten, ouderlingen, gemeenteleden, die nog niet aan 't Gereformeerde toe zijn" — wat zou Ds. Fernhout dan van zulke „praatjes" zeggen? En die praatjes zijn „historisch". Maar op zulke „praatjes" bouwt men geen artikel in een „Kerkbode."
Daarom doen wij er onder protest het zwijgen toe!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 februari 1910
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 februari 1910
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's