Een stemme Gods.
Jer. 3:21—25.
Daar klinkt een stem, een stem van Boven, en 't volk van Isrel weent en beeft, omdat het zich zijn schat liet rooven en God, zijn Heer, vergeten heeft.
Zou dat de stem des Heeren wezen: „Keer weer, gij afgekeerd geslacht; 'k zal van de dwaling u genezen; vergeet Me, — Ik heb aan u gedacht? "
Een stemme Gods! — Hier zijn wij, Heere; wij komen tot U; wij verstaan: U, U alleen behoort al de eere: Gij zijt de Heere; o, neem ons aan!
Al wat wij van de heuvlen vergen, 't is al vergeefs; 't gaat alles feit; zelfs wat wij wachten van de bergen; alleen in God is Isrels heil.
Nog heugt ons uit de prille jaren hoe door der vaadren vlijt een zee van schatten ons beschoren waren aan bloeiend kroost, aan have en vee.
De schaamte heeft dien schat verslonden; nu liggen we in die schaamte neer; de schande is 't loon van onze zonden en onzer vaadren voor den Heer'.
Dat is het loon, ons toegevallen van jongs af; ons ellendig lot tot heden toe, omdat wij allen niet hoorden naar de stem van God.
Een stemme Gods! — Hier zijn wij, Heere; wij komen tot U; wij verstaan: U, U alleen behoort al de eere: Gij zijt de Heer'; neem weer ons aan!
Herwijnen, Febr.. 1910.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 februari 1910
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 februari 1910
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's