Uit het kerkelijk leven.
Groen of blauw?
Dezer dagen werd ons gezonden een mededeeling of jaarverslag van „onze groene preeken", uitgegeven door „het genootschap Christelijke heiliging van den Zondag", waarin wij lazen dat de oplaag van 8000 ex. gedaald was tot 5600.
Voorwaar een teeken des tijds meer. Niet alleen bij het gesproken, ook bij het geschreven woord is het merkbaar, dat men het met de „ethische" prediking niet meer doen kan.
Wij kunnen dan ook niet zeggen dat deze mededèeling ons bedroefd heeft. En dit zeggen wij niet uit een soort van leedvermaak, maar omdat wij al sinds jaren met verbazing uitriepen als wij die „groene preeken" ter hand namen: wat is het toch droevig dat deze bitter oppervlakkige lectuur toch in zoo grooten getale verspreid wordt!
't Was ook een van de redenen, waarom wij goed drie jaar geleden onze. uitgave „Tot de Wet en tot de Getuigenis" de wereld inzonden.
En we nemen.en deze gelegenheid te baat om de vrienden der waarheid nog eens te wijzen niet op deze groene maar op onze blauwe preeken van den bekenden Maassluischen uitgever, die het lang nog niet tot 5600 exemplaren gebracht hebben, en die het om der wille van de waarheid toch zeker eerder verdienen.
In onze gemeente komt het mij telkens bij den arbeid in de wijk en onder de kranken voor, dat er heilbegeerigen zijn, die aan huis of ziekensponde gebonden zijn en inet groot genoegen week aan week lezen een preek van „Tot de Wet en tot de Getuigenis."
En dat zal toch zeker niet alleen voor deze gemeente gelden, maar in alle andere plaatsen zullen er toch ook wel zijn, die van een „waar" woord gediend zijn en bij gemis aan de levende prediking, gaarne een uitgeschreven preek zouden lezen.
Welnu, wie van de broeders of zusters wil voor de verspreiding van onze preeken eens wat doen ? Wie, die nog wel 5 cent in de week kan missen voor een armen' kranke, neemt eens een abonnement voor een strijdende ziel en zoekende naar de parel van groote waarde? Zijn dominé zal er wel een adres voor weten, en een of andere catechisant zal haar wel mee willen nemen op den weg naar huis.
Zend uw bestelling aan den Maassluischen Boekhandel te Maassluis en schrijf dan dat ge geen groene, maar blauwe hebben moet van „Tot de Wet en tot de Getuigenis!"
De strijd om reeht. Voor de Afd. der Vereeniging van vrijzinnig-Hervormden in Z.-Holland te Gouda trad onlangs op Ds. K. Nobel uit Kedichem met het onderwerp: „de strijd om recht in de Ned. Herv. Kerk." In zijn rede zei spreker o. a. dat er door Vrijzinnigen zoo weinig belang gesteld werd in de dingen die op kerkelijk terrein gebeuren; men kijkt er niet naar om; men bemoeit zich niet met de verschillende stroomingen op godsdienstig gebied; men weet niet hoe de Kerk bestuurd wordt enz. enz. Daar moest verandering in komen! Met de verhoudingen op kerkelijk gebied stond het voor de Vrijzinnigen in de Ned. Herv. Kerk niet zoo mooi. Spreker wees er op, dat in de 44 classisvergaderingen, die in ons land jaarlijks worden gehouden, maar weinig vrijzinnige stemmen opgaan. In 31 valt voor de vrijzinnigen niets te hopen.
Sprekende over de verdeeling der Kerk in ringen merkte ds. Nobel op, dat van de 138 ringen waarin ons land verdeeld is, in 45 geen enkele vrijzinnige predikant staat. Slechts 1 ring is geheel vrijzinnig n.l. Hoorn.
Wat het aantal vrijzinnige predikanten betreft staat de provincie Noord-Holland boven aan. Van de 1356 gemeenten der Herv. Kerk worden door vrijzinnige predikanten slechts 337 plaatsen vervuld met nog 24 vacatures.
Volgens ds. Nobel zal de voor de Vrijzinnigen ongunstige verhouding misschien binnenkort nog erger worden.
Spreker legde ook den nadruk op het feit, dat in gemeenten als b. v. Amsterdam en andere geen enkele Vrijzinnige predikant staat. Te Leiden is nu door de Vrijzinnigen een eigen predikant geplaatst die echter in een lokaal moet optreden.
Als eerste eisch noemde ds. Nobel, dat de Vrijzinnigen zouden verkrijgen een voldoend aantal jonge candidaten van vrijzinnige beginselen; en met ernst wekte hij de aanwezigen op, om, waar het mogelijk mocht zijn, mee te werken tot versterking van het vrijzinnig element in de Hervormde Kerk.
Tot zoover het verslag van het Goudsche Dagblad van 1 Febr. j.l.
Van het recht der Vrijzinnigen in de Herv. Kerk hebben wij, in bovenstaand verslag, niet veel gelezen.
Maar de bedoeling van Ds. Nobel zal wel geweest zijn, dat de Vrijzinnigen krachtens hun beginsel recht hebben om in de Ned. Herv. Kerk te wonen en dat hun recht door de orthodoxen schandelijk wordt te kort gedaan, waarbij de Vrijzinnigen nu worden opgeroepen hun rechtvaardige positie te handhaven en te verdedigen, zoo mogelijk tot meer eere te brengen.
WeJnu, laten wij dan nog eens mogen vragen: waarop gronden de Vrijzinnigen met hun moderne beginselen toch het recht om een plaats in de Herv. Kerk te vragen? En waarom achten zij het onrecht wanneer de orthodoxen zeggen: gij behoort in de Ned. Herv. Kerk niet thuis? Wij kunnen het niet verstaan.
Of is onze Hervormde Kerk dan niet van ouds de Christelijke Kerk van Nederland met een positieve, Bijbelsche, Gereformeerde belijdenis, zijnde anti-Roomsch, anti-Remonstrantsch ?
Tegenover Rome, tegenover Pelagius en Arminius staat zij, hebbende als historischen, eenigwettigen grondslag: de gereformeerde belijdenis schriften, zijnde de 3 Formulieren van Eenigheid.
Waar halen dan de Modernen, de Remonstranten, de Pelagianen, de Boeddhisten enz. het recht vandaan om een plaats te eischen in het midden van de Ned. Herv. Kerk? Hun leer is principieel in strijd met Gods Woord, zooals de Herv. Kerk van ouds dat Woord des Heeren beschouwd heeft. Hun beginsel is principieel in strijd met hetgeen de Hervormde Kerk van ouds geleerd heeft in woord en geschrift, in kerkelijke vergaderingen en kerkelijke besluiten.
Waar kan men vinden, dat onze Hervormde Kerk haar Gereformeerde, anti-Roomsche en anti-Remonstrantsche belijdenis heeft afgeschaft? Nergens!
Want niemand zal zoo dwaas zijn om met een ernstig gezicht, als er nog een greintje gevoel voor. historie in het hart gevonden wordt. Ds. Beversluis na te zeggen: '„onder leervrijheid verstaat men den toestand, zooals die in onze Kerk feitelijk reeds van haar begin af (van 1816 af) bestaat".
Wie onderschrijft die onnoozelheid, om te zeggen: de Hervormde Kerk begint in 1816. Dus 1618, het jaar van de Dordtsche Synode, bestaat niet meer! Men moet maar durven! Neen — onze Hervormde Kerk is veel ouder dan het jaar 1816. Onze Hervormde Kerk is er sedert de jaren 1572, 1574 (Synode van Dordrecht) maar vooral sinds 1579, de Unie van Utrecht.
En onze Hervormde Kerk heeft zich nooit anders verklaard dan in Gereformeerden zin, veroordeelend en verwerpend alle beginsel, dat Pelagiaansch, Arminiaansch enz. was. Wie durft ontkennen, dat de Herv. Kerk van 1618, '19, toen Dordrechts Synode saam vergaderde, niet de gereformeerde Kerk was?
Wie durft tegenspreken dat in 1651, toen de Groote Staten-Vergadering in den Haag gehouden werd, onder presidium van Jacob Cats, de Hervormde Kerk niet de Gereformeerde Kerk was? Wie durft betwisten dat de Kerk die in 1672 in stadhouder Willem III haar beschermer vond tegenover de. willekeur der stedelijke regenten, niet de gereformeerde Kerk was?
En ja, natuurlijk, die het feit der zonde en de kracht der dwaling niet ontkent, ontkent óok niet, dat in die dagen de leugenleer telkens probeerde binnen te sluipen.
Maar moeilijk zal ontkend kunnen worden, dat de Kerk onzer Vaderen de gereformeerde Kerk van Nederland was, waar mannen als Amesius, Bogerman, Voetius, Witsius, Mastricht, à. Marck, à Brakel, Smijtegelt, Hellenbroek, Alexander 'Comrie, Appelius enz. de mannen waren, die getrouw aan de Kerkelijke belijdenis, het W oord des Heeren brachten naar het harte van het Sion Gods.
En ja. — vooral na 1750 is er in onze Hervormde Kerk, onder den rampzaligen invloed van Frankrijk bizonderlijk, een diepe inzinking gekomen, tot groote ellende en schade.
Maar de Heere heeft het verhoed, dat de Geref. belijdenisschriften werden veranderd of afgeschaft.
En wil men reglementair zich beroepen op 1816 en de nieuwe organisatie toen door Koning Willem I aan de Hervormde Kerk gegeven, dan kan toch moeilijk beweerd en bewezen worden, dat de Herv. Kerk toen heeft opgehouden een gereformeerde belijdenis te hebben, want immers nadrukkelijk is bij de invoering van de organisatie van 1816 de waarborg gegeven, dat aan de Drie Formulieren" van Eenigheid niet zou getornd worden en dat ieder in de Herv. Kerk in geest en hoofdzaak met die leer moest overeenstemmen, waar a11e besturen acht op geven moesten.
Nu vragen wij, hoe kunnen de modernen die principieel verschillen met Gods Woord en onze Herv. belijdenis schriften, die de historie van onze Herv. Kerk tegen hebben, die volgens de reglementen onzer Herv. Kerk niet geduld mogen worden, hoe. kunnen zij nu met ernst spreken van hun recht in de Hervormde, Gereformeerde Kerk? Wij kunnen het niet verstaan.
En wij belijden dan ook volmondig: principieel, historisch, reglementair — en daardoor moreel missen de Vrijzinnigen alle rechten in de Ned. Herv. (Geref.) Kerk.
En allen die Gods Woord lief hebben en naar dat Woord wenschen te spreken en te handelen, zullen in het midden van onze Herv. Kerk van dat beginsel moeten uitgaan: in onze Herv. (Geref.) Kerk behooren krachtens haar beginsel, haar belijdenis en haar historie de Gereformeerden van Nederland thuis; en onze Herv. (Geref.) Kerk moet zoo spoedig mogelijk weer komen leven onder de Dordtsche Kerkeorde, die in 1816 wederrechtelijk buiten werking is gesteld.
Onze Geref. Kerk, met haar Geref. belijdenis heeft ook een Geref. Kerkenorde noodig — en allen die de Geref. belijdenisschriften haten en tegenstaan behooren in 'onze Herv. Kerk niet thuis. Ze hebben geen principieele rechten, geen historische rechten, geen reglementaire rechten en dus ook missen zij moreel het recht om in onze Herv. Kerk te blijven en daar te spreken en te handelen, eischen stellende die niet gering zijn.
Het onrecht in deze onze Herv. Kerk nu zoo lange aangedaan vraagt om herstel!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 maart 1910
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 maart 1910
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's