Uit het kerkelijk leven.
Jongelings-Vereenigingen.
Het artikel over onze Christelijke Jongelings-Vereenigingen, onlangs in „De Waarheidsvriend" verschenen (en ook afzonderlijk gedrukt en rondgezonden) heeft bij verschillende lezers instemming gevonden. Enkele Jongel.-Vereenigingen en sommige particuliere personen hebben ons bewijzen van sympathie toegezonden en enkele Vereenigingen deden den wensch hooren: „laat er toch zoo spoedig mogelijk werk gemaakt worden van deze zaak, opdat Herv. jongelingen van Geref. belijdenis een eigen Bond mogen krijgen."
Wij willen ons gaarne voor deze zaak geven. Laten nu nog enkele Vereenigingen bewijzen van instemming zenden. Liefst spoedig!
Misschien dat we dan kort na Paschen in Utrecht, in het Militair Tehuis b. v., een vergadering kunnen beleggen waar dan het doel en het nut van ons streven kan worden uiteengezet.
Talm nu niet. Komt, laat ons eens aanpakken! 't Is meer dan tijd. .
Over de School.
In „De School met den Bijbel", een blad dat 2 X per week verschijnt (f 0.75 per 3 maanden), steeds uitnemend geredigeerd en voor alle vrienden van het Christelijk Onderwijs onmisbaar — werd onlangs (in No. 32 en 33) door P. Br. te Z. (een naam ons - gelukkig niet onbekend) vriendelijk gevraagd om ons standpunt ten opzichte van het Christelijk onderwijs een weinig nader te omschrijven.
Niet — of we v6or of tegen Christelijk onderwijs zijn. Want het is den heer P. Br. te Z. — zoo als hij schrijft — een oorzaak van vreugd dat wij schier vanaf het verschijnen van No. 1 van „De Waarheidsvriend" deze zaak geregeld bepleit hebben. Maar zijn vraag geldt: of wij een specifiek Hervormde Schoolvereeniging willen oprichten en wat ons standpunt is omtrent de samenwerking met de gereformeerden buiten de Herv. Kerk.
Nu willen wij aanstonds toegeven, dat wij daar niet Zoo heel helder en klaar over gesproken hebben. En dat zullen wij waarschijnlijk in dit artikeltje ook nog niet kunnen doen. We moeten daarvoor nog wat wachten om alle lijnen uit te stippelen. Eerst onder óns — en dan in 't publiek!
Maar dit hebben wij in 't publiek willen beweren en dat willen wij nu gaarne herhalen: 1o. onder de Gereformeerden in de Herv. Kerk moet meer ontwaken komen op het gebied van het Christelijk onderwijs, gelijk we gelukkig van week tot week mogen opmerken, dat de oogen moer en meer opengaan.
En dan 2o. moeten die Gereformeerden in de Herv. Kerk tot één groote actie op schoolgebied komen, om te openbaren, dat zij Gereformeerd zijn èn dat zij tot de Hervormde Kerk behooren. Zij kunnen en mogen niet met de mannen van het „algemeene christendom" meegaan. En zij moeten ook door gebrek aan energie niet voor een oortje thuis gaan liggen bij de Gereformeerden, die buiten de Herv. Kerk leven, hun Hervormd karakter verloochenend.
Zij moeten zich over het zaad der Kerk gaan ontfermen, dat de wegen des Heeren toch worden voorgesteld en de name des Heeren toch worde voortgeplant van geslacht tot geslacht — en dan is het geen onverschillige zaak hoe onze kinderen komen te staan ten opzichte van de Kerk.
Dat zeggen wij niet om de Kerk te halen waar zij niet hoort.. Maar 'tis om de Kerk en de leidingen des Heeren met haar niet als een voorwerp te beschouwen, dat ganschelijk voor onze kinderen kan verwaarloosd worden.
Kerkgeschiedenis mag niet tot de vakken blijven behooren, die niet worden behandeld op onze Scholen met den Bijbel. En we hooren nóg een kloeken belijder van. den naam van Christus op een van de laatste schoolvergaderingen, die wij ergens elders bijwoonden, zeggen: „mijn kinderen moeten goed leeren dat ze van het geslacht van '34 zijn!!"
Gelijk dan ook b. v. een man als de heer Wirtz ongeveer van datzelfde standpunt uitgaat; zijn les en leerboekje voor deze materie voor onze Chr. scholen opgesteld, ten bewijs.
Bovendien zou het ons niet zoo hard verwonderen, wanneer er bij déze zaak spoedig méér nog bijkomt, naarmate vele Gereformeerden, die buiten de Herv. Kerk leven, hun paedagogie (opvoedkunde) gaan mengen met het door 'ons' veroordeelde beginsel: dat het kind als een wedergeboren schepseltje en dus als een tot Christus toegebracht schaapje beschouwd behoort te worden.
Of zegt b. v. Ds. Sillevis Smit niet in zijn opstel „De opvoeding door de'kerk" blz. 150 enz., dat onze kinderen niet als menschen, niet als zondaren, maar als bondelingen beschouwd moeten worden — en „de onderstelling der wedergeboorte, gelijk bij den Doop, moet bij héél den weg der opvoeding de basis zijn van héél de geestelijke vorming." (blz. 151.)
Ziet, dat is duidelijk.
En 't is voor óns zoo duidelijk, dat wij moeten verklaren, dat ,dit gansch iets anders is, dan wanneer wij er van spreken, dat onze kinderen christelijk en godzaliglijk opgevoed moeten worden, naar uitwijzen van Gods Woord!
En daarom gelooven wij, dat, waar de Kerk niet de School en de School niet de Kerk mag worden, (want het zijn gansch onderscheidene terreinen!) nochtans de Gereformeerden in de Ned. Herv. Kerk, liefst zoo spoedig mogelijk, zich moeten opmaken om samen één groote vereeniging te gaan vormen, verspreid over héél het land, om actief te worden in zake de opleiding van onderwijzers en onderwijzeressen — en om overal werkzaam te zijn" wat betreft school-.stichting, schoolonderhoud en schooltoezicht.
We kunnen dan in héél veel dingen samenwerken op dit terrein, gelijk dat ook moet — maar waar een scheidingslijn ligt moet er maar eerlijk over gesproken worden, steeds in goeden toon en met onderlinge waardeering!
Wij willen geen .„kerkistische'.' beweging op touw zetten. Dat zij verre! Maar wij willen de Herv. Kerk niet uit-het oog verliezen. En we willen (gereformeerd blijven!
Daar moet onder óns over gesproken en geraadpleegd worden. De tijd eischt het!
Propaganda.
Het volgende stukje van den socialist H. Spiekman vonden wij ergens en nemen het gaarne over. Misschien kunnen we er in ónze kringen voordeel van trekken.
Volharding doet winnen. En wij volharden. Met weinig middelen doen wij veel.
Een klein voorbeeld. Onlangs heeft een partijgenoot te Rotterdam aan de federatie een som van f 40 ter beschikking gesteld voor eene te verspreiden propagandabrochure.
Maar deze kostten in 5000 ex., f 90.
Andere vrijwillige bijdragen vulden deze som aan, een schrijver, (Van Leeuwen) belastte zich met de samenstelling, en deze week is het derde duizendtal reeds aan den man gebracht, nog wel ... voor 2 cent per stuk, zoodat niet alleen, door onderlinge opoffering en ijverigen verkoop, een nuttige propaganda-brochure is verspreid geworden, maar ook .... een fonds voor een nieuwe weer wordt gevormd!
Volharding doet winnen.
Maar aansluiting van geestverwanten, zoodat de geestverwanten «opklimmen» tot partijgenooten, is niet minder noodig!
Zou er ook onder óns niet een krachtige actie kunnen uitgaan om onze beginselen te verbreiden heinde en vér — en om ons werk sterker te doen worden?
Zijn er niet een paar propagandisten te vinden, die met ons blad „De Waarheidsvriend" willen werken ?
B. V. in Friesland, in Groningen, in N.-Holland, in Zeeland enz. enz.
En kan er over héél ons land verspreid niet een comité gevormd worden dat zich ten doel stelt geld bijeen te verzamelen voor ons Leerstoelfonds? Mannen en vrouwen, jongens en meisjes kunnen we gebruiken.
Onlangs heeft men in de kringen van „de Geref. Kerken" weer eens van hier en daar tienduizend gulden bijeen gezameld voor de Vrije Universiteit.
Is dat onder óns onmogelijk?
Als er maar overleg, samenwerking, liefde en ijver mag komen, dan zal het wel gaan.
En 't is'zoo allernoodzakelijkst. Wij verwachten véél van „de jonge garde!" Zal onze verwachting beschaamd worden?
O! dat men voor het aangezichte van den Almachtige zijn heerlijke roeping eens meer bewust mocht worden
Voor het aangezichte van den God des Eeds en des Verbonds, die trouwe houdt en zoo mildelijk zegent, te mogen gevoelen wat men in den weg der middelen verplicht is te doen, is zoo kostelijk.
Zie op Paulus in den nood dér baren zijnde op zee.
Hij had een belofte ontvangen van den genadigen God, waarin al zijn heil mocht liggen.
Niemand van de schepelingen zou omkomen; ze zouden behouden worden.
En dan laat Paulus de dingen maar niet waaien. Neen, geenszins!!
Dan zegt hij .tot den kapitein: Pas op dat de üiatrozen niet op de vlucht gaan; zorg dat ze hun plicht doen; — en tot de schepelingen zegt hij: zorgt dat gij spijze neemt! (Lees die geschiedenis maar eens na in Hand. 27 : 21—36).
Dat is bouwen en vertrouwen op den Almachtige. Dat is werken, volijverig, met overleg, met ~ liefde en nauwgezetheid !
Komt, laat ook onder óns gezien mogen worden: „en zij allen, goedsmoeds geworden zijnde, werkten 'met lust en liefde, met ijver en goed verstand." (zie vers 36).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 maart 1910
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 maart 1910
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's