De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Stichtelijke overdenking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Stichtelijke overdenking

6 minuten leestijd

Waarlijk, deze mensch was Gods Zoon!Marc. 15 : 39b.

Waarlijk, deze menseh was Gods Zoon!

Al de Heidenen, Heere, die Gij gemaakt hebt, zullen komen, en zullen zich voor Uw aanschijn nederbuigen, en Uwen naam eeren. Zoo lezen wij in psalm 86. Een profetie, die op den kruisheuvel Golgotha in vervulling begon te treden.

De hoofdman van de afdeeling krijgsknechten met de kruisiging belast, buigt zich neder en eert Zijn naam. Merkwaardig bewijs van de macht Gods over het menschenhart! Wat een verschil bij dien menseh aan den morgen en aan den avond van dien gedenkwaardigen Vrijdag in zijn leven. Des morgens is hij opgegaan naar Golgotha. Hem is bevolen drie misdadigers te kruisigen. Onbewogen ziet hij hun ellende op den kruisweg aan. Dat hij Simon van Cyrene dwingt het kruis van den Heere Jezus te dragen, is immers geen bewijs van zijn mededoogen. Hij is slechts bang, dat die kruisdrager bezwijken zal onder zijn kruis, voor hij de strafplaats heeft bereikt. Dit mag niet. De hoofdman wil het beletten. Ook op Golgotha Is hij eerst ongevoelig, Hij laat toe, dat zijne krijgslieden dobbelen om Jezus' kleed. Hij laat de spotters begaan.

Maar er komt verandering in het hart van dezen menseh. Marcus zegt, dat die verandering kwam, doordat de hoofdman de laatste woorden van den Heere Jezus gehoord had. Matthëus voegt er aan toe, dat de aardbeving en het splijten der steenrotsen hem deden gedenken, alles wat op dien dag met den Gekruisigde geschied was en alles wat door Hem gesproken was. Dit zijn de middelen, die de Heere gebruikte, om van den onverschilligen en onkundigen Romein een belijder, een ootmoedigen discipel te maken. Hij kan niet meer zwijgen. De ergernis van het kruis houdt hem niet meer terug. Zijn waardigheid als Romein legt hij gewillig af. Hij vraagt er niet naar, wat de menschen van zijn houding zullen zeggen: Hij ziet slechts eéne zaak : de grootheid van dezen Kruiseling en van zijne lippen klinkt: „Waarlijk deze menseh was Gods Zoon".

De kennis van dezen hoofdman was nog maar gebrekkig. De volle beteekenis van zijn woorden zal hem zelven nog wel niét geheel duidelijk zijn geweest. Voor hem lag er voornamelijk in opgesloten, dat de Heere Jezus onschuldig stierf, gelijk Lucas dan ook vermeldt in deze woorden: waarlijk deze mensch was rechtvaardig. Maar toch Lucas voegt ook bij; de hoofdman Verheerlijkte God, Hierin ligt duidelijk opgesloten dat deze Romein er iets van verstond, dat de Heere dezen onschuldigen dood op Zijn kind Jezus had gelegd. Het begrip van verzoening langs dezen weg door God gewild, drong meer of minder door tot het hart van dezen hoofdman.

En als deze beschouwing juist is en wij meenen van ja, dan is op dezen menseh van toepassing, het woord gesproken door den mond der Waarheid: „Wie heeft, dien zal gegeven worden".

Wat heeft de uitroep van den Romeinschen hoofdman don menschen van onzen tijd te zeggen ? Inzonderheid in de dagen van het overdenken van het lijden van den Christus?

De lijdenspredikatie is voor dit jaar weer voorbijgegaan. De uitroep van den hoofdman werd gehoord na het lijden. Wat wordt er in onze gemeenten gehoord, nadat de jaarlijksche lijdensoverdenkingen zijn uitgesproken?

Wij meenen niet te sterk te spreken, indien wij antwoorden: er wordt niet veel gehoord.

Dit komt eensdeels omdat de kruisprediking in vele gemeenten ontbreekt. Vele predikers verkondigen een valschen Christus. Zijn Goddelijk Zoonschap wordt ontkend of in antischriftuurlijke beteekenis voorgesteld.

Hoogstens blijft dan over dat Hij martelaar is geweest voor zijne overtuiging. Dat Hij rechtvaardig was in den zin van: onschuldig aan het Hem ten laste gelegde.

Treurig is het, dat de gemeenten met zulk een prediking worden gevoed. Het zijn steenen voor brood, Niet één komt door zulk voorgaan tot de belijdenis van den hoofdman. De zielen blijven verloren. God wordt niet verheerlijkt.

Maar ook anderdeels is het zoo te begrijpen, dat de belijdenis van den hoofdman zoo weinig gehoord wordt. Tenminste in de diepste beteekenis dier belijdenis. Ook immers wanneer de kruisgeschiedenis wordt voorgesteld als de geschiedenis van den Zone Gods en hoe de Vader uit den hernel door de aardbeving en door het scheuren van het voorhangsel en door het verbrijzelen der steenrotsen getuigenis aflegde van dat Zoonschap, dan wordt er aan toegevoegd, dat hierin ligt de verzoening voor een verloren wereld.

De gevolgtrekking wordt dan deze: Hij was de Zone Gods en daarom ben ik aangenomen.

Dit is de belijdenis van het gemakkelijk Christendom van onzen tijd. Het is de belijdenis van den hoofdman, maar zonder zondekennis door Gods Geest in het harte gewerkt.

Godlof! Er wordt ook nog een andere gevolgtrekking aan de gemeenten voorgesteld. Namelijk deze: Hij was de Zoon van God. En daarom zijn wij verloren. Want indien zij dit aan het groene hout doen, wat zal aan het dorre geschieden ? Hoe gelukkig zijn zij te prijzen die in het lijden van den Heere Jezus, die toch de Zoon was en bleef, hun toekomstig lijden lezen en ook billijken. Zij leeren er uit, hoe onmogelijk het is, dat God de zonde kan vergeven. Ook hoe onmogelijk het is, dat zij hunne schuld kunnen betalen. Als er zulk een groot Borg noodig was, dan is het immers bij hen een afgesneden zaak,

De reehte kruisprediking van den Zone Gods brengt dus de zielen in de diepte van eigen verloren zijn. Maar dan behoort de lijdensprediking ook vervolgens over te gaan in de prediking van Zijne opstanding. Dan behoort heen gewezen te worden op dat woord: het is volbracht. Een woord door den Vader overgenomen, toen Hij Zijn Zoon opwekte uit de dooden. In die opwekking sprak Hij het immers uit: Mijn Zoon, de Zone Gods, heeft in alles voldaan aan Mijne eischen aan Hem als Borg gesteld. Dan behoort hiermede het naakte bekleed te worden; Het hongerige gespijzigd. Het dorstige gelaafd. De Heere geve' in den weg Zijner genade zulke predikers in Zijne gemeenten.

De velden zijn wit om te oogsten. Dat er zulke arbeiders in Zijn Wijngaard mogen worden uitgestooten. Aan leugenpredikers hebben wij waarlijk geen behoefte meer.

Voor des Heeren volk heeft de belijdenis van den Hoofdman ook veel te zeggen: Zij moeten immers zeggen: gelijk die blinde heiden aanvankelijk blind was voor de heerlijkheid van den Christus, zoo ook wij. Koel zelfs was hij, aanschouwende Zijn lijden. Zoo ook wij. Hem wierd de heerlijkheid geopenbaard. Zoo ook aan ons. En nietwaar, als zij opnieuw worden bepaald bij hun Borg en Zijn lijden, dan zeggen zij het hem na; In Zijn lijden valt gedurig Zijn Zoonschap op te merken en daarom vinden zij er in hun vrijspraak en de betaling van al hunne zonden, en zij verheerlijken met Hem God, die zulk een Zoon op aarde. zond.

H.

V. p. S.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 maart 1910

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's

Stichtelijke overdenking

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 maart 1910

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's