Staat en Maatschappij.
Niet in de val geloopen.
Godsdienst en Socialisme sluiten elkander niet uit, integendeel zij laten zich den een met den ander best verdragen. Zoo dikmaals als men maar wil, kan men deze redeneering uit den mond der Sociaal-democraten vernemen.
Toont men dan met citaten uit de geschriften van voormannen der Sociaal-democratie aan, dat Godsdienst en Socialisme alles behalve met elkaar saamstemmen, dan heet het, dat slechts enkellingen die meening voorstaan, maar de partij als zoodanig denkt er gansch anders over, zodat men zich aan verdachtmaking en kwade trouw schuldig maakt, wanneer men een anderen indruk bij het volk zou willen vestigen.
Waar nu een ieder, die maar even nadenkt, weet, dat niet de Sociaal-democratische arbeiderspartij, maar het die enkellingen zijn, die er rond vooruitkomen, die gelijk hebben, daar moet wel een reden aanwezig zijn, waarom de Socialisten, die niets van den Godsdienst moeten hebben er zulk een prijs op stellen, om heet telkens te laten hooren dat Godsdienst en Socialisme wel met elkaar te vereenigen zijn,
Die reden nu ligt in de omstandigheid, dat het politiek bedoelen der Socialisten is, om op alle arbeiders, Christelijken en niet-Christelijken, beslag te leggen. En daarvoor doet de vogelaar z'en zoet gefluit hooren. Zelfs is men van Sociaaldemocratische zijde zoover gegaan, om, wetende hoezeer de man van Christelijken huize prijs stelt op Christelijk Onderwijs, ook op dit punt den arbeider-voorstander van de Bijzondere School in het gevlei te komen.
In de Groninger motie heeft men eenige jaren geleden dit kunststuk, om als fel tegenstander van Christelijk Onderwijs, toch het partijcongres der S. D. A. P. voor gelijk recht ook voor den Christen-arbeider ten opzichte der school te krijgen, gewrocht.
Maar nu ondanks al die toeschietelijkheid van Socialistische zijde, de Christelijke arbeider toch niet in het garen der Sociaal-democratie gekomen is, komt de aap uit de mouw.
Het bekende Marxistische Weekblad, het wekelijks bijvoegsel van „het Volk" legt er in het nummer van 11 Maart openlijk getuigenis van af, welke de bedoeling der Groninger motie was.
De Groninger schoolmotie — zoo schrijft het blad — tot op heden het richtsnoer der Partij in den strijd voor het onderwijs, acht het ongewenscht een groot deel der arbeidersklasse, dat godsdienstig onderwijs voor zijne kinderen verlangt, daarin tegen te werken. Men ging daarbij uit van de gedachte, dat als de bijzondere school aan verschillende eischen voldeed, men zich dan voor gelijkstelling van de bijzondere met de openbare school moest verklaren. Als voorwaarde werd nog genoemd dat de vrije keus der ouders zou zijn gewaarborgd.
En nu komt de publieke bekentenis.
Door aldus te handelen meende men dat de Christelijke arbeiders in grooten getale tot ons zouden komen, dat zij, door hun bevrediging in het vooruitzicht te stellen van hunne godsdienstige behoeften, te winnen zouden zijn voor de maatschappelijke eischen van ons program.
De geschiedenis leert ons, dat het een zoowel als het andere falikant uit is gekomen.
Rondborstiger en openhartiger kan het haast niet gezegd worden, dat de Groninger schoolmomotie 't gemunt had op het leven van den Christen-arbeid er.
Die arbeider is echter niet gekomen, en dit' komt, dat het geestelijk beginsel ook bij de mannen van den arbeid hooger staat, dan in het overloopen naar den vijand denkbeeldige vervulling te verkrijgen in de stoffelijke nooden.
De Christen-arbeider is niet in de val geloopen. En waar dit feit is geworden, moet de Groninger motie maar weer van de baan, ten einde den Socialist weer voedsel te kunnen geven aan de oude vijandschap van de Sociaaldemocratie tegen het Christelijk Onderwijs,
Grof
De Nieuwe Rotterdamsche Courant gaf deze week een overzicht van de rede van Mr. J, A. Levy over de neutraliteit der Openbare School, welke rede in - de Nieuwe Vrijzinnige Kiesvereeniging te 's Gravenhage gehouden werd.
Over Calvyn en zijne leer liet Mr. Levy zich op zeer minachtenden toon uit. Hij had daar te midden van de keur van vrijzinnigen eens goed gelegenheid om eens duchtig daarop af te geven.
Een enkele passage slechts ten bewijze. Na er de aandacht op gevestigd te hebben hoe de Hervormde Kerk in Schotland ten tijde van Jiacobus II op de schandelijkste wijze woedde, gaat de redenaar volgens de N. R, Crt. voort en zegt;
En Calvyn wist zijn moordlust den vrijen loop te laten, zooals Servet ondervond, die schandelijk door Calvyn werd verraden; de eenvoudige geschiedenis is ietwat hardhandiger tegen over Calvyn, dan Dr. Kuijper, die het wanstaltig beeld van dezen man met wat vernis belegt. Dit is historievervalsching.
Calvijn beschouwt zijn leer dan ook evengoed als de alleenzaligmakende, de staat heeft bij hem de Goddelijke eer te beschermen, en al wat strijdt met Calvijn's leer is «Offenser Dieu». Calvijn's Kerk kent dezelfde dwinglandij, denzelfden bloeddorst als de Katholieke, aan de zelfde walgelijke tooneelen van onverdraagzaamheid en waarheid staat zij schuldig.
Bij deze weinige woorden laten we het. Alleen zij nog vermeld, dat de rede door de liberalen luid en aanhoudend werd toegejuicht.
Verblijdende eijfers.
De bekende vereeniging, , de Unie „Eenschool met den Bijbel" heeft in haar een en dertigste jaarverslag weer verblijdende mededeelingen gedaan omtrent den bloei van het Christelijk Onderwijs. Uit dit verslag blijkt, dat het aantal Christelijke Scholen sedert de laatste opgave weer belangrijk is toegenomen. Bedroeg het aantal scholen op 1 Januari van het vorige jaar 941, op 1 Januari 1910 steeg dit getal tot 985 en met de scholen, die op laatstgenoemden datum in aanbouw waren, te zamen 15, wordt binnenkort het eerste duizendtal bereikt.
Voor de voorstanders van Christelijk Onderwijs zal 1910 dus een jubeljaar worden. Stond het jaar 1857 nog maar aangeteekend met 58 scholen, als straks op 1 Augustiis 1910, gelijk gemeld wordt, de school te Breskens in gebruik gaat komen, is de duizend vol.
Voorwaar, God de Heere heeft hier groote dingen verricht.
En dan naast die cijfers het vermeerderd getal kinderen dat de Christelijke School bezoekt! Ruim 153000 op 1 Januari van dit jaar, tegen even 147000 op 1 Januari van het vorige. En zoo ook staat het met het onderwijzend personeel. Van 2992 klom het getal onderwijzers en onderwijzeressen tot 3167, met een aantal kweekelingen respectievelijk van 2215 en 2678.
In alle deelen alzoo vooruitgang. -
Moge de Heere het Christelijk Onderwijs blijven zegenen tot roem van Zijn Naam en tot heil van land en van volk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 maart 1910
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 maart 1910
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's