De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Schriftebeschouwing.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Schriftebeschouwing.

4 minuten leestijd

De openbaring van Jezus Christus. VII.

„Genade zij u en vrede van Hem, Die is en Die was en Die komen zal en van de Zeven Geesten, Die voor Zijnen troon zijn; en van Jezus Christus Die de getrouwe Getuige is: de eerstgeborene uit de dooden en de Overste der koningen der aarde".

Dat is niets voor den eigen gerechtigden mensch! Die wil in dien weg niet ingaan. Die wil van genade niet leven.

Die doet liever zooals de rijke jongeling deed: al z'n  geld aan den Heere voortellen en dan zeggen: , Heere, is dat nu niet bijna de som, die mij een plaats in den hemel waardig maakt ? "

De mensch die zich zelf zoo gaarne rechtvaardigt, spreekt zoo gaarne van verdienste, hij leeft zo gaarne van vruchten van eigen akker.

Maar ach! wat bewijst de mensch dan, dat hij blind en dwaas is.

Want immers al 's menschen gerechtigheden zijn voor den Heere als een wegwerpelijk kleed.

Voor een ieder geldt: vervloekt om der zonde wil; melaatsch van hoofdschedel tot voetzool; arm, ellendig, naakt en blind; in alles te kort en te smal en te licht bevonden!

En daarom, o! wensch iemand toe wat gij wilt, maar nooit kunt gij beter wensch voor hem hebben dan deze: „de genade van den drieeënigen God zij met u!"

Want alleen door genade zal de ziele kunnen leven; alleen door genade zal men in een verzoenden staat met God kunnen komen en vrede genieten.

Daarom zal de ziele ook gansch schuldig en ontbloot tot Christus moeten leeren vluchten, om daar te vinden, wat God de Heere in den weg van Zijn lieven Zoon, uit genade, voor een arm zondaarsvolk besteld heeft.

En o! geen heerlijker voorrecht dan wanneer de ziele dagelijks die genade Gods maar mag proeven en smaken, om met belijdenis van zonden en tekortkomingen, te roemen in het bloed van Christus, zeggende niets uit óns, maar al uit Hem, zóo komt men in Jeruzalem!"

En van Wien moet die genade over Sion nederdalen? Wie kan het arme zondaarsharte alleen vrede doen genieten?

Wij weten het: alleen de drieëenige VerbondsGod, Vader, Zoon en Heilige Geest.

Daar, daar ligt alleen de oorzake van alle zaligheid, daar is alleen de bron van alle heil— gelijk in den vredegroet van Johannes aan de zeven gemeenten van KI. Azië zoo duidelijk uitkomt.

Een breede omschrijving van het drieëenig Goddelijk Wezen volgt.

Dat is anders niet de gewoonte van de Apostelen, om op deze breede wijze een omschrijving te geven van Vader, Zoon, en H. Geest. Gelijk we oók opmerken, dat Johannes hier eerst van den Vader, dan van den H. Geest en daarna in de 3e plaats van den Zoon spreekt.

Waarom zou Johannes dat op déze wijze nu doen?

Laat ons den toestand van Christus' Kerke eenigszins indenken.

Verkeerde de Gemeente des Heeren niet onder moeilijke omstandigheden? verkeerde Gods volk niet in zwaren druk ? waren de wolken niet donker? en was de toekomst niet vol van onheilspellende dingen? '

En neen! er zou geen troost zijn en geen bemoediging, indien God-drieëenig, de God des Verbonds, de God des eeds en der trouwe niet in grootheid en heerlijkheid aan de zuchtende gemeente werd voorgesteld.

De bange vogel, bevend zittend in de spleten der rotsen vanwege den schrik voor het wild gediert, moest breede vleugelen ontvangen om te kunnen opvliegen naar omhoog, het gevaar ontkomend.

En daarom nu, om de zuchtende en lijdende en beangste Kerke Christi uit de deugden Gods troost te biên, gebruikt Johannes hier voor de ooren der zeven gemeenten die rijke en breede omschijving van het drieëenig Goddelijk Wezen, opdat Gods zuchtend volk schat voor schat voor hun oogen zou zien uitgespreid.

En daarom ook het noemen en roemen van Christus, den Middelaar en Borg, op 't laatst — dan kan de Apostel over Hem nog eens bijzonderlijk uitweiden, opdat de God-zoekende ziel des te gemakkelijker, langs den weg van dien volzaligen Christus, kan opklimmen naar omhoog en kan binnentreden in de schatkameren des heils, daar Jezus toch immers de schakel is die de gemeente verbindt met haar Bonds-God!

Of heeft Hij zelf niet gezegd: „niemand komt tot den Vader dan door Mij", als ook : „al wat gij den Vader bidden zult in Mijnen Naam, dat zal Hij u geven."

Zoo heeft dus die breede omschrijving van het Drieëenig Goddelijk Wezen en het in de laatste plaats spreken over Jezus Christus déze bedoeling: om Sion te troosten en te spreken naar het harte van Jeruzalem!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 maart 1910

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's

Schriftebeschouwing.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 maart 1910

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's