Staat en Maatschappij.
Geen stap verder.
Bij gelegenheid van de behandeling der wet tot wijziging en aanvulling der wet tot regeling van" het hooger onderwijs werd heel op het laatst der discussies nog een voorstel uit de Kamer behandeld en aangenomen, waarbij bepaald werd, dat bnnen die jaren na de inwerkingtreding der wet bij de Staten-Generaal een voorstel van wet zou ingediend worden, waarin het bepaalde omtrent de vakken van de faculteit der Godgeleerdheid aan de Rijks-universiteiten nader zou worden geregeld.
Met deze bepaling in het wetsontwerp op te nemen, hoopte men de gemoederen, die ter zake van de telkens betoogde wenschelijkheid, om tot herstel van de theologische faculteit te komen, in beweging waren gekomen, tijdelijk tot rust te brengen.
En inderdaad de poging die daartoe aangewend werd, gelukte, met het oog op het voorstel van wet, dat dan toch binnen driejaren zou ingediend worden, legde men zich bij de regeling neer en werd het regeeringsvoorstel aangenomen.
Intusschen op 22 Mei 1908 — de herziene hoogeronderwijswet trad in werking op 22 Mei 1905 — .verliep de fatale termijn binnen welken het beloofde voorstel van wet moest binnenkomen. Doch op dit oogenblik Maart 1910 zijn wij die termijn reeds ongeveer twee jaren voorbij.
Wel werd meermalen geïnformeerd naar den stand der werkzaamheden op dit punt, maar het waren steeds onvoorziene omstandigheden, die de regeering belet hadden, aan hare beloften ten deze te voldoen.
Nu schijnt het Kabinet en in het bijzonder de Minister van Binnenlandsche zaken den loop der zaak, die dan toch feitelijk met de wet in strijd is, wel wat al te dwaas gevonden te hebben; Ten minste, dit mag blijken uit het wetsontwerp, dat dezer dagen op 19 Maart bij Koninklijke Boodschap bij de Staten-Generaal inkwam.
Doch of hetgeen men wenscht, dat tot stand zal komen, daarmede bevorderd wordt, mag; betwijfeld worden. Wettelijk is de zaak thans wel in orde, immers het eenige artikel van het ingediende wetsontwerp luidt; „Een voorstel van wet tot verdere regeling van het bepaalde omtrent de vakken van de faculteit der Godgeleerdheid aan de Rijks-universiteiten wordt nader bij de Staten-Generaal ingediend".
Gelijk men ziet wordt de termijn van drie jaren uit de wet gelicht. Ziedaar alles. Maar met de nieuwe wetsvoordracht komt de regeling geen stap nader tot de gewenschte oplossing, in tegendeel elke poging daartoe wordt tot onbepaalden tijd uitgesteld.
Intusschen is de eenige lichtzijde van het wetsvoorstel dit, dat de zaak in haar geheel weer aan de orde komt.
Ontzettend.
In den Haag is het de gewoonte, dat gedurende de „stille week" de openbare vermakelijkheden stilstaan. Zoo werd door den burgemeester uithoofde van de stille week dit keer afwijzend beschikt op het verzoek, om een uitvoering van gewijde muziek („Oe zeven kruiswoorden") te mogen geven in een der gebouwen in de residentie.
Op dit bericht, dat door het Correspondentiebureau aan de Haagsche bladen toegezonden werd, heeft het Vrijzinnig-democratisch dagblad „Land en Volk" vlam gevat.
Het orgaan schrijft daarvan:
't Wordt toch een beetje mal met de «stille weekhistorie. Niet alleen dat den Haag in dit opzicht eenig is in ons land, inaar nu wordt er ook nog voor het eene wel, voor het andere geen vergunning gegeven!
Waarom mag wel de »Johannes-Passion« worden uitgevoerd . " Waarom mag wel in de Passage-bioscoop een voorstelling worden gegeven van de Passie-spelen? En waarom nu niet een uitvoering van gewijde muziek ? Is dit ook al een «openbare vermakelijkheid* ?
Wij zeggen van dit alles niets, ook niet, of er niet meerdere gelegenheden zouden moeten gesloten worden. Het was niet daarom, dat we „Land en Volk" ter sprake brachten, maar om iets heel ergs, om iets ontzettends. Het is het slot van de opmerking, de conclusie van het orgaan die ons trof, n.l.: Wanneer raken wij de „stille week" eens kwijt?
Is het niet vreeselijk, om zoo iets neer te schrijven? Is het niet ontzettend, zoo het heilige te minachten? Ook de herinnering aan het lijden en sterven van den Christus moet heen. Daarvoor is, naar het Vrijzinnig dagblad oordeelt, in onze hedendaagsche maatschappij geen plaats meer.
De „stille week' moet weg. Is het niet ontzettend?
Slechte manieren.
Het optreden van den Socialist Schaper en van zijne partijgenooten, gelijk dit in de zitting der Tweede Kamer van 16 en 17 Maart plaats had, heeft niet ten onrechte in de goedgezinde pers tot heel wat ontstemming aanleiding gegeven. Begon het met een formeele scheldpartij tegen de rechterzijde, daarna werd het wapen der obstructie voor den dag gehaald en gehanteerd. Het wapen dat tot op heden, in tegenstelling met wat in andere parlementen gebeurt, bij ons nog onbekend was.
Veel krasser nog dan in 1903 kwam dit keer de revolutionaire aard van het Socialisme voor den dag.
Na een tamelijk onvruchtbaar debat van ruim 3 dagen over de plannen van Minister Talma ten aanzien van de sociale verzekering, werden de beraadslagingen over dit onderwerp op volkomen wettige wijze gesloten. Dit zinde bij nader inzien de leden van de linkerzijde niet, die bij monde van den heer Borgesius heropening van het debat vroegen. De meerderheid wilde daarvan echter niets weten.
Immers waar steeds geklaagd wordt over den langzamen gang der parlementaire machine, waaraan de veelpraterij niet vreemd is, achtte men het van rechts in dit geval gebiedend om ter wille van het landsbelang de beraadslagingen niet opnieuw te openen, maar de agenda af te werken.
Tegen deze beslissing nu kwamen bijzonderlijk de Sociaal-democraten in verzet, en zij deden dit op eene wijze, welke alle perken van welvoegelijkheid te buiten ging. Door schelden en razen gaven zij hunne afkeuring te kennen. Doch daarbij lieten zij het niet.
Art. 106 van de Grondwet bepaalt, dat wanneer één der leden van de Kamer stemming verlangt, zulk een stemming mondeling moet geschieden. Van dit artikel maakten de heeren Schaper c. s. gebruik om over allerlei kleinigheden onnoodige stemming te vragen.
Tot twintig maal toe verplichtten zij de Kamer, om op deze wijze te stemmen, waardoor ongeveer twee uren verloren gingen."
Zoo zijn de manieren van de Sociaal-democraten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 maart 1910
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 maart 1910
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's