De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Allerlei.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Allerlei.

3 minuten leestijd

LEVEN EN STERVEN.

Want, te leven is mij Christus, en te sterven gewin. Hoe onheilspellend volgen deze woorden in den tekst — „te leven", „te sterven" — achter elkander. Daar staat slechts eene komma tusschen hen! En inderdaad, zooals het met de woorden is, zoo is het ook in de werkelijkheid. Hoe kort is de afstand tusschen leven en dood. Inderdaad daar is er geen. Het leven is het voorportaal van den dood, en onze vreemdelingschap op aarde is eene reis naar het graf. De pols, die ons aanzijn in stand houdt, slaat onzen doodenmarsch, en het bloed, dat ons lichaam doorstroomt, vloeit voorwaarts naar de diepte des doods. Heden zien wij onze vrienden in gezondheid, morgen vernemen wij hun afsterven. Wij drukten nog gisteren de hand van den krachtvollen man, en vandaag sluiten wij zijne oogen. Wij reden nog voor een uur in het voertuig van gemak, en weinige uren later moet de laatste zwarte wagen ons overbrengen naar het huis van al wat leeft. O, hoe nauw is de dood aan het leven gebonden! Het lam, dat zich in het veld verlustigt, zal weldra het slachtmes voelen. Het rund, dat in de weide loeit, wordt vet voor de slachtbank. De boomen wassen slechts om geveld te worden. Ja, en grootere dingen dan zij voelen den dood. Koninkrijken rijzen en bloeien, zij bloeien slechts om te verkwijnen. Zij rezen om te vallen. Hoe menigwerf nemen wij het boek der Geschiedenis op, en lezen wij den bloei en val der koninkrijken. Wij vernemen de kroning en den dood van koningen, De dood is de zwarte slaaf, die achter den levenswagen rijdt. Aanschouwt het leven! en de dood is het dichtst op de hielen. De dood reikt ver door deze wereld heen, en heeft op alle aardsche dingen den stempel gedrukt van den breeden muil des grafs. De sterren gaan wellicht onder; men verhaalt dat ver in den afgelegen ether ontbrandingen zijn gezien, en de sterrenkundigen hebben den ondergang van werelden aangeduid — den ondergang van die ontzaglijke bollen, die wij ons verbeeld hadden voor de eeuwigheid in hunne kassen van zilver gezet te zijn, om als toortsen der eeuwigheid te lichten. Maar, God zij geloofd, daar is een oord, waar de dood de broeder van het leven niet is — waar alleen het leven heerscht; waar „te leven" niet is de eerste lettergreep om gevolgd te worden door de naaste, „te sterven". Daar is een land, waar nimmer de doodsklok wordt geluid, waar nimmer doodkleederen worden geweven, waar nooit graven worden gedolven. Gezegend land, ver boven het uitspansel! Om dit te bereiken, moeten wij sterven. Maar indien wij na den dood eene roemvolle onsterfelijkheid verwerven, zoo is onze tekst inderdaad waar: „sterven is gewin."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 maart 1910

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Allerlei.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 maart 1910

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's