De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Staat en Maatschappij.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Staat en Maatschappij.

Advies gevraagd.

6 minuten leestijd

Advies gevraagd.

Vanwege het Departement van Marine schijnt een poging te zullen worden aangewend, om het vraagstuk van de godsdienstoefeningen aan boord tot oplossing te brengen. Naar de bladen toch melden moet Minister Wentholt zich tot de verschillende Kerkbesturen gewend hebben, met het verzoek hem ten deze voor te lichten. De Minister oordeelt daarbij, dat niet kan verwacht worden, dat de oplossing te vinden is door het aannemen van een preekenbundel, door de verschillende Kerken in onderling overleg aanbevolen of vastgesteld. Integendeel hij meent, dat een zoodanige regeling is te verkiezen, waarbij de godsdienstoefening in de toekomst bestaan zal uit het voorlezen van een berijmd lied (indien er gelegenheid is, dit lied te zingen) en het voorlezen van een gedeelte uit den Bijbel en van een formuliergebed. Voor het samenstellen, van de formuliergebeden en de keuze van de Bijbelgedeelten en geschikte liederen, ware dan, naar de Minister zich voorstelt, de hulp van een of meer predikanten in te roepen. Tot deze godsdienstoefening zou dan ieder moeten worden toegelaten, tenzij vrijsielling gevraagd wordt. Voor minderjarige schepelingen zal het verzoek om vrijstelling van de ouders of voogden moeten uitgaan. Hun, die verzoeken naar hunne overtuiging den Zondag te vieren, zal naar 's Ministers plan ook gelegenheid worden geboden, om gedurende den tijd dat er op het schip stilte is, zich af te zonderen. Over dit plan vraagt de Minister nu het oordeel der Protestantsche Kerkbesturen. Gelijk men ziet, is het debat, dat over deze zaak in de Tweede Kamer gehouden werd, dan toch niet zonder vrucht gebleven. De moderne preekenbundels, die zoovele jaren ons scheepsvolk steenen voor brood gaven, staan ten doode opgeschreven. En dit in het bijzonder verheugt ons uitermate. Het kon niet langer geduld worden, dat een Christelijke Overheid ter bevordering van de geestelijke belangen van den schepeling gebruik maakte van wat het modernisme bood. Laten de Kerken nu spoedig van advies dienen. En is het dan niet mogelijk, dat het tot de aanbieding van een preekenbundel komt, waarvan de grondslag ligt in de Formulieren der Kerk, dan lijkt ons hetgeen Minister Wentholt wil nog zoo kwaad niet, nl. het voorlezen van een gedeelte uit den Bijbel en van een formuliergebed, voorafgegaan door het voorlezen van een berijmd lied, maar dan verlieze men voor de keuze der liederen onzen Psalmbundel niet uit het oog. Ook zouden wij er geen bezwaar tegen hebben, nu aan hen, die den Zondag naar eigen overtuiging willen vieren, gelegenheid zal geboden worden zich in eigen kring af te zonderen, het bijwonen der godsdienstoefeningen voor alle schepelingen verplichtend te stellen. Nu de Minister gesproken heeft, is het woord aan de Kerken.

Grondwetseommissie.

Sinds geruimen tijd is de vraag om Grondwetsherziening aan de orde. Niet alleen toch om daardoor tot finale oplossing der electorale kwestie (kiesrechtvraagstuk) te kunnen komen, maar ook omdat op verschillende andere punten generale herziening gewenscht is. Wij hebben daarvoor slechts te wijzen op het stuk der erfopvolging, op het onderwijsvraagstuk, op de verhouding van Kerk en Staat enz. Om nu die Grondwetsherziening voor te bereiden, werd de vorige week de eerste stap gedaan. Op voordracht van het Kabinet benoemde de Koningin een Grondwetscommissie, die in opdracht heeft een Rapport saam te stellen van al die onderwerpen, waaromtrent wijziging wordt wenschelijk geacht. Als voorzitter der commissie, welke uit elf leden van Rechts en acht leden van Links bestaat, treedt op de Minister van Binnenlandsche Zaken Mr. Heemskerk. Dat de meerderheid der Commissie Rechts is en tevens, dat zij tot leden heeft mannen als Dr. Kuyper, Mr. Lohman en Mr. LoefF, is ongetwijfeld van uitnemend belang. Daardoor toch zal het mogelijk worden, dat er voorstellen komen, die principieel ingaan tegen den liberalistischen geest, dien thans de Grondwet ademt, gelijk zij in 1848 als product der vrijzinnigheid werd afgekondigd en in 1887 werd herzien. Toch zullen wij er nog niet zijn, ook al komen er voorstellen, die in de hoofdpunten ons geheel zouden bevredigen. Immers de meerderheid, hoe groot die ook in de Eerste en Tweede Kamer is, is nog niet groot genoeg om over de 2/3 der stemmen te kunnen beschikken, die Grondwetsherziening vereischt. Intusschen zal later met deze moeilijkheid moeten gerekend worden. Voor het oogenblik verheugen we ons over de benoeming der Commissie en over de wijze, waarop zij werd saamgesteld.

Al meer op Zondag.

Steeds meer en meer gaat het gewoonte worden, om den Zondag te gebruiken voor het houden van meetings en vergaderingen. Een kwaad, waartegen niet kras genoeg kan worden opgekomen. Niet alleen toch dat daarmede de dag des Heeren wordt ontheiligd, maar ook ontneemt men, door zoo te handelen, aan menigeen zijn vrijen Zondag. Schier overal wordt dan ook in onze Christelijke kringen over dit toenemend Zondags-vergaderen geklaagd. Op Zondag 20 Maart — zoo deelden ons de bladen mede — gingen er duizenden op om te Amsterdam de groote betooging bij te wonen ten gunste van de neutraliteit van het openbaar onderwijs, terwijl weer op Paschen de Socialisten in hun congres te Leeuwarden in grooten getale bijeenkwamen. En zoo gaat het Zondag na Zondag! Dat dit aan velen hindert, is te begrijpen, en nog meer geeft het aanstoot, wanneer daarbij de indruk verkregen wordt, alsof ook op officieel terrein niet meer met den Zondag gerekend wordt. Opmerkelijk toch was het, hoe nog slechts kort geleden op een Zondag, de geneeskundigen uitgenoodigd werden, om een demonstratie op kankeronderzoek bij te wonen, en dat wel in een rijksgebouw, in het nieuwe Pathologische instituut der Rijksuniversiteit te Utrecht. Tegen al dat misbruiken van den Zondag hebben we op te komen. De Zondag worde weer de rustdag bij uitnemendheid. En dat, omdat het rusten op Zondag naar het Gebod is, en ook omdat het staken van arbeid op dien dag een gebiedende eisch is voor het sociale leven, zoowel in geestelijken als stoffelijken zin van duizenden, die bij den arbeid op Zondag betrokken zijn. Wat dit laatste betreft, kan niet genoeg de verwondering uitgedrukt worden over het feit, dat het meestentijds de organisaties zijn, die altijd den mond vol hebben over het onmenschwaardig bestaan der arbeiders, die door hunne vergaderingen op Zondag den arbeider zijn vrijen Zondag ontnemen en alzoo schade berokkenen aan het arbeidersgezin. Overheidsbemoeiingen en particulier initiatief hebben hier beiden een roeping te vervullen.

Weinig belangstelling.

Onze lezers zullen zich herinneren, hoe kort na de beruchte openingsrede van den heer Ossendorp bij gelegenheid der jaarvergadering van den Bond van Nederlandsche Onderwijzers te Leiden, de oud-schoolopziener, de heer Meerkerk te Sappemeer, eene vergadering te Utrecht aankondigde, waar geprotesteerd zou worden tegen het optreden van den Bond. De oud-schoolopziener gaf daarbij in overweging, om een vereeniging te stichten, b. v.: „ De Vaderlandsche School." De bewuste vergadering had op Vrijdag 25 dezer plaats. Na lang wachten waren er 44 personen bijeen, van welk getal er nog 30 de vergadering verlieten, toen vooraf instemming met het doel der vergadering moest betuigd worden. Met 14 „palstaanders" voor de openbare school werd de samenkomst geopend en na aanneming eener motie weer gesloten. De belangstelling voor de „Vaderlandsche School" wordt er niet grooter op. .

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 april 1910

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's

Staat en Maatschappij.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 april 1910

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's