Uit het kerkelijk leven.
BIJVOEGSEL BEHOORENDE BIJ "De Waarheidsvriend" van 1 April 1910.
Van een aap?
't Is uit een oude krant, dat wij wat gaan opdiepen, 't Is het 2de blad van liet „Algemeen Handelsblad" van Donderdag 25 Nov. '09, dat wij voor ons hebben liggen.
Daar staat een verslag in van een vergadering, die plaats had. in de Groote Concertzaal van Artis te Amsterdam, waar „een talrijk en weidsch publiek" was saamgekomen, om te luisteren naar mannen als prof. dr. C. A. Pekelharing, prof. Hugo de Vries, prof. dr. A. A. W. Hubrecht, die over de groote verdiensten van den natuuronderzoeker Charles Darivin zouden spreken, door prof. Pekelharing genoemd „de beroemde man, die de wereld als een zon heeft bestraald."
Eu dan komt het!
Darwin, wiens boek „over den oorsprong der soorten" in meer dan 30, 000 ex. over de geheele wereld werd verspreid, leerde „vrijheid van denken, algeheel en op élk gebied"— zoo zei prof. de Vries, en het is de onvergankelijke eere van Darwin „dat de oude Scheppingsleer is gevallen; zij oefent op het onderzoek der natuur geen invloed meer uit."
Weet gij het nu?
Darwin is dus de man die geleerd heeft dat heel de Scheppingsleer van Gods Woord een dwaas sprookje en.... „onder de geleerden wordt nu met dat sprookje van den Bijbel niet meer gerekend", verklaart prof. de Vries met deftig gebaar en triumfantelijk geziclit.
„Moge Darwin lange tijden voor ons allen en voor wie na ons komen, een gids ten goede zijn" — zoo besloot hij.
En een daverend applaus volgde weldra.
Maar.... wat leerde Darwin dan toch eigenlijk ? En wat is er in de plaats gekomen van die oude, dwaze Scheppingsleer des Bijbels?
Dat zou prof. Hubrecht vertellen.
Zijn onderwerp was: „Darwin en de afstamming van den mensch."
De Bijbel leert in deze slechts een sprookje, zoo ongeveer begon bij.
Voor 50 jaar waren verreweg de meesten onder de beoefenaars der natuurlijke historie ten volle bevredigd met het antwoord dat Genesis 1 op deze vraag „hoe zijn de soorten en hoe is de mensch ontstaan? " geeft, en wie er al geneigd waren het Mozaïsche scheppingsverhaal niet geheel naar de letter op te vatten, zij allen hielden toch vast aan het dogma van de onveranderlijkheid der soort (dat een plant geen dier en een dier geen mensch kan worden).
Maar toen eenmaal Darwin ten opzichte van de afstamming van den mensch uit lagere diervormen zijn handschoen in het strijdperk geworpen had, ontbrandde een heftige kamp!
Op Protestantsch gebied vooral vinden we nog heftige bestrijders der evolutieleer van Darwin en de best gewapende, meest belezene en welsprekendste onder dezen is wel Dr. A. Kuyper!
Er zijn altijd nog tal van menschen — zoo vervolgde prof. Hubrecht — die wel geneigd zijn om Darwins leer aan te nemen, maar die nog terugschrikken bij de gedachte, dat dan een stamboom van den mensch moet worden ontworpen, die niet bij Adam begint, maar die terugvoert tot een dierlijk wezen.
Evenwel zal men toch tot die erkenning moeten komen, want immers — Darwin heeft het terecht gezegd - — de mensch heeft in het maaksel van zijn lichaam nog den onuitwischbaren stempel van zijn lagen oorsprong. En wel de lage oorsprong niet eens uit chimpansé of half-aap, maar van een diersoort dat minder ontwikkeld nog was; misschien uit een vischachtig wezen!
Dat zal men moeten erkennen: dierkundigen, doktoren, juristen, letterkundigen en theologen te saam!
Want immers — zoo vervolgt de Hoogleeraar met kracht en met klem! — want immers „wij kunnen toch onmogelijk aannemen dat voor ruim 6000 jaar de menschenziel voor de vraag gesteld is, of zij den appel, gegroeid aan den boom der kennisse des goeds en des kwaads, tot zich zou nemen of niet — om dan bij het eten van dien appel in de zonde te vallen, waaruit hij alleen door een ingewikkeld verlossingssysteem zou kunnen worden vrijgemaakt — of bij het niet-eten van dien appel voort te leven in paradijsachtige onbedorvenheid, waarbij hij nooit echt-menschelijk zou genoemd hebben kunnen worden!"
Dus... Gen. 1 en Gen. 3 een sprookje.
De mensch door God geschapen had nooit echt-menschclijk geworden, als hij niet gegeten had van den boom der kennisse des goeds en des kwaads.
Neen ... eere aan Darwin, die door zijn evolutieleer en eere aan prof. de Vries die door zijn mutatie-leer nu aan ons heeft bekend gemaakt, dat de mensch afstamt van een diersoort, minder zijnde dan een aap!.... Geen creatie, maar evolutie, mutatie!
De bijval van gansch de vergadering ontving de hooggeleerde spreker.
Een spontaan applaus steeg meermalen op uit de zaal, waar „een talrijk en weidsch publiek" vergaderd was. — —
En dat zijn dan die hooggeleerde mannen, die door velen de roem van ons volk genoemd worden en aan onze Universiteiten onderwijs geven!
De Heere zal bij deze dingen lachen, de Schrift staat er ons borg voor.
Maar wij hebben te protesteeren, al meer en al luider, dat zulke beginselen onder ons volk worden geleerd, waarbij wij voor onze kinderen hebben te waken, den Heere biddende, dat Hij spoedig uitkomst geve, opdat Zijn Naam niet wordt onteerd aan onze hoogescholen en ons volk niet wordt verleid tot de meest gruwelijke dwaasheid.
Op Schoolgebied (Lager, Middelbaar en Hooger Onderwijs), in de rechtbank, op het terrein van de pers enz. enz. is een zoo gruwelijke lastering gehoord jaren en jaren achtereen van den Allerhoogsten God, die een jaloersch God is.
O! dat er toch eens een geest van ontwaking komen mocht onder ons volk, om weer te gaan vragen naar de oude paden.
Dat er een geest van bidden en werken mocht nederdalen in onze gelederen, om in deze acht te geven op de teekenen der tijden en op de ordinantiën Gods.
De Lagere School; de Hoogere Burgerscholen; de Gymnasia; de Universiteiten roepen om onze belangstelling, om ons gebed, om onze gave.
De Heere geve van Zijnen Geest om saam te binden allen, die eerbied hebben voor Gods onfeilbaar Woord — en dus de Gereformeerde beginselen liefhebben — om op dit gebied, ziende op Gods gebod, te doen wat zoo allernoodzakelijkst is in het midden van onze natie.
„En deze woorden, die Ik u heden gebiede, zullen in uw hart zijn.
En gij zult ze uwen kinderen inscherpen en daarvan spreken, als gij in uw huis zit en als gij op den weg gaat en als gij nederligt en als gij opstaat. Ook zult gij ze tot een teeken binden op uwe hand en zij zullen u tot voorhoofdspanselen zijn tusschen uwe oogen. En zult ze op de posten van uw huis en aan uwe poorten schrijven. Gij zult andere goden niet navolgen, van de goden der volken, die rondom u zijn. Want de HEERE, uw God, is een ijverig God in het midden van u; dat de toorn des HEEREN, uws Gods, tegen u niet ontsteke en Hij u van den aardbodem verdelge." Deut. 6.
Onze Jongel.-Vereenigingen.
Van onderscheidene Jongelingsvereenigingen hebben wij nu bewijzen van hartelijke instemming ontvangen bij ons plan om een Ned. Herv. Bond van Jongel.-Vereenigingen op Geref. grondslag op te richten.
Zonder de Jongel. Vereeniging van de Kerk te doen uitgaan, willen we onze jongelingen trachten meer aan onze Herv. Kerk te verbinden en in den middellijken weg ons Vereenigingsleven ook voor onze Kerk ten nutte te maken.
Door omstandigheden kan een vergadering niet aanstonds worden uitgeschreven. Maar de Vereenigingeu, die hun sympathie betuigden, hooren spoedig nader van ons plan. Laat ons ons maar niet schamen Hervormd te zijn en laat ons kalm aanvangen om onder Herv. jongelingen meer kerk-bewustzijn op te wekken.
De velden zijn wit om te oogsten!
Sehrikkelijke afval.
Volgens het verslag van de Nederlandsche Tentzending kerkt in Amsterdam slechts 61/2 % der bevolking. Voeg daar nog bij de ouden, zwakken, kinderen enz., dan zou ongeveer 15 % of nog geen zesde deel van de bevolking vasthouden aan de kerk.
In het buitenland is het nog erger. Te Berlijn kerkt 5%, te Hamburg 3% van de bevolking.
Wij kunnen de juistheid van deze cijfers niet beoordeelen, maar zeker is het dat de afval groot, en de ontkerstening in de groote steden een schrikkelijke afmeting heeft aangenomen. Wat is er van de Christelijke kerk en haar invloed op het volksleven geworden! Hoe klein is het aantal menschen dat leeft uit en bij het Woord van God!
Wat is tegen dezen afval te doen?
Te doen? ja, want wij mogen niet moedeloos worden. Waar de genoemde cijfers een oordeel uitspreken over de ontrouw der Kerk, daar moet het haar ook prikkelen tot meerdere getrouwheid, tot meer krachtigen arbeid.
Wat doet thans de Kerk om de groote massa weder te brengen onder den invloed van het Woord Gods, om de harten der intellectueelen te bewerken, om de arme verlorenen te zoeken? Neen, wij mogen niet gering achten het vele dat op onderscheiden gebied, vooral op dat van Kerk en School, van Barmhartigheid en Zending is gedaan, maar deze cijfers roepon ons toe dat wij, gedrongen door de liefde van Christus, meer moeten doen aan wat men noemt de Inwendige Zending, aan het zoeken van de verlorenen. In het organiseeren van dien arbeid, in het brengen van het Woord Gods aan de huizen, in het bewerken van de overtuiging van de groote massa, die, als zij komt onder de macht van de ongeioofsprofeten, een groot gevaar voor het Christendom dreigt te worden, ligt een gewichtige roeping, die de Kerk meer moet bezig houden.
Bijzondere Learstoelen. .
We lazen onlangs in de bladen een bericht, dat de Roomschen in Utrecht gebruik hebben gemaakt van de gelegenheid, om Bijzondere Leerstoelen op te richten aan onze lands-hoogescholen. Een Roomsch hoogleeraar is er zijn werkzaamheden begonnen.
Is dit niet beschamend voor ons, Hervormden?
Ja, zoowel de Confessioneele Vereeniging als de Gereformeerde Bond tot verbreiding en verdediging der Waarheid zijn aan het werk getogon, om te geraken tot het doel: aan onze openbare Universiteiten professoren te benoemen, die de Gereformeerde leer zullen onderwijzen.
Maar de giften komen slecht binnen.
En er was zoolang over geklaagd, dat onze theologische studenten hun opleiding ontvingen door middel van leermeesters, die afweken van de leer der kerk.
En dat er zoo niets aan te veranderen was, waar de Overheid hoogleeraren benoemde en het Synodaal Bestuur eveneens professoren aanstelde, die vijandig stonden tegenover de Gereformeerde belijdenis.
Nu is er een weg opengesteld, om hierin verbetering te brengen.
Als de twee bovengenoemde vereenigingen gelden genoeg beschikbaar hebben, kunnen de besturen dier organisaties overgaan tot het instellen van Bijzondere Leerstoelen. Echter blijkt de offervaardigheid voor dit doel zéér gering. Moeten we hieruit besluiten, dat de voorstanders der Geremeerde belijdenis zoo weinig over hebben voor hun beginsel? Tot ons leedwezen moeten we bekennen, dat, waar de Gereformeerde Kerken" in het bezit zijn van twee opleidingscholen voor a.s. Dienaren des Woords (te Kampen en te Amsterdam), de Gereformeerde groep in ónze Kerk al te veel achterblijft.
Dit moet anders worden!
Dit kan anders worden, als de oogen meer opengaan voor de diepe gezonkenheid onzer Kerk.
Aan dezen droeven toestand der Hervormde Kerk hebben wij mede schuld.
Doordat we wel klagen, maar te weinig doen, wat onze hand vindt-om te doen.
Klachten zijn goedkoop, maar ze baten niet.
Wat te denken van een huiseigenaar, die bij zijn bouwvallig huis staat te jammeren, dat zijn huis zoo slecht is, terwijl hij de middelen heeft, om hierin verandering té brengen?
Het wil er bij ons niet in, dat onze geestverwanten niet iets, niet veel zouden kunnen afzonderen voor dit goede doel.
Onmogelijk is het niet, dat er onder onze lezers zijn, die niet wisten, dat er zoo iets bestond als de bovengenoemde fondsen.
Ook niet, dat anderen het vergeten waren.
Daarom schreven we ons artikel.
In de hoop, .dat er in onzen kring velen zouden gevonden worden, die zelf iets willen bijdragen en anderen hiertoe willen opwekken.
Misschien, dat dan binnenkort de courant ons het verblijdende nieuws brengt: Men is van Gereformeerd-Hervormde zijde kunnen overgaan tot de benoeming van een hoogleeraar!
{Uit "Onze Vaan", uitgave van de Ned. Herv. Kiesvereen. "Calvijn" te Rotterdam).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 april 1910
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 april 1910
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's