Afdeelingsverslagen.
HILVERSUM, (slot - 1e deel 1/4/1910.) Zoo ontstond weer als vanzelf het wetenschappelijk socialisme. Spr. bedoelt niet het grove socialisme, de geest der omkeering van elke orde, het opwekken tot ontevredenheid met elken bestaanden toestand, in ons land gepropageerd door een man als Domela Nieuwenhuis. Maar het meer verfijnde socialisme. De bekende Duitscher Karl Marx was het die een stelsel vormde, gebaseerd op de leeringen van Hegel en Feuerbach. Waar men met den godsdienst niet rekende, maar deze als oorzaak beschouwde van de vele wanverhoudingen, was niets natuurlijker dan dat men den godsdienst weg wenschte. En zoo werd openlijk de strijd aangebonden tegen allen godsdienst. In Duitschland waren het mannen als Bebel, berucht door zijn woord: 't zijn niet Goden die menschen gemaakt hebben, maar 't zijn menschen die Goden gemaakt hebben, « en Liebknecht die 't uitsprak: Christendom is knechtschap, en daarom de dood«. Maar niet alleen in 't buitenland, ook hier werd de propageering gehoord van 't materialistisch ongeloof. Was 't niet Mevr. Roland-Holst die 't bekende woord sprak, dat deugd en ondeugd hadden stuivertje gewisseld; wat vroeger goed heette kan daarom nu wel kwaad zijn en wat eertijds als verkeerd werd beschouwd, was nu misschien zeer goed. - Voor een Christen was en is 't onmogelijk zich hierbij te voegen, en Mr. Troelstra bekende 't dan ook in een eerlijk oogenblik: De arbeider, die in de eerste plaats zijn geloof liefheeft, komt nooit bij ons.« Zoo doet zich dus het materialisme, bij name in 't wetenschappelijk socialisme, voor als de vijandin van den godsdienst, en als zoodanig van de kerk. Ten bewijze haalt Spr. hierbij nog aan verschillende citaten van schrijvers en uit redevoeringen van bekende revolutionairen, o.a. Ferrer, de onlangs ter dood veroordeelde leider der moderne school in Spanje, waaruit voldoende blijkt de geest van het materialisme, dat de kerk verwoest. Maar ook nu, zegt Spr. zullen we niet stilstaan alleen bij het stelsel als zoodanig. Niet het Marxisme in zijn richting, is het gevaar waarvoor we waarschuwen alleen, maar helaas ook in orthodoxe kringen, daar waar men zich Gereformeerd noemt, dringt de geest van het Materialisme door. 't Is zoo noodig te waken tegen 't zoet gefluit van den vogelaar, voor den wolf in schaapskleederen. Zoo menige Christen buigt de knie in den tempel van de religie van het stof. En toch, niemand kan twee heeren dienen. Of den een, of den ander! 't Is maar niet hetzelfde of men belijdt: Uit het stof, door het stof en tot het stof zijn alle dingen, » of dat men in ootmoed betuigt: "Want uit God, door God en tot God zijn alle dingen, Hem zij de heerlijkheid*. Als tusschenzang wordt gezongen Ps. 119:13, 16, waarna Spr. tot zijn derde punt komt, het Mysticisme.
Het Mysticisme zoekt naar het verborgene, streeft naar vereeniging met de Godheid. Elke overdrijving werkt schadelijk. Evenwel iedere mensch heeft een ingeschapen Godskennis. Godsdienst wordt niet van buiten opgelegd, maar komt spontaan óp in het hart, en wordt van buiten af gevoed. Daarom zelfs de ongeloovige mensch, de godloochenaar, twijfelt in zijn hart aan de waarheid van zijn eigen woorden. Vader Hellenbroek heeft het zoo schoon uitgedrukt, sprekende over het ontkennen van het bestaan Gods: Dit is meer een wenschen dan een dadelijk gelooven. Zelfs een goddelooze minister van arbeid in Frankrijk, Vivianni, toen hij 't brutaalweg in 't parlement uitsprak: »Wij hebben de lichten aan den hemel uitgedoofd, " heeft dit meer in zijn hart gewenscht, dan geloefd, dat het zoo ware. Ja een Ferrer, die in gruwelijke taal zijn ongeloofstheorieën en zijn vijandschap tegen allen godsdienst luchtte, hij heeft inwendig een stem gehoord die 't sprak: zou 't in waarheid zoo zijn.? — We vinden de waarheid van deze bewering in Gods Woord, waar Paulus 't zegt: »Wij zijn ook van Gods geslacht". Vandaar dan ook bij vele ongeloovigen een neiging tot 't zoeken-van ongekende dingen, van onbegrepen zaken. Zochten ze dit nu in en bij den Bijbel, maar alweer, ze verlaten de bron! Men zoekt het bij allerlei. Men vervalt zelfs weer tot het heidendom, Boedhisme. Men luistert naar mannen als Schopenhauer, en zoekende naar den oorsprong van zoovele onbegrepen dingen, belijdt men den godsdienst van het lijden. Spr. staat hier eenigen tijd bij stil, en toont aan, dat dit stelsel in hoofdzaak zich uitspreekt en verdeelt in 4 punten: 1e Het bestaan van het lijden, 2e het ontstaan van het lijden, 3e verlossing van het lijden, en 4e wegneming van het lijden. — Verder wordt genoemd en ook in zijn ontstaan en wezen eenigszins geschetst, de hedendaagsche Theosophie en Spr. verklaart in 't kort, maar duidelijk, de onderdeelen, als de leer der reïncarnatie, 't Karma en Nirwana. Vervolgens wordt gewezen op ^t Spiritisme, dat zoovele aanhangers telde reeds in de vorige eeuw; zelfs werden Christenmannen, geloovigen, in zijn netten gevangen. Ook op het Occultisme, mede een uitwas van de valsche mystiek, werd gewezen en dit alles te zamen leidt in onze dagen, in Frankrijk, tot het Godonteerend Satanisme. Daar is men in kringen zóo diep gezonken, en heeft men de orde zóo omgekeerd, dat men er toegekomen is zich openlijk en geheel aan den satan te verbinden, en hem, den vorst der duisternis, te aanbidden als den God van het licht! — 't Is alles tezamen valsch mysticisme. Maar ook nu weder, zegt Spr., niet het oog alleen op het stelsel als zoodanig, niet gezien op de brute verkondiging van Boedhisme, Theosophie, Spiritisme, Occultisme, enz. maar ook hier dringt in zoovele Orthodoxe, ja, in Gereformeerde kringen de geest van dit stelsel door. 't Gevoel treedt zoo vaak op den voorgrond. Zeker, er is een geestesopenbaring, maar 't gaat niet buiten de openbaring van het Woord! Men stelt zoo licht de mystiek van den H. Geest boven het werk van Christus. Spreker wijst als voorbeeld nog op de wederdoopers, ten tijde der Hervorming. Soms openbaren zich nog van die ongezonde uitwassen, en zeker wel als vrucht daarvan kon men aanschouwen voor eenige jaren, die droevige geschiedenis in Appeltern. We hebben tegen zulke invloeden van valsche mystiek te strijden en te waken. Ziehier, eindigt Spr., eenige teekenen van ónzen tijd. O zeker, we hadden kunnen wijzen op meerdere teekenen, andere teekenen. Oorlogen, geruchten van oorlogen, enz. Evenwel de behandelde dingen zijn zaken die op ons kerkelijk terrein en persoonlijk leven, van zoo schadelijken invloed kunnen zijn. Nochthans, de Heere regeert. Hij zal in Christus Zijne Kerk bewaren, daarom mag de hel vrij woeden. Rustig mag de geloovige den strijd aanschouwen, hoe ook de wateren spatten, en de winden stormen, de zegepraal is aan hun Koning. Maar 't geloof ontslaat de Kerk niet van hare roeping! Ze heeft het vaandel omhoog te houden. De Kerk stelle de kennis des Heeren uit natuur en schriftuur, tegenover het woelen der geesten en de redeneering van het verstand. Zij verheerlijke haar God boven al het zichtbare en tijdelijke. En tegenover elke valsche, onzuivere mystiek, stelle ze deze zuivere mystiek, die we het schoonst vinden uitgedrukt in dat heerlijke vers van Ps. 25
"Gods verborgen omgang vinden Zielen waar Zijn vrees in woont; 't Heilgeheim - wordt aan Zijn vrinden Naar Zijn vreêverbond getoond.»
In 't teeken des kruises (geen ander teeken zal worden gegeven), omknellend het Woord, zal ze door haar Koning overwinnen alle machten der duisternis!
Na dat Ds. Jongebreur in dankgebed voorging, waarin gedacht werd aan den nood en 't gevaar der Kerk, en met belijdenis van schuld den Koning der Kerk om hulp en verlossing was gevraagd, terwijl ook de plaatselijke gemeenten en hare leeraars den Heere opgedragen werden, werd deze zoo schoone, leeizame en met aandacht gevolgde lezing, besloten met het zingen van Psalm 25 : 7.
S. S. HARKEMA, Secretaris, der Afd.
HILVERSUM, 20 Maart.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 april 1910
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 april 1910
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's