De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het kerkelijk leven.

8 minuten leestijd

Hoe moet de Kerk worden geregeerd? IV

Van plaats tot plaats vergadert Jezus Christus zijn erfdeel. Van stad tot stad en van volk tot volk roept de Heiland te voorschijn degenen die Hem van eeuwigheid door den Vader gegeven zijn. Nadat de kerke Gods uit de windselen der Oude Bedeeling is losgemaakt groeit zij uit onder alle creaturen; alles uit Hem, die het Hoofd der Gemeente is. (Coloss. 2 : 19.;

En om nu Zijn Gemeente tot openbaring te roepen, om Zijn Gemeente te besturen en te regeeren, alsook om Zijn Gemeente tot volmaking te brengen heeft Christus, Sions Koning, het ambt van Dienaar des Woords en van Ouderling of Opziener ingesteld.

Zoo is van ouds onder ons geloofd en beleden. Ambtsdragers zijn noodig als een gemeente tot formatie komt (zie op Paulus' arbeid) en zij zijn noodig om de gemeente te bewaren in den weg des Woords, bij de gezonde leer. Of zegt Paulus niet tot de ouderlingen van Efeze (Hand. 20 : 17) „want dit weet ik, dat na mijn vertrek zware wolven tot u inkomen zullen, dip de kudde niet sparen; en uit u zelven zullen mannen opstaan, sprekende verkeerde dingen, om de discipelen af te trekken achter zich, Daarom waakt en gedenkt dat ik drie jaren lang, nacht en dag, niet opgehouden heb een iegelijk met tranen te vermanen" (vers 29—31.)

Zonder ambtsdragers kan de kerke Gods hier op aarde niet.

't Zou dan tegen Christus' instelling zijn. 't Zou tot schade zijn voor de ware religie; 't zou tot nadeel zijn voor het leven van Sion.

Daarom behooren alom dienaren van Christus, den grooten Herder der schapen, te zijn, waarbij Paulus in Hebr. 13 schrijft „zijt uwen voorgangeren gehoorzaam en zijt hun onderdanig: want zij waken voor uwe zielen, als die rekenschap geven zullen; opdat zij dat doen mogen met vreugde en niet al zuchtende: want dat is u niet nuttig." 

Wanneer wij Gods Woord opslaan en onze Belijdenis vergelijken (zie Art. 30—32-Ned. Gel. bel.), dan zullen we opmerken, dat duidelijk gezegd wordt van welk beginsel de ambtsdragers in de kerk des Heeren moeten zijn en welk werk zij te verrichten hebben.

Over het beginsel mag geen twijfel zijn. In de kerk mag maar éen beginsel gevonden worden: niets dan Gods Woord in Gods huis!

En dus welke mannen verkozen moeten wordgn door de gemeente tot het vervullen van een of ander ambt, daarover kan geen onzekerheid gevonden worden.

't Moeten mannen zijn, die onvoorwaardelijk buigen voor Gods Woord, die lust en begeerte toonen om den Heere te dienen in den weg Zijner iuzettingen. ,

Daarom zegt Art. 30 van onze Ned, Gel. bel, ook: „Wij gelooven, dat deze ware Kerke geregeerd moet worden naar de geestelijke politie („inrichting") die ons onze Heere heeft geleerd in Zijn Woord Door dit middel zullen alle dingen in de kerken wel en ordelijk toegaan, wanneer zulke personen verkozen worden, die getrouw zijn, en naar den regel dien de heilige Paulus daarvan geeft in den brief aan Timotheüs."

En lees dan 1 Tim. 3 maar eens! Geef ook maar acht op Art. 53 van de Dordtsche Kerkeorde!

Mannen kloek van verstand, gezond in de leer, vol lust en liefde tot 's Heeren dienst, Christus kennende en erkennende als Sions Koning, wandelend in de vreeze des Heeren, dat zijn de aangewezen mannen voor het ambt in Christus' Kerk.

Want van vrouwen is hier geen sprake.

En die mannen moeten dan door de Gemeente gekozen worden, in den weg van „wettelijke verkiezing der Kerk, met aanroeping des naams Gods en goede orde, gelijk het Woord Gods leert." (Art. 31 Ned. Gel. bel)

Over die verkiezing zelve, over de wijze waarop die verkiezing moet plaats hebben, zullen we ditmaal niet veel zeggen, daar dat ons te veel zou afvoeren van het onderwerp, dat we nu ter behandeling voor ons hebben.

In 't algemeen willen we dit wel zeggen, dat de Gemeente naar Gods Woord geroepen is, om de ambtsdragers te kiezen. Niet krachtens het revolutionair beginsel van volkssouvereiniteit. De Gemeente is geen democratie, waar het volk zichzelf regeert. De Gemeente is Christus' lichaam, Christus' eigondom — en dus Christus regeert, niemand anders.

Maar de gaven door Christus aan Zijn Gemeente gegeven, die zal de Gemeente ook mogen en moeten gebruiken.

Neen, wij spreken dus in de Kerk niet van democratie of volks-souvereiniteit. Die ellende laten wij voor de dwaze revolutie-mannen.

Maar ons pleit gaat wél voor de rechten der geloovigen, voor den invloed der Gemeente, zooals Christus dat aan Zijn kerke beschikte.

Daarom lijkt ons die verkiezing van de ambtsdragers het beste, waarbij de wensch en de begeerte der Gemeente duidelijk en vrij kan openbaar worden, onder aanroeping van den Name des Heeren en handelend met goede orde, gelijk het Woord Gods leert.

De Gemeente verkieze onder leiding van den Raad der Kerk! (Hand. l : 15-26, Hand. 6 : 2—6, Hand. 14 ; 23.), Mannen, kloek van verstand, zuiver in de belijdenis, gezond in het geloof, vol des Heiligen Geestes, worden van Christus begeerd om van plaats tot plaats over Zijn gemeente toezicht te houden. (Hand. 14 : 23. Tit. 1:5.)

Biddend, met beleid, met wijsheid moeten die verkozen worden. (1 Tim. 3 : 10; 5 : 22.)

En verkozen zijnde zullen ze bevestigd moeten worden in hun ambt (Hand. 13:3).

Zóó wordt een kerkeraad gevormd, die dan over de plaatselijke Gemeente te A of B gesteld is, doende den wille Gods, handelend naar het bevel Christi.

Niet voor héél de Kerk des lands of van het gewest is die Kerkeraad dan. Neen! - ». gaat de ouderling A uit de gemeente te B weg, dan is hij ouderling af. En _ alvorens hij in de Nieuwe plaats zijner inwoning wederom in den Kerkeraad zitting kan krijgen, moet hij in zijn nieuwe woonplaats door de Gemeente van Christus verkozen worden en in het midden der Gemeente bevestigd.

De Roomsche Kerk redeneert ten opzichte van deze zaak anders, daar de Roomsche Kerk van de veronderstelling uitgaat, dat de ordening of wijding aan den priester een bizonder karakter geeft, een extra genade gave, een onuitdelgbaar kenteeken.

Maar de Geref. Kerk legt nadruk op de roeping, terwijl dan de bevestiging een openlijke erkenning daarvan is.

Het ambt ontvangt men in een hepaalde Kerk. Wordt men dus als dienaar des Woords van A naar B geroepen, dan moet die roeping van B te B ook bevestigd en bezegeld worden; dan moet men te B opnieuw in het ambt gesteld worden. Zoo is men dienaar des Woords, ouderling enz. van de gemeente te A, te B enz. en dus niet van heel de Kerk des Vaderlands.

Het ambt komt op uit de roeping en is gebonden aan een bepaalde Kork — dat' is Gereformeerd. (Zie art. 10 Dordtsche Kerkeorde.)

Verblijdend, maar, ., ,

In „ De Haagsche Courant" stond het volgende „Ingezonden Stuk";

KERKGAAN. 

Reeds dikwijls is er geklaagd over de wijze, waarop een deel van het kerkgaand publiek zich toegang verschaft tot een godsdienstoefening en zich in het kerkgebouw plaats weet te verschaffen. Zoo als het echter jl. Zondagavond in de Zuiderkerk is toegegaan, heb ik het nooit gezien en hoop het ook zoo nooit meer te zien. Er werd niet alleen gedrongen, maar men schaamde zich niet, in de kerk gebruik te maken van wandelstokken enz. Ik vraag mij af, of menschen, die zich zóó voor den aanvang eener godsdienstoefening gedragen, gestemd zijn tot het aanhooren van een prediking en of dergelijke handelingen een uitvloeisel zijn van het godsdienstig leven.

Dat aan deze schandalen een eind kome, is noodig.

Np moet men weten, dat toen op dien bewusten Zondagavond Dr. Posthumus Meyjes in de Zuiderkerk optrad. Wat was het er vol! Zooals het trouwens bij Dr. Posthumus Meyjes en Ds. Den Hertog altijd is. En ja, dan moet men een uurtje voór het aanvangen van de godsdienstoefening in de Kerk zijn, want anders krijgt men geen plaats; zelfs geen staanplaats.

Dat er nu menschen zijn, die zich aan zulke volle Kerken ergeren blijkt telkens.

Die een afkeer hebben van de Gereformeerde leer, hebben ook een ergernis aan zulke volle beurten. En men gaat dan zelfs spreken van schandalen". Jalousie is een leelijk ding! Toch moet men bij zulke volle beurten voorzichtig zijn. 't Blijft altijd een Kerk waar men binnen gaat. En dan moet alles wat in een Kerk niet thuis hoort, zooveel mogelijk geweerd worden.

Verblijden wij ons dus van harte in die „volle" beurten in onze Residentiestad, wat met de komst van Dr. De Bie, uit Arnhem, wel niet minder zal worden, — en gelooven wij ook, dat het „Ingezonden stuk", hierboven vermeld, uit de pen van een jaloersch persoon gevloeid is, die niet zoo'n groot vriend is van de Gereformeerde leer, toch zouden wij willen zeggen bij deze dingen: laat men voorzichtig handelen in het huis des Heeren — en laat men in Den Haag toch een paar Gereformeerde predikanten méér beroepen, dan zal men eens zien, dat de Gereformeerde leer onze Herv. Kerk niet verderft, maar tot een zegen kan wezen! Dan kan de groote schare ook naar behooren gevoed worden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 april 1910

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 april 1910

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's