De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het kerkelijk leven.

10 minuten leestijd

Hoe moet de Kerk worden geregeerd? V.

Een Gereformeerd mensch is voor een Presbyteriale Kerkregeering, waarbij de regeering en het toezicht over de gemeente, van plaats tot plaats, aan de herders en leeraars en de ouderlingen is toebetrouwd.

Dit is naar uitwijzen van Gods Woord.

Nergens heeft de Heere Christus de verkondiging van het Evangelie, de regeering der Kerk, het toezicht over de Gemeente in handen gelegd van Koning of Keizer, van Paus of Bisschop.

Noch met, het Luthersche stelsel („wie heer is in het land zet den godsdienst naar zijn hand" — cuius regio eius religio), noch met het Roomsche stelsel (de Paus is de Stedehouder van Christus en is de hoogste en onfeilbare uitlegger der waarheid in de Kerk) kunnen en mogen wij meegaan.

Naar uitwijzen van Gods onfeilbaar Woord, dat zéér klaar is in die dingen, die tot de zaligheid des menschen en tot den welstand van Sion noodig zijn, is ónze overtuiging, dat de Kerk des Heeren een geheel eenige plaats inneemt op aarde. 't Is geen vereeniging met een Bestuur en met statuten, 't Is geen Kerk met Koning of Paus tot gebieder, 't Is het lichaam van Jezus Christus, dat Hij van plaats tot plaats en van land tot land, jaar na jaar vergadert. Zelf het Hoofd en de Gebieder zijnde, de Rechter en de Wetgever, terwijl Hij wil dat Zijn Gemeente van plaats tot plaats onder herders en leeraars en opzieners staan zal, om in gehoorzaamheid aan Gods Woord te leven, het ware Evangelie verkondigend en de leugen bestrijdend, zijnde alzoó een pilaar en vastigheid der waarheid.

Van plaats tot plaats moet het gaan zooals we lezen in Hand. 14:23: en als zij (Barnabas en Paulus) hun in elke gemeente, met opsteken der handen, ouderlingen verkoren hadden, gebeden hebbende met vasten, bevalen zij hen den Heere, in Welken zij geloofd hadden."

Of zooals de Dordtsche Kerkeorde zegt in artt. 2, 4, 22, 23 enz. enz. — en zooals de Ned. Gel.bel. zegt in artt. 30—82.

Bij de vraag: hoe moet de Kerk, in haar geheel genomen, geregeerd worden komt het er dus allereerst op aan, dat wij goed verstaan hoe de plaatselijke Gemeenten (of Kerken) den grondslag vormen van de Kerk, zooals die in een land gevonden wordt.

Dat is, geheel naar het Woord.

Zoo hebben ook onze Vaderen altijd gewild en geleerd. „De leer van de plaatselijke Kerk hoeksteen van het geheel!"

Onze Vaderen hebben nooit de Kerk des Heeren in ons Vaderland als éen groote vereeniging beschouwd, staande onder een Hoofdbestuur, waarin HoogEerwaarde mannen zitting hebben — terwijl de gemeente te A. of te B. daar dan een onderafdeelinkje van zou zijn, waar de ambtsdragers slechts als eerwaarde knechtjes van de HoogEerwaarde Heeren te beschouwen zijn.

Lees b. v. art. 62 van de Dordtsche Kerkeorde maar eens: „een iedere Kerk (plaatselijke gemeente) zal zulk eene manier van bediening des Avondmaals houden, als zij oordeelt tot de meeste stichting Ie dienen" — of lees art. 13 eens: zoo het geschiedt dat eenige Dienaar door ouderdom, ziekte of anderszins onbekwaam wordt tot uitoefening van zijn Dienst, zoo zal hij van de Kerk, die hij gediend heeft (de plaatselijke Kerk dus!) eerlijk in zijn nooddruft (gelijk ook de weduwe en weezen van den Dienaar in 't algemeen) verzorgd worden."

Wat hooge waarde wordt daar aan het Presbyterium (den Kerkeraad) van elke Gemeente gegeven en wat wordt van elke plaatselijke Kerk beleden: in eigen huis eigen zaken regelen!

Er valt dan ook niet aan te twijfelen of voor onze Vaderen was de plaatselijke Gemeente, met eigen herder en leeraar, ouderlingen en diakenen (naar het 3-voudig ambt van Christus: Profeet, Koning en Priester) een van de voornaamste stukken bij de beschouwingen en besprekingen over de Kerk en het kerkelijk leven.

Elke Gemeente is ook een eigen plantinge Gods, een nieuwe loot uit den boom Christus, vrucht van Gods verkiezende genade en gevolg van ' Christus' arbeid.

Elke Gemeente of plaatselijke Kerk neemt een eigen plaats in het Koninkrijk Gods in; heeft een eigen geschiedenis in de tegenwoordige bedeeling te midden van de strijdende Kerk en elke plaatselijke gemeente staat dan ook rechtsstreeks onder de opperhoogheid van Koning Jezus, in gebondenheid aan Gods Woord in alle handel en wandel, hebbende de ambten door den Heiland ingesteld.

Lees de Handelingen der Apostelen maar; lees de brieven der Apostelen, alsook de brieven van den Heiland in Openb. 2 en 3.

In de Gereformeerde Kerke-ordeningen begint men dan ook altijd om te spreken over de Kerkeraden, zijnde de presbyteriale regeering van elke plaatselijke Gemeente.

Men begint nooit van boven af, sprekende van een Synode; men begint nooit niet het oog te laten gaan over héél de Kerk in Vaderland of Provincie.

Neen 't begint met den kerkeraad, met de plaatselijke Gemeente — en dan beweegt men zich van onderen afaan omhoog!

Lees bijv. art. 29 van de „Dordtsche Kerkeorde" maar eens.

Daar staat: Vierderlei Kerkelijke Samenkomsten sullen onderhouden worden: de Kerkeraad, de Classicale Vergadering, de particuliere Synode en de Generale of Nationale Synode.

Als eerste Kerkelijke Vergadering wordt dus genoemd: de kerkeraad.

En dat onze Vaderen ernst maakten met dien Kerkeraad, blijkt uit art. 37„Dortsche Kerkeorde", waar we lezen: „In alle Kerken (Kerken staat er!) zal een Kerkeraad zijn, bestaande uit Dienaren des Woords en Ouderlingen, dewelke ten minste alle weken ééns te zamen komen zullen, " waarbij art, 40 zegt: „Insgelijks zullen de Diakenen alle weken te zamen komen, om met aanroephig van den Name Gods, van de zaken hun ambt betreffende te handelen; waartoe de Dienaren des Woords goede opzicht zullen nemen en zoo noodig zich daarbij laten vinden."

Zoo is „de leer van de. plaatselijke Kerk hoeksteen van het geheel."

En dat de Kerkeraad een vrije, hooge, heilige en Goddelijke positie inneemt, bewezen onze Vaderen goed te verstaan, dóór nadrukkelijk te verklaren en voor te schrijven, dat de Kerkeraad, souverein in eigen kring moet zijn en blijven, zeggende in art. 30 „Dordtsche Kerkeorde": in meerdere vergaderingen (dat zijn de vergaderingen die op de Kerkeraads-Vergaderingen volgen, waar dan meer „Kerken" te zamen kwamen) zal men niet handelen, dan 't geen in mindere niet heeft afgehandeld kunnen worden, óf dat tot de Kerken (Kerken staat er!) der meedere vergadering in 't gemeen behoort."

Dus: een Classicale Vergadering moest afblijven van hetgeen tot de bevoegdheid van den Kerkeraad behoorde.

Handen thuis!

Geen albemoeierij van hoog-eerwaarde heeren.

Ieder in z'n eigen kring, zooals de Heere Christus dat bevolen heeft, levend onder de tucht van Gods Woord en levend naar de orde van zaken door de Kerken samen in den lande, in gehoorzaamheid aan 's Heeren getuigenis, opgesteld, goedgekeurd en onderteekend!

Verblijdend.

Dr. P. Niermeyer, Ned. Herv. predikant van moderne beginselen te Havelte in Drenthe, laat in het Handelsblad een bittere klacht hooren, waarbij wij ons van harte verheugen!

Hij schrijft:

«Havelte is een van de uitgestrektste gemeenten en  moeilijk voor een predikant, die gaarne zijn plicht doet. Vooral ook moeilijk omdat hier, evenals in zoovele gemeenten, de orthodoxie Haar tenten heeft opgeslagen en de gemeente tracht om te werken in haar geest.

De gemeente Havelte is vrijzinnig op kerkelijk, liberaal op staatkundig gebied, en zoo is Drenthe over 't algemeen.... geweest.

Geweest! Ja, want overal nestelt zich hier in den omtrek de orthodoxie in kerkelijke en burgerlijke gemeenten.

Arm Drenthe! pas begint het te ontwaken en zich wat op te werken uit een toestand van verdooving, van armoede, van onwetendheid, of daar komt het zwarte gevaar.

Bizondere scholen worden overal gebouwd.

Ook mijn gemeente wordt als het ware overstroomd door orthodoxe predikanten en Evangelisten. Elke week wordt hier op 4 plaatsen gepreekt in rechtzinnigen geest. En in Uffelte (Gem. Havelte) staat een mooi kerkje (Ned. Herv. Evangelisatie) waar met Mei twee Evangelisten zich zullen vestigen, om 't daar eens recht op te knappen.

't Wordt hoog tijd, dat de vrijzinnigen toonen dat zij er óok nog zijn en niet altijd slapen.

Nóg zijn de Uffelters vrijzinnig, maar bij 't geweldige werken der orthodoxie is 't de vraag, zullen ze 't blijven.»

Tot zoover de klachte van den modernen Drentschen dominé!

Is het wonder, dat wij er ons over verblijden?

En wordt ons niet met den vinger aangewezen door onze tegenstanders waar voor ons terrein ligt om te gaan werken?

Naar Drenthe! En naar Groningen, en naar Noord-Holland enz. enz.

Daar ligt de weg, waarlangs de voeten van allen gaan moeten die het wél meenen met onze Kerk, met ons land en ons volk.

Daar moeten Evangelisaties komen. Daar moeten Scholen met den Bijbel worden gebouwd.

Zoo spoedig mogelijk

De velden zijn wit om te oogsten.

Eu als de rechtzinnigen de handen in elkaar slaan, dan is het voor de vrijzinnigen verloren.

De modernen voelen dat.

Ook op de laatste vergadering van Vrijzinnige Hervormden is „het dreigend gevaar^' besproken en Ds. Nobel van Kedichem riep den predikanten toe tegenover 400 vrijzinnige predikanten, die 360 vrijzinnige gemeenten bedienen, staan 950 orthodoxe gemeenten met 1100 orthodoxe predikanten! Maar het is nog niet verloren, als we maar opwaken en aan 't werk gaan. Laten eens 100 van de 200 vrijzinnige dominees, die jonger zijn dan 40 jaar, zich bereid verklaren om in den aanstaanden winter elk 4 spreekbeurten te vervullen, dan kan vóór het jaar 1911 (het jaar, waarin overal beslist moet worden over de vraag: kerkeraad of kiescollege? !) het geheele land bewerkt zijn! Overal waar men gesproken heeft moet dan een vereeniging opgericht worden waarvan leven uitgaat, enz."...

Ds. Nobel weet het wel! En hij zegt het overal! Maar laten wij er door gewaarschuwd worden.

En daarom, laat ons over deze dingen eens nadenken en daarover eens beraadslagen.

Gods Woord moet overal worden uitgedragen.

Voornamelijk waar het Modernisme zoo verwoestend gewerkt heeft.

Daar zijn er die zuchten; die roepen Laten wij daar een aanknoopingspunt zoeken, al was het maar door éen kerkeraad in de provincie, of door éen huisgezin in een gemeente.

Indien Gods Woord maar alom verkondigd mag worden, dan zal de Heere wel voor de uitkomst zorgen en dan zal er nog hope zijn voor Kerk en Vaderland.

Laat ons dan terrein zoeken dat braak ligt. Laat ons arbeiden, zoolang het dag is!

Treurig.

Het gaat op de Openbare School, waar nog zoo héél veel van de kinderen onzes volks onderwezen worden, hoe langs hoe meer achteruit; hoe langs hoe meer van God en Zijn Woord af.

Zoo lazen we pas nog in „Onze Courant": «Lang heeft dat geduurd. Vaak heeft men op één en 't zelfde dorp zoowel in de openbare als in de christelijke school, de zangboekjes van Worp gebruikt. 'k Heb er zelf het zingen ook uit geleerd. Er staan zulke mooie melodieën in en zulke prettige, zangerige, tweestemmige stukjes , B.v. 't bekende: «Waar liefde woont» en dan die prachtige zetting van psalm 8: «Heer, onze Heer, grootmachtig Opperwezen!

Ook op tal van openbare scholen waren die boekjes in gebruik en dat vonden we een zegen. Nooit is daar dan ook onzerzijds aanmerking op gemaakt....

En toch zijn, nu, bij een nieuwen druk, al die «godsdienstige» liederen.... verdwenen !

Wat er vovr in de plaats kwam? Voor psalm 8 kwam dit:

Er hangt bij grootmoe in de gang Een klein en snoeperig huisje. Een aardig heertje met zijn vrouw Bewonen saam dat kluisje. Een mooien  wandelstok heeft hij. Een groote paraplu draagt zij ....

En voor "Waar liefde woont," kwam:

Als 's avonds de zonne naar bed is gegaan. Dan steken ze boven de sterretjes aan, Dan zweven er engeltjes elk naar een kant; Zij houden een brandende kaars in de hand.

Die verandering is teekenend.

Dat is nu niet, wijl er geklaagd is over schending der neutraliteit, maar blijkbaar wijl de openbare onderwijzers zélf, eigener beweging, niet van 't «grootmachtig Opperwezen» en den «zegen des Heeren» zingen willen!»

Is het niet treurig?

Laat men toch alom scholen bouwen, waar het Evangeliezout kan worden uitgestrooid om de jeugd voor een wis verderf te bewaren!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 april 1910

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 april 1910

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's