De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Ingezonden.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ingezonden.

6 minuten leestijd

Geachte Redactie!

Daar is een dik boek uitgekomen, 't welk den titel draagt: De Gezangenkwestie in de Ned. Herv. Kerk.is. Als ge niet beter wist zoudt ge denken, dat het per pagina betaald werd, vooral ook om de merkwaardig vele pagina's overdruk, die niets ter zake doen. De schrijver is blijkbaar van oordeel, dat ook hij een belangrijk woord heeft mee te spreken, nadat anderen — en velen — ongeveer dezelfde zaak bespraken en beter voet bij stuk hielden, dan de ijverige scribent van dit boek.

Over de quaestie, op het titelblad vermeld, staat, naar 't mij voorkomt, niets nieuws. Er is allerlei bijgesleept. Over het gebriiik der stomme e in 't algemeen, en bizonder bij den naam Heere; over kleine of groote letter bij't laten drukken van Gods Heiligen Naam; over tooverij; over Evangelisatie van Gereformeerden; over reorganisatie van Confessioneelen, enz. enz.

Eén ding blijkt duidelijk, n.l. dat de schrijver veel in Luthersche landen gereisd heeft en bizonder het gemunt heeft op de Gereformeerden en deze zoo ongeveer vertegenwoordigd ziet in een vroegeren ambtgenoot in eenzelfde gemeente.

Overigens aan alle kanten een vriendelijke buiging en met voorliefde aanhalingen van Afgescheidenen als Gispen, van Andel en Brummelkamp Sr. Van Ds. Gewin, die op zijn laatste krankleger een gezangvers uitsprak, wordt verklaard, dat hij toen gezonder was dan in vele jaren. Zoo beoordeelt deze schrijver iemands geestelijken toestand naar het uitspreken van een gezangvers; en dat van iemand, die jarenlang met opgewektheid en met beschamenden ijver gearbeid heeft, zonder dat hij Gezangen' in de openbare samenkomsten der gemeente gebruikte!

Het boek is vol contradicties en inconsequenties, en eene volkomene rechtvaardiging van 't oordeel van Ds. Bak­ huizen van den Brink en Dr. Obbink, die 't-gansch overbodig vonden om een dik boek te schrijven over dit verschil van inzicht.

Voorstanders en tegenstanders van 't vrije lied in de Kerk kunnen hier weer wat uitzoeken voor hunne gevoelens.

Er viel door dit boek geen nieuw licht op de zaak der Gezangen. Als de schrijver meent, dat de bekende teksten een bevel bevatten om vrije liederen in te voeren, dan is hij eenstemmig met al de voorstanders in de verklaring dier teksten, doch zegt niets nieuws; en de tegenstanders worden niet overtuigd.

In 't algemeen is het boek zeer eenzijdig en de schrijver haalt van alles aan en zegt dan zoo maar: dit kan ook op de Gezangen toegepast worden.

Behalve de flauwigheden, onwaardig voor den geachten schrijver, staan er ook van die gauwigheden in.

Echt-bijbelsch noemt hij b. v., zooals in Noorwegen geschiedt, alle liederen psalmen te heeten, dan is 't in eenmaal uit. Als de schrijver van Dr. de Lind aanhaalt deze merkwaardige woorden: »Er zijn zoo preeken, waarbij men zegt: «daar kan geen gezang bij!» oïomgekeerde, — voegt hij er aan toe, dat er dus rechtzinnige preeken zijn, waarbij wèl een gezang past! Doch -ieder begrijpt dit— zóó. heeft Dr. de Lind niet gedacht, maar met dat »omgekeerd« bedoeld, dat er goede preeken zijn, waarbij nu eigenlijk een gezang niet past. -

Als de schrijver Hadorn (Geschiedenis van Geref. Zwitserland) aanhaalt en dezen-geloovig noemt heeft hij gelijk; doch Hadorn, wiens sympathieën meer aan de zijde van Zwingli schijnen te zijn, dan aan die van Calvijn, oordeelt gunstiger over Calvijn's persoon en werk, dan ge uit de aanhalingen in Dr. Gunning's boek zoudt vermoeden, Hij schrijft de gestrengheid in de vonnissen te Geneve toe aan de Stedelijke Regeering na Calvijn's terugkeer, en spreekt het uit, dat Melanchton en Bullinger het met Calvijn's opvatting eens waren en vat, wat hij van Calvijn gezegd heeft, saim in dit woord van Virgile Rossels: »Calvijn is de meest sympathieke figuur der Hervorming.

Laat ik ik evenwel mogen zeggen, dat Hadorn over de gezangenquaestie heel niet spreekt, en als Dr. Gunning het op den klank af ongunstige over Calvijn aanhaalt, dan smart mij dit zeer; men doet ook Hadorn onrecht (lees eens zijn 10de Kapittel!) al spreekt men't ook uit, dat men het met hem eens is in de verwerping der praedestinatie, en 't blijkt dat men met hem staat »op het moderne standpunt van geloofs-en gewetensvrijheid« (Hadorn pag. 73).

Van de verkeerde voorstellingen in dit lijvig deel spreek ik niet en de historische onjuistheden over den bundel van 1615 en 1807 laat ik eveneens rusten. Als er gezegd wordt, dat Gereformeerden in deze zaak blijven bij't bepaalde op de Dordtsche Synode enz-, (pag. 184), zegt de schrijver niets beleedigends, denk ik, in zijne toevoeging, dat dit »wèl velerlei gunst bij de schare meebrengt"; in elk geval; om de gunst van de grooten der aarde te verwerven, doet men beter gezangen te zingen.

Dr. Gunning heeft het vooral in zijn boek over exegese en methode van preeken. Dat allegoriseeren van Dr. de Lind bevalt hem niet. Steller dezes is daar ook niet voor en raadt in elk geval behoedzaamheid aan. Dat mocht dan ook door Dr. G. afgekeurd en 't verband z. i. aangewezen met de quaestie, waarover hij schreef. Doch waartoe die breede aanhalingen ? En dan die blauwe (niet groene, voorzichtig!) preeken hebben 't ook bij den doctor deerlijk misdaan! Wat nutten evenwel die aanhalingen in deze zaak? In elk geval lees ik liever de breedere aanhaling van Ds. Haring, dan b.v. aanteekeningen bij een zekere preek over het schoone woord: »Heden zult gij met Mij in het Paradijs zijn.«

Mij komt' het voor, dat hij die Bennink Jansonius' s Geschiedenis van 't Kerkgezang* las en brochures van Schouten, - van Rhijn en Koenen, Huet e.a, gelezen heeft, dit boek volkomen overbodig zal achten.

Voorts dat veel moest zijn weggelaten voor de waardigheid en achtbaarheid van den schrijver.

Ernstige mannen eenigszins bespottelijk maken, moest beneden ernstige mannen zijn, ook al is men het met hen niet eens.

In een boek te laten drukken dingen als Goddedec Ruthe, over een drukfout te vallen, moesten niet met welgevallen (tenzij om 't debiet van een werk te verhoogen!) herhaald; 't is al mooi genoeg, als zoo iets in een courantje staat; en, wat mij aangaat, ik noemde nog liever een te veel, dan dat ik, gelijk een schrijver van een courantje, naar men zegt, van den Heere verklaarde op een kansel, in Utrecht, dat Hij in de uitverkiezing was vastgeroest (in de gedrukte leerrede stond die uitdrukking dan ook niet te lezen).

Slotsom, Geachte Redactie, is dus, dat m. i. het boek van Dr. Gunning ons niet verder brengt..

Wij wisten wel, wat Dr. G. in deze zaak voorstond. Als allen nu maar deden als hij, dan was de quaestie van Gezangen zingen in de Herv. Kerk uit. En als de predikanten voor het »autos epha« (Hij zelf heeft het gezegd) van Dr. G. nu maar zwegen....

Als de predikanten, die met het beginsel, uitgesproken in 't bekende art. der D. K. zich nu maar lieten gezeggen....

Dan kon de lange peroratie van ’t boek inslaan en .... Dr. G. had zijne begeerte.

Vergun mij den raad te geven, om alleen Psalmen te gebruiken, dan is de Gezangenquaestie in de Herv. Kerk ook uit en een liturgisch verschil tusschen ons en de Gereformeerde Kerk tevens weggenomen.

J. S.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 april 1910

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Ingezonden.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 april 1910

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's