Uit het kerkelijk leven.
Hoe moet de Kerk worden geregeerd?
VII
Tegen het gebruik van het woord Kerken kan en mag bij een Gereformeerd mensch geen bezwaar bestaan.
Wij moeten wel zéér zeker, op grond van Gods Woord, spreken van de Gereformeerde Kerk te A. en de Gereformeerde Kerk te B.
Neen, de Geref. Kerk te A. en de Geref. Kerk te B. zijn geen afgebroken stukjes van dien grooten klomp, die heel de oppervlakte van ons vaderland beslaat.
't Is te A. en te B. wel degelijk een Geref. Kerk, hebbende haar sacramenten en ambten.
En 't zijn overal Kerken van gelijken rang.
Maar de Geref. Kerken, door gansch een natie verspreid, zijn ook weer éen, hebbende éen Heere, éen leer, éen leven, éen Doop, éen Avondmaal, éen Kérke-orde.
Nooit anders was er dan ook bij onze Vaderen sprake dan van de éene, nationale. Gereformeerde Kerk, waartoe al de Gereformeerde Nederduitschers behoorden.
Éénheid moest er zijn bij de veelheid.
Eenheid die de veelheid niet te niete maakte — maar toch ook weer zóo, dat de veelheid de eenheid niet verloren deed gaan.
Vandaar dat er dingen waren, die in de plaatselijke kerken vrij gelaten werden. De autonomie (zelfregeering) der plaatselijke Kerk mocht niet worden aangerand.
Maar vandaar dat er ook dingen waren, rakende de gemeenschap, waarbij de plaatselijke Kerken zich moesten schikken naar de ordinantie der Synode. De éénheid der Geref. Kerk in ons Vaderland mocht niet verloren gaan. '
En naar dat beginsel: de veelheid kome uit bij de eenheid — en de eenheid kome uit bij de veelheid, was heel de regeering der Kerk ingericht.
De Kerke-orde begint met te spreken van den Kerkeraad.
En dan gaat het van onderen naar boven.
Want de genabuurde Kerken, liggend in een bepaalde streek, moeten voelen éen gemeenschap te vormen in Christus; moeten voelen gemeenschappelijke belangen te hebben; verplichtingen tegenover elkander te dragen, voordeel van elkander te kunnen genieten.
En daarom moet de éénheid der genabuurde plaatselijke Kerken uitkomen in de classicale vergadering, waar al de plaatselijke Kerken uit een classis, door afgevaardigden behooren vertegenwoordigd te zijn, om samen te beraadslagen en saam te doen wat de gemeenschappelijke kerken tot voordeel kan zijn.
Neen — de classicale vergadering mag niet ontaarden in een Classicaal Bestuur, dat, enkele predikanten en een paar ouderlingen omvattend, jaar op jaar zich zet om als meerdere in rang, eigenwillig en eigenzinnig, het werk te doen wat aan enkele personen niet toekomt, daar het aan al de genabuurde Kerken behoort.
En een Provinciaal Kerkbestuur mag zich niet zetten op de plaats waar de afgevaardigden der verschillende classes behooren te zitten.
Dat is het verbreken van de oude, gereformeerde, presbyteriale kerkregeering en dat is het invoeren van een onschriftuurlijke bestuursmacht, welke in strijd is met het wezen van het lichaam van Christus.
Dat is dan ook onze ernstige grief tegen de tegenwoordige wijze van Kerkregeering, die onder óns in zwang is.
Wij willen weer terug naar de gereformeerde presbyteriale Kerkregeering, van ouds onder ons gevonden!
De plaatselijke gemeente regeere zichzelf, door hare eigene ambtsdragers, die dienaren Christi zijn en hebben te spreken en te handelen naar Gods Woord.
De plaatselijke gemeenten in éene classis gelegen, hebben saam te komen in classicale vergadering, waar dan de Kerken, de gemeenten zelve dus, vergaderd zijn om te spreken over 't geen de gezamenlijke Kerken in de classis aangaat.
Natuurlijk kunnen niet alle ambtsdragers der plaatselijke Kerken daarheen gaan.
't Zou te kostbaar worden en 't zou een te groote vergadering vormen.
Maar van elke gemeente hebben er ambtsdragers te zijn, die door hun Kerk afgevaardigd zijn geworden en aan den lastbrief van den Kerkeraad, aan den wil der gemeente gebonden zijn.
Niet mannen gaan er particulier heen.
Neen ambtsdragers om er de gemeente te vertegenwoordigen.
De vergadering kiest zelf een Voorzitter enz.
Maar Voorzitter enz. heeft weer uitgediend als de vergadering afgeloopen is.
De vergadering spreekt en handelt wat de vergadering meent te moeten spreken en doen — maar verder is het met die vergadering uit, zoodra degenen die vergaderd waren uiteen zijn gegaan en weer naar hun gemeente zijn teruggekeerd.
Alleen kan de vergadering voor het uitvoeren van de besluiten een commissie benoemen, welke commissie van deputaten dan doet wat haar is opgedragen, om daarvan verantwoording te doen aan de vergadering en dan te verdwijnen! En zooals het op de Classiale vergadering gaat met de Gemeenten uit de Classis onderling, zoo moet het oók gaan op de Provinciale Synode waar de verschillende Classes, in eén en dezelfde provincie gelegen, samen komen.
Zelf heeft men te doen wat in eigen kring noodig is, maar dan die samenkomst in breederen kring, in meerdere vergadering, om te bespreken wat de belangen van meérdere kerken raakt.
De Provinciale Synode staat dus niet boven de Classicale vergadering.
Maar op de Provinciale Synode zijn meerdere kerken vertegenwoordigd in hun afgevaardigden en daarom spreken we bij de Gereformeerde, Presbyteriale Kerkregeering ook van Kerkeraadsvergadering, Classciale vergadering en Provinciale Synode — waarvan dan de Classiale Vergadering en de Provinciale Synode onder de meerdere vergaderingen worden gerekend.
Gelijk dan op de Provinciale Synode, die liefst éénmaal per jaar in Zuid-Holland, Gelderland, Utrecht enz. (in élke provincie zoo'n synodale vergadering!) vergaderen moet, de Nationale Synode moet volgen, waar dan b.v. om de 3 jaar, de Afgevaardigden van de verschillende provinciale synoden (en dus de afgevaardigden van al de gemeenten des vaderlands) hebben saam te komen om te spreken en te beraadslagen over de dingen, die héél de kerk raken.
Op welke Nationale Synode ook vertegenwoordigers van buitenlandsche Geref. kerken uitgenoodigd denen te worden, opdat de Kerk van Christus, uit zoo'n groot mogelijke kring bijeen geroepen, saam vergaderen kan.
Dat is naar de idee van het Oud-Vaderlandsch Gereformeerd Kerkrecht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 mei 1910
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's