Stemmen en klanken uit den Bond
Uit het dikke boek.
I.
Ter inleiding.
Voor eenige weken is bij den uitgever A. Oosthoek te Utrecht verschenen het reeds lang aangekondigde boek van Dr. J. H. Gunning J.Hz.: „De Gezangenkwestie in de Ned. Herv. Kerk."
Het is een dik boek, kolossaal dik. Ieder die het ziet, zegt: „ontzettend, wat een boek! Zoo dik is het, dat omvang en inhoud onevenredig zijn en aanschijn en gehalte in schier omgekeerde verhouding tot elkaar staan.
Het is een dik boek, maar zwaar is het niet. Ieder die het na het zien ter hand neemt, zegt: „maar wat is dat licht!" Licht van papier is het, en licht ook van spijze, gemakkelijk verteerbaar. Zwaar is het niet in gewicht en zwaar zal het niemand liggen ook.
Maar het is ook geen diepzinnig boek. Dik is het wel maar diep is het niet. 't Geheel ademt eenzelfden geest van oppervlakkigheid, luchthartigheid, van gemakkelijk over de dingen heen wandelen.
Helaas, het is ook geen bijbelsch boek, want naar de duidelijk sprekende bedoeling is het er niet op aangelegd om op te bouwen maar om af te breken, niet om te vereenigen maar om te verstrooien, om kloven uit te diepen in plaats van ze te heelen.
En, tot mijn spijt moet ik het er bij voegen, een christelijk boek is het ook niet, want de eerste eisch van christelijke liefde is om de zwakken en eerstbeginnenden te sterken en terecht te wijzen, maar onbarmhartig is om fouten, onhandigheden en dwaasheden, die, zooals van zelf spreekt, elke jonge richting aankleven, zoo breed mogelijk uit te meten en den volke op vroolijke wijze aan de kaak te stellen.
Maar dik is het wel, pafferig dik, „ongezond dik."
De inhoud bestaat uit ongeveer 360 bladzijden. Inhoudsopgave 12 bladzijden, voorrede 14 bladz., deel I 242 bladz. en deel II aanteekeningen 102 bladzijden, en dat alles tezamen naar het opschrift over de vraag, of eenige tientallen van predikanten in de Ned. Herv. Kerk alleen een psalm mogen opgeven, of ook verplicht zijn om bij den psalm een ander lied te laten zingen in de godsdienstoefening.
Het is voor ons ten eenenmale onbegrijpelijk hoe een ernstig man, een stadspredikant met veel en velerlei tijdroovenden en vaak zoo ingrijpenden en moeilijken arbeid, lust, tijd en krachten heeft om een verzameling van zooveel kleine en kleinzielige dingen, als in dit boek opgestapeld zijn, aan te leggen.
Niet onaardig is, dat de schrijver op bladz. 16 zelf verklaart, dat „van alle kwesties, aan welke ons kleine landje helaas zoo overrijk is, de gezangenkwestie wel een der ALLERkleinste mag heeten." Geeft het niet iets te denken, dat een groot man, doctor in de theologie, over de ALLERkleinste kwestie een boek van 360 bladzijden in 't licht geeft? Dr. v. Geel Gildemeesler is m. i. niet zoo ver bezijden de waarheid als hij zegt: „wat een dik boek over zoo'n magere kwestie!"
Maar — en dit willen wij al dadelijk op den voorgrond stellen, het is in dit boek niet allereerst te doen om de „gezangenkwestie". In een schrijven van Dr. Gunning kreeg ik te lezen: het is mijn bedoeling „deze richting te bestrijden", en wel zoo te bestrijden, dat hij er geen lectuur voor wilde hebben van vertegenwoordigers der richting zelf, omdat hij voelde dat zulks „niet .kiesch" zou zijn.
Een van de vele tevreden recensenten, in een Kerkbode voor de Vechtstreek, heeft dat ook opgemerkt te oordeelen naar zijn verklaring dat hier tegen „een streven gewaarschuwd" werd, en hoe velen die onbevooroordeeld zich stellen tegenover lectuur als deze denken er niet eveneens zoo over!
Het dikke boek - van Dr. Gunning is dus strijdschrift. Als zoodanig geeft het zich, als zoodanig willen wij het ook aanvaarden en behandelen, en derhalve meer letten op het polemisch verweer dan op het historisch materiaal hier gegeven.
Dat Dr. Gunning veel genoegen van zijn boek zal beleven, gelooven wij met onderscheidene zijner geestverwanten niet. Heeft toch al zijn prostuk bij menigeen zijner partijgenooten een afkeurend oordeel uitgelokt, vooral om den toon van het stuk, hoeveel te meer zal dat het geval zijn waar hij hier alles bijeenraapt wat een tegenstander onaangenaam aandoet, en dit bovendien met een zalvenden zegen van veel vroomklinkende woorden aandient.
Bovendien, wij weten goed dat Dr. Gunning bij de Gereformeerden in de Ned. Herv. Kerk, die hij toch wil bereiken en overtuigen, nooit „de man" geweest is, in Gouda niet, in Leiden niet, in Utrecht heelemaal niet. Wie van de kerkgangers van Ds. Pikaar, Gravemeijer, de Lind, Gewin, Leenmans was ook van de prediking van Dr. Gunning een getrouw toehoorder? Wie hunner koos hem bij voorkeur uit als adviseur in geestelijke zaken, als raadgever voor zijn persoonlijke zielsbelangen? En zou Dr. G. zich dan de illusie maken, dat zijn woord nog eenigen invloed zou hebben in onze kringen, en zijn strijdschrift nog een broeder bekeeren zal van de „dwaling zijns wegs"?
Wat wel het onvermijdelijke gevolg zal zijn van zulk geschrijf? Dat.bij onverstandige, hartstochtelijke naturen de vlam van haat en boosheid zal oplaaien, en de verbittering in de gemeente (vooral de kleinere) er door zal toenemen.
Gevoelt Dr. G. dat hij daarvoor de verantwoordelijkheid draagt, en als straks de partijen weer te scherper komen te staan tegenover elkaar, dat hij er een forschen stoot aan gegeven heeft in dit geschrift?
Nog ééne opmerking. Eigenlijk is het geheele boek een polemiek met Dr. de Lind van Wijngaarden. Wie dezen „grootmeester in allegorische Schrift-interpretaties", zooals Dr. G. onzen vriend nu noemt, slaafs volgt, kan er dus ook een woord aan zijn adres in vinden, maar wie het in zake Schriftuitlegging met hem niet eens was, of later een andere zienswijze ontving, voor dien heeft het weinig belangrijks.
Hoogstens als reclame voor een jonge maar „steeds wassende" partij (bladz. 3) zoudt gij het kunnen apprecieeren.
Toch hebben wij om der wille van de waarheid ons voorgenomen een en ander onzen lezers mede te deelen uit deze groote voorraadschuur en wij zullen trachten in eenige volgartikelen telkens een of ander punt onder de aandacht van onze vrienden der waarheid te brengen.
Er zijn dingen in die niet onbeantwoord en onweersproken mogen blijven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 mei 1910
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's