Uit het kerkelijk leven.
De Paus van Rome.
't Is 300 jaar geleden dat Carlo Borromeo, Kardinaal-aartsbisschop van Milaan door de Roomsche Kerk is heilig verklaard.
Wij, protestanten, hebben aan dien Roomschen geestelijke geen aangename herinnering. Want hij is de man geweest die in Noord-Italië en in Zwitserland de protestanten ten bloede toe vervolgd heeft, mede met het doel om het werk der reformatie te onderdrukken.
Maar voor Rome's Kerk is dat een oorzaak om dien man te eeren. Temeer daar hij Rome's Kerk voor verder inzinken op zedelijk terrein heeft bewaard door met kracht en strengheid op te treden tegen veel zedelijke misstanden bij geestelijkheid en monnikenorde.
Dat Rome hem dus eert moet zij weten.
Het dwaze en zondige om zoo iemand „heilig" te verklaren komt voor haar rekening en raakt ons in zekeren zin niet. Maar als de Paus in een geschrift ter eere van den „heilige" Borromeo een oordeel gaat uitspreken over de Hervormers van de 16de en 17de eeuw en over de vorsten die toen met de reformatie mee gingen en die menschen vijanden van het kruis van Christus gaat noemen, ja, van die menschen gaat verklaren dat zij zedeloos en bandeloos leefden, en dat zij van hun buik hun God maakten enz. enz. dan raakt ons dat wél.
En dan vervult ous dat met de diepste verontwaardiging.
Zedelooze opstandelingen. Vijanden van het kruis van Christus. Die het kwade goed noemen. Dat waren mannen als Luther, Calvijn, Melanchton, Beza, Zwingli. . Dat waren mannen als Keurvorst Frederik van de Paltz, Gustaaf Adolf, Prins Willem. Ziet, dat raakt ons, protestanten. Dat raakt ons in onze heiligste overtuiging. Dat raakt ons in onze ziel. Daar protesteeren wij tegen!
Een gedeelte uit den Pauselijken openbaren brief laten we hier, letterlijk (uit het Latijn) vertaald, volgen.
„Tusschen deze bedrijven door, stonden trotsche en rebelsche menschen op, vijanden van het kruis van Christus, die alleen bezield waren met aardsche gevoelens en wier God hun buik was (Filipp. 3 : 18, t9.)
Dezen legden er zich niet op toe de zeden te verbeteren, maar om de hoofd waarheden des Geloofs te loochenen. En zoo vermeerderden zij de verwarring, verslapten voor zichzelf en voor anderen de banden van het geoorloofde of trachtten met minachting de gezaghebbende leiding der Kerk te verwerpen, om, ter wille van de hartstochten der meest verdorven vorsten en volken, als ware tirannen de leer der Kerk, Haar grondslagen en Haar tucht te ondermijnen.
In navolging van die boozen, tot wie de bedreiging is gericht: wee u, die het goede kwaad en het kwade goed noemt" (Jes. 5 : 20) hebben zij de rebelsche beroering en dit bederf van geloof en zeden „hervorming" genoemd en zichzelyen „herstellers van de oude leer."
In werkelijkheid echter waren zij verdervers, zoo zelfs, dat zij, de krachten van Europa uitputtend door gruwelijke tweedracht en oorlogen, den geest van opstand en den geloofsafval der moderne tijden voorbereidden en tot rijpheid hebben gebracht."
Hier zullen we het maar bij laten. 't Zegt genoeg.
En als we dan zoo lezen, dat de Paus heel de hervormingsbeweging noemt „een steunen van de hartstochten der meest bedorven vorsten en volkeren" en niets anders dan „het bederven der zeden" — dan kunnen we best begrijpen dat alles wat protestant is in Duitschland, Nederland enz. opspringt vol verontwaardiging.
Zelfs nu nog is de toestand op zedelijk gebied in Protestantsche landen veel beter dan in de Roomsche.
Én hoe kan men er toe kornen om van hen, die goed en bloed vour de zaak des Heeren hebben overgehad en als door wilde en woedende tijgers overal werden besprongen te zeggen: hun buik was hun God!? Hoe is 't mogelijk?
Huss op den brandstapel en dikbuikige monniken er om heen— en dan te zeggen van den hervormer: zijn buik was zijn God!?
't Gaat te ver. 't Is verschrikkelijk !
Nu zijn wij óok niet malsch in ons oordeel over Rome. Lees de Zondagsafd. van onzen Heidelb. Cat. maar eens die handelt over de Paapsehe mis. Daar staat zoo iets van vervloekte afgoderij. Daar kan Rome het dus mee doen!
En onze Geref. Vaderen hebben dan ook nooit geschroomd aan te wijzen, dat er een diepe klove ligt tusschen Rome en Dordt.
Dat wordt bij de Catechismus-prediking ook nog altijd telkens bij vernieuwing aan de gemeente geleerd. Maar dat betreft de leerstellingen van Rome's Kerk.
En in dezen Pauselijken brief van Pius X gaat het niet over de leerstellingen van het Protestantisme, maar over het zedelijk karakter van de Hervormers, van de protestantsche vorsten en volken. En wel van de Hervormers, de vorsten en volkeren in het algemeen. En daar protesteeren wij tegen. Ernstig en luide.
Rome zou Rome niet meer zijn wanneer de Paus de Hervorming niet meer afkeurde. Dat is het meest natuurlijk. 't Zijn twee richtingen die lijnrecht tegenover elkaar staan. Dat nemen we dus niet kwalijk. Evengoed als wij Rome's leer veroordeelen.
Maar om zóo de geschiedenis te vervalschen, om zóo de personen te karakteriseeren, om zóo alles wat protestant is te grieven — dat is onbetamelijk. Bij alle verschil blijve er liefde voor waarheid en recht.
Diep verontwaardigd werpen wij dan ook dezen pauselijken brief in het vuur, gelijk Luther eenmaal den banvloek op de markt te Wittenberg in de vlammen deed opgaan.
En intusschen vragen wij den Paus: trek uw oordeel in en zondig niet meer!
Eerst 1853. Nu 1910..
't Is genoeg!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 juni 1910
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 juni 1910
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's