De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Stichtelijke overdenking.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Stichtelijke overdenking.

7 minuten leestijd

Als mijne gedachten binnen in mij vermenigvuldigd werden, hebben uwe vertroostingen mijne ziel verkwikt. Ps. 94:19.

De peinzende ziel verkwikt.

De dichter getuigt hier van eene zoete ervaring, die alleen maar ten deel kan vallen aan degenen, die den Heere vreezen, en aan dezulken ook slechts dan, wanneer de Heere met Zijnen Geest in de ziel indaalt.

Hij getuigt van een vermenigvuldigen der gedachten binnen in hem. En daarin is hij niet alleen. Immers hoe menigmaal geschiedt het, dat onze gedachten zich vermenigvuldigen in tijden van nood. Bereikt ons een kwade tijding, waarvan wij vermoeden, dat zij niet de volle waarheid en naarheid bevat, hoeveel gissingen worden dan gedaan om tot klaarheid te komen. Is een dierbare verwant ernstig krank, dan wordt alles bedacht om genezing aan te brengen. Zijn wij zelf krank tot stervens toe, de gedachten vermenigvuldigen zich omtrent de achterblijvenden of ook over ons eigen eeuwig lot.

De gedachten vermenigvuldigen zich meer in tegenspoed dan in voorspoed.

Hoe zelden evenwel gebeurt het, gelijk bij dezen man Gods, dat de ziel er onder verkwikt wordt. Meestal eindigen onze gedachten zonder een bepaald gevolg. Wij zijn uitgedacht, de vermenigvuldiging houdt op; of zoolang wij nog doordenken wordt het eer donkerder dan lichter. Toen David peinsde over de gevaren die hem omringden, en die gedachten zich vermenigvuldigden, riep hij uit: Ik zal nog een der dagen in Sauls handen omkomen. En toen de verspieders dachten aan de kinderen Enaks, in wier oogen zij waren als sprinkhanen, durfden zij Kanaan niet intrekken. Zoo kunnen de gedachten zich vermenigvuldigen, zoodat meerdere verslagenheid in plaats van verkwikking en verruiming het gevolg is, wijl elke nieuwe gedachte de gevaren en bezwaren vergroot.

Ook de gedachten van dezen psalmist zijn op zichzelf niet verkwikkend. Het was ook met hem droevig gesteld. Hij zag de goddeloozen opspringen van vreugde. Alle werkers der ongerechtigheid beroemden zich, zij verbrijzelden en verdrukten het erfdeel des Heeren, de weduwe en den wees doodden zij, en spotten met Gods alwetendheid, zeggende: De Heere ziet het niet en de God van Jakob merkt het niet.  Hoe meer hij er over dacht, zooveel te meer gruwelen zag hij. Zij handelden en wandelden maar ongestraft naar het goeddunken van hun hart. Hij zou haast zelf gaan wankelen en vragen: zou de Heere het wel zien, zou de God van Jakob het wel merken. Maar als hij wankelde dan ondersteunde hem Gods goedertierenheid.

Als het volk des Heeren in onze dagen eens overpeinst hoe het met Kerk en Staat gesteld is, hoe groot de afval is en hoe roekeloos gespot wordt met God en godsdienst, als de gedachten gaan over den geestelijken toestand van Staat en Kerk, van land en volk, als dat alles bij het licht van Gods Woord en Geest wordt beschouwd, dan vermenigvuldigen zich de gedachten, omdat er zooveel gefeest in plaats van gevast, gezongen in plaats van gezucht wordt, waar er tot het laatste veel meer oorzaak is.

Immers er wordt ook door ons volk evenals door het Romeinsche volk, toen het den ondergang nabij was, geroepen om „brood en spelen." Niettegenstaande het brood milder dan ooit wordt toegemeten en de feesten vermenigvuldigen. Vervolgens werd eerst het bidden en, als noodzakelijk gevolg daarvan, nu ook liet werken gestaakt. Onder den naam van Christelijk wordt veel aangediend, wat dien naam niet verdient. Schijn van godzaligheid en oppervlakkige godsdienst voeren nu vrijen krijg tegen de ware godzaligheid. Steenen worden voor brood gegeven en die dat niet begeert wordt gehaat en gesmaad.

Vermenigvuldigen zich de gedachten en gaan zij verder over hen, van wie in den aard der liefde mag gedacht worden, dat de Heere de hand der genade aan hen geslagen heeft. Hoe treurig is het met hen vaak gesteld. In welk een droevige ongestalte verkeeren zij. Hoe weinig vruchten van geloof en bekeering worden gedragen. Hoe weinig wordt het teedere, nauwe en godzalige leven gevonden en hoe weinig vordering in de genade.

En — overdenkt ieder kind Gods eens zijn eigen toestand, dan vindt hij veel zuchtens-en weinig zingensstof. Dan moet hij klagen over dorheid en doodigheid, over ontrouw en ongerechtigheid, die scheiding maakt tusschen den Heere en zijne ziel. Hoe biddeloos en dankeloos verkeert hij en hoe weinig steekt hij af in de diepte.

Als deze gedachten zich vermenigvuldigen, wordt de ziel niet verkwikt maar neergebogen. Mochten deze gedachten maar eens vermenigvuldigd worden.

De psalmist kon zeker omtrent hetgeen hij rondom zich zag weinig verkwikkende gedachten hebben. Maar — en dit verkwikte zijne ziel — de vertroostingen Gods vermengden zich daarmede. Hij kreeg hooger te zien. De Heere richtte zijn oog van het gevallen menschdom en van den vorst der duisternis af, om het te wenden naar den Koning der koningen, die alle dingen werkt naar den raad van Zijnen wil, waartegen zich niets bewegen of verroeren kan, Die maar te spreken heeft en het is er en te gebieden en het staat er, Die zóó werkt, dat niemand het keeren kan. Onder Wiens opperheerschappij ook de vorst der duisternis staat met al zijne trawanten, zelfs ook dan wanneer hij schijnbaar triumpheert.

Dan wordt de ziel verkwikt, verlevendigd, bemoedigd. Vooral wanneer de Heere met deze vertroostende waarheid in de ziele neerdaalt, dat de Satan met al zijn woelen, werken on worstelen, tegen wil en dank, bezig is tot zijn eigen verderf, tot de zaligheid van Gods volk, en tot verheerlijking des Heeren.

Hoe meer Pharao zich verhardde, hoe zekerder hij zijnen ondergang bewerkte en hoe grooter het wonder der verlossing werd. Naarmate de tijden donkerder zijn, zal ook het wonder des te grooter wezen als het Licht mag doorbreken in de Kerk in 't algemeen en in iedere ziel in 't bizonder.

Dit is de zielverkwikkende vertroosting, als de ziel het levendig mag gelooven, dat de Heere kan en wil en zal in nood, zelfs bij het nadren van den dood, volkomen uitkomst geven; dat niettegenstaande alles dood schijnt, de Heere niet laat varen de werken Zijner handen.

Dit is een verkwikking als de Heere bij het vermenigvuldigen onzer gedachten over den diep ellendigen staat des menschen, onze oogen opent voor Zijne volmaakte deugden.

En al mogen de gedachten zich talloos vele malen vermenigvuldigen en dieper indringen in den rampzaligen toestand, dan staat daartegenover, dat door de werking des Heiligen Geestes ook de gedachten over de deugden Gods zich nog meer vermenigvuldigen, ja daaraan is geen einde.

Mochten er daarom maar veel meer gedachten zijn over de diepe ellende, dan zullen ook de vertroostingen des te verkwikkender zijn.

Helaas wat wordt er in dat opzicht gedachteloos geleefd. Dat springt en zingt, dat joelt en jubelt maar, en roept: Vrede, vrede en geen gevaar! Maar beseffen wij het wel, eenmaal zullen bij den meest gedachtelooze de gedachten zich vermenigvuldigen (de rijke man dacht, te midden van de helsche smarten, waarin hij zoo veel met zichzelf te doen had, nog aan zijne broeders, waaraan hij vroeger nooit gedacht had) maar dan zal het te laat, voor eeuwig te laat zijn. Och dat bij degenen, die daar nog gedachteloos heenloopen als een os voor den bijl, gedachten mochten komen, die zich vermenigvuldigen, opdat zij geschikte voorwerpen werden om in de verslagenheid des harten door de vertroostingen Gods verkwikt te worden.

En mochten de gedachten bij het volk des Heeren verlevendigd en vermenigvuldigd worden, dan zal ook zeker hunne peinzensmoede ziel lieflijk verkwikt worden door de vertroostingen des Heiligen Geestes.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 juni 1910

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Stichtelijke overdenking.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 juni 1910

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's