Ingezonden.
Mijnheer de Hoofdredacteur
Verzoeke beleefd een bescheiden plaatsje voor onderstaande regels in de «Waarheidsvriend.» Het betreft een onderwerp, hetwelk naar mijne meening wel waardig is, eens nader onder de oogen te worden gezien, daar het toch m. i. een kwestie betreft, waarover de meeningen zeer uiteen loopen, en die toch ook ten nauwste met ons kerkelijk leven in verband staat.
Het is mij nl. gebleken, dat door verschillende leeraars van Geref. richting in onze kerk zeer ruim wordt omgesprongen met de heiliging van den Dag des Heeren wat betreft het reizen per spoor of boot, om op andere plaatsen in den dienst des Woords te voorzien.
Wellicht wordt door tegenstanders het een en ander wat overdreven, doch een feit schijnt het te zijn, dat predikanten wier namen in Geref, kringen onzer kerk een goeden klank geven, op een daartoe gedaan verzoek, wel genegen waren een predikbeurt te komen vervullen, op voorwaarde des Zondags weer huiswaarts te keeren, om in eigen gemeente op te treden.
Dat dit nu geschiedt door leeraars van meer ruimere denkbeelden, kan ik begrijpen, doch dat predikanten, die in alles tot de oude paden wenschen terug te keeren hierin geen bezwaar hebben, zie dat is voor mij een raadsel. Ik voor mij vrees dan ook, dat God het Woord op deze wijze gebracht niet zal goed keuren, en er Zijnen onmisbaren Zegen op zal onthouden, daar Hij toch van den mensch onvoorwaardelijke gehoorzaamheid aan zijne Wet eischt, en alleen in het houden daarvan groote loon is. Geen oprecht waarheidsvriend, wien de belangen onzer kerk na aan hart liggen en die trots allen smaad en verguizing door ongeloof en Godsverloochening haar aangedaan, het erf der Vaderen niet wenschen prijs te geven, zal zich dan ook hiermede kunnen vereenigen.
En waar nu ons blad allerlei vragen op kerkelijk terrein behandelt, daar verzoek ik U beleefd de twee volgende vragen hierbij op te nemen:
1e Is het een Dienaar des Woords geoorloofd op Zondag te reizen om op andere plaatsen op te treden, zoo niet, om welke redenen.''
2e Zoo ja welke bewijzen zijn daarvoor in de H. Schrift te vinden?
Mij dunkt wellicht wordt er onder een der medewerkers van ons blad, of een meer ontwikkeld lezer dan ondergegeteekende wel een gevonden, die deze twee vragen eens wat breed voeriger wil behandelen, uit een zetten en beantwoorden op bevredigende wijze.
Daarop hopende verblijf ik, onder hartelijke dankzegging voor de verleende plaatsruimte, met groete en heilbede.
Uw dw. dr.
N. Hardinxveld 13-6-10
FR. BAKKER.
Onderschrift van de Redactie:
Bovenstaand ingezonden stuk kon nu eerst geplaatst worden. We hebben het ook moeten overschrijven, daar het papier aan twee zijden beschreven was. Alles wat gedrukt moet worden mag maar aan één zijde beschreven worden. De eene kant van het postpapier late men dus onbeschreven /
Gaarne willen wij over deze kwestie onze meening zeggen, zoo spoedig we daar gelegenheid voor hebben.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 juli 1910
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's