Protesten.
Protesten
De Pauselijke encycliek-Carlo Borromeo heeft evenals in het naburige Duitschland ook hier te lande tot groot verzet uitgelokt.
Van alle kanten stroomt het protesten tegen het onwaardig optreden van den Pauselijken Stoel. Dit nu was te verwachten.
Een encycliek, waarin de Hervormers van de 16de en 17de eeuw en de vorsten, die toen met de reformatie meegingen, vijanden van het kruis van Christus worden genoemd en hun leven als zedeloos en bandeloos wordt gebrandmerkt, moest wel tot zeer groote ergerins aanleiding geven. Toch zit er in de wijze van protesteeren hier en daar iets, dat ons tegenstaat.
Vooreerst bevindt de leiding der beweging tegen de encycliek zich grootendeels in handen van mannen, die niet tot de geesteskinderen van onze groote Hervormers kunnen worden gerekend. De protesteerenden zijn voornamelijk zij, die tegenover de leer der vaderen vijandig staan. Daardoor wordt onwillekeurig aan de zaak een politieke bijsmaak gegeven, met dit gevolg, dat aan verschillende protesten de kalme, waardige en bovenal oprechte toon ontbreekt, die vooral bij deze gelegenheid niet mocht gemist worden, wil men den indruk naar buiten vestigen, dat het protest hooge ernst is en uit de conscientie van .een in zijne heilige traditiën gegriefd volk voortkomt. '
Dan, in de tweede plaats, heeft men van de encycliek een scherpsnijdend politiek instrument gemaakt, door het in de volksvertegenwoordiging van de zijde der vrijzinnigheid bij monde van een der felste bestrijders der coalitie aan de orde te stellen. Niet alleen was de interpellatie in de Staten-Generaal niet op haar plaats, maar door het interpelleeren werd aan het Pauselijk schrijven een eer bewezen en een gewicht toegekend, welke zulk een stuk niet had mogen hebben.
En eindelijk in de, derde plaats hebben verschillende onzer Kerkeraden zich opgemaakt, om door het stellen van moties ook van hunne ergernis in de-Borromeo-encycliek aan de Gemeenten te doen blijken.
Die protesten nu, allen zoovele bewijzen leverend van eigen zwakheid, hebben ons, laten wij het maar ronduit zeggen, bedroefd.
Dat de Kerken publiekelijk protest aanteekenen, wanneer op een wijze, als het in de Borromeo-encycliek geschiedde, de Godsgetuigen der 16de en 17de eeuw smadelijk worden bejegend, is alleszins begrypelijk en ook loffelijk. Maar hoe staat het met het protesteeren tegen de smaadheid welke Christus week aan week in de eigen Kerk wordt aangedaan: als aan Zijn borgtochtelijk lijden wordt getwijfeld, als met Zijn Koningschap wordt gespot, als Jezus de Zone Gods wordt geloochend, als de heiligheid van den Christuis wordt door het slijk gesleurd ?
Waar blijven dan de moties en de protesten? Ook wanneer de Heilige Schriftuur door onreine menschenhanden wordt aan flarden gescheurd?
Moet wel tegen de smaadheid, den Hervormers der 16de en 17de eeuw aangedaan, worden geprotesteerd ?
Maar is Jezus dan zulk een protest niet waardig ? Zoo de Hervormers nog leefden, zij zouden het der Kerk toeroepen: laat van ons af, laat Jezus het middelpunt uwer liefde zijn.
Dat nu de Kerk in het laten hooren van een protest, dat de eere van Jezus bedoelt, nalatig blijft, maar wel komt te protesteeren als het den Koning der Kerk maar niet betreft, daarin ligt hare groote zwakheid.
Wil men protesteeren tegen de Pauselijke encycliek, het. is ons goed, maar men beginne niet eerder aan zulk protesteeren, vóór dat men een protest heeft laten voorafgaan tegen wat in eigen kring tegen Jezus opkomt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 juli 1910
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's