De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Ingezonden.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ingezonden.

7 minuten leestijd

„Naast" of „tegen".

Aan den Hoofdredacteur van het Geref Weekblad.. Geachte Redacteur, - Waarde Vriend!

Met groot leedwezen nam ik kennis van uw stukje «Evangelisatie» in no. 16 van uw »Geref. Weekblad». Vriendelijk vraag ik u een klein plaatsje in uw blad om openlijk uit te spreken, wat mij zoozeer leed doet. Ik hoop, dat gij mij dit niet zult weigeren en betuig u bij voorbaat daarvoor mijn dank.

Allereerst moet ik mijn spijt te kennen geven over het feit, dat gij zelf niet op genoemde vergadering aanwezig waart en daardoor een verkeerde beschouwing over het aldaar behandelde geeft.

Wij zijn niet samengekomen, om uit te maken, in welke plaatsen wèl en in welke plaatsen niét geëvangeliseerd zou worden. Met opzet niet, want wij wenschen de vrijheid der broederen niet te beperken. Ieder zij te dezen opzichte in zijn eigen gemoed ten volle verzekerd.

In de tweede plaats meen ik, dat evangeliseeren in den bekenden en onder ons gangbaren vorm wel degelijk is optreden tegen iemand en niet zooals u voorgeeft, naast iemand.

Stel, u de zaak eens duidelijk en nuchter voor oogen! Dan is het toch waar, dat we in moderne gemeenten optreden tegen het modernisme, dat ethischen in gereformeerde en gereformeerden in ethische gemeenten tegen elkaar preeken en zonder toestemming en medeweten van elkaar eenvoudig een ieder doet, wat hij meent te moeten doen.

Wie in Oudshoorn komt preeken, treedt daar tegen het ongeloof op, tegen de loochening van den Christus Gods. Hier te spreken van naast is zoo absurd mogelijk, want de eenvoudige bedoeling van de Evangelisatie aldaar is niet, om het modernisme ook nog een plaatsje te laten naast de orthodoxie, maar om het geheel en al buiten de kerk te zetten en er geen spoor van over te laten.

En als we nu een stap verder gaan, dan is het met het  i. g. evangeliseeren in plaatsen, waar predikanten van gereformeerde beginselen zijn, die staan op den bodem der belijdenis, toch precies hetzelfde geval.

't Is wel een heel aardig verzinseltje, te zeggen: «waarde broeders, wij komen nu eens naast u staan en ons woord brengen», maar 't is toch een heel verkeerde voorstelling van zaken.

Op z'n best genomen zoudt u kunnen zeggen, dat ik in Delft preek naast de gescheiden broeders, de Lutherschen, Remonstranten en zoovelen, die buiten de Herv. Kerk een vaste plaats innemen op kerkelijk terrein en er geregelde bijeenkomsten des Zondags houden.

Of, wanneer ik tot mijn Herv. gemeente kom, weer op z'n best genomen! dat ik naast mijn collega's preek in de door den Kerkeraad vastgestelde beurten, op 't zelfde tijdstip, doch in een ander Ned. Herv. kerkgebouw.

Maar verder kunt ge toch zeker niet gaan, want naast veronderstelt of in afzonderlijke "gemeente en buiten eenig verband met de eigen gemeente, of (als het in denzelfde kring plaats vindt) in samenwerking met, met goedvinden van, met medeweten van.

En overal waar dus een dergelijk verband van zaken niet te vinden is, daar kan dus van »naast« zeker niet meer sprake zijn.

Wie in mijn gemeente, onder mijn Herv. gemeenteleden buiten mijn medeweten, goedvinden of samenwerking komt preeken, oefenen, conventikelen of hoe gij het noemen wilt, die stelt zich niet meer naast mij maar tegenover mij, die »vergadert« niet, maar «verstrooit«, die is niet »met« mij, maar »tegen« mij, die komt om malcontenten samen te brengen, te stijven in hun ontevredenheid, die werkt tot scheuring en verdeeling.

Bovendien! Ook uw beweren: in de Evangelisatie is het een spreken vóór Christus en tegen de duisternis houdt geen steek.

Dit kunt ge desnoods wel zoo zeggen met het oog op den inhoud van de preek of van de verhandeling, maar dit kunt ge niet zeggen als ge het hebt over de bedoeling van het samenkomen der vergaderden.

En daar gaat het toch over in uw stukje.

In een vergadering tegen gereformeerde broeders heeft zulk een bedoeling (als door u genoemd) geen reden. Immers die broeders doen in hun ambtelijk leven precies hetzelfde. Zij prediken ook vóór Christus en tegen de duisternis, misschien nog veel ernstiger en schooner dan zij, die er dan z, g. »naast« komen staan. En uit het feit, dat die broeders uw hulp niet vragen, is het toch zonneklaar, dat zij uw komst er overbodig, ongewenscht achten en niet anders dan als »indringerij« en staan tegenover hen kunnen beschouwen ?

Steden en dorpen staan in dit opzicht gelijk, 't Gaat niet om een honderd of duizend menschen meer of minder, 't Gaat om de zaak, vooral om de motieven waarom gij optreedt.

En ten derde, ook uw bewering "evangelisatie is conventikel". gaat in deze beschouwing niet op. Als gij het hadt over inrichting, karakter en werkzaamheid van een evangelisatie, dan zoudt ge recht hebben in uw beweren, maar als u de vraag stelt: «naast of tegenover», en zelfs concrete voorbeelden noemt in onze Kerk, dan ligt aan zulk vergaderen de 'bedoeling ten grondslag niet om te conventikelen, d. w. z. om een stichtelijk onder-onsje te houden, onschuldig, leerrijk en aangenaam, maar om »en bloc« te protesteeren tegen den officieelen gang van zaken en in onkerkelijken weg zich te stellen tegen de kerkelijke orde te dier plaatse.

En dan vraag ik, waarde broeder, waar moet het toch heen als gij, oudere in jaren en rijpere in ervaring, op dergelijk onkerkelijk drijven de kroon zet, en het met uw invloedrijke woorden verdedigt?

Waar moet het heen, als straks haat en ellende in de gereformeerde gemeenten hand over hand toenemen? 't Spijt mij deze dingen te moeten zeggen. Omdat ik zelf in dien weg ook veel onnadenkend en zondig gehandeld heb, zou ik liefst hierover in 't openbaar niet gesproken hebben, en mij stil terugtrekken van het terrein der ongeoorloofde «evangelisatie«.

Doch waar bij onze jonge broeders meer en meer het bewustzijn ontwaakt: »'t gaat met dat «evangeliseeren een verkeerden kant op!« daar doet het zoo smartelijk aan, dat deze onkerkelijke scheurmakerij door een ouderen broeder nog weer eens verheerlijkt wordt.

We hadden ze nu zoo gaarne maar laten uitzieken die in-ongezonde evangelisatie-toestanden, om dan na kalme voorbereiding straks als een eenig man ons te stellen niet tegenover broeders in de bediening, maar tegenover vijanden van den Christus Gods, liefhebbers van de duisternis, zoo overvloedig helaas in onze Kerk nog aanwezig.

Maar dit zij zoo!

Met u wensch ik dat al 't volk des Heeren profeten waren, maar als de Geest der profetie zal geschonken worden en het waarachtige leven geopenbaard zal worden, dan zullen de «godzalige leeken» toch wel allereerst werk hebben met den verscheurden toestand van onze Kerk, en daarover hun woord spreken.

Opdat de staf «Liefelijkheid» en «Samenbinders» niet langer verbroken ligge onder ons, maar we als broeders van hetzelfde huis, ieder in zijn eigen kring, arbeiden tot heil van de Kerk en tot zegen der zielen. Moge die tijd eens spoedig aanbreken!

Met broedergroete en heilbede,

Uw vriend en broeder.

Deltt, 27 Juni '10.

G. H. BEEKENKAMP,

N. H. Pred.

Bovenstaand ingezonden stukje werd door mij gezonden naar den redacteur van het «Gereformeerd Weekblad».

Aangezien het tot nog toe niet werd opgenomen, en ook uit «Correspondentie« niet bleek dat het opgenomen zou worden, verzocht ik aan de redactie van «de Waarheidsvriend« een plaatsje, aan welk verzoek door deze gaarne voldaan werd, omdat de zaak, hier besproken, ook «naar haar meening niet van belang ontbloot is.

Delft., Juli 1910.

G. H. Beekenkamp.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 juli 1910

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Ingezonden.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 juli 1910

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's