Uit het kerkelijk leven.
Zoo héel mis?
De Confessioneele vereeniging heeft haar jaarvergadering gehouden te Utrecht en het Hoofdbestuur had op Woensdag 25 Mei een extra vergadering uitgeschreven voor allen — leden en niet leden van de Confess. Ver. — die belang stelden in de pogingen, die moeten worden aan gewend om te komen tot kerkherstel.
Volgens het verslag in „de .Geref. Kerk" van 2 Juni j.l. was de opkomst niet zoo heel groot; er waren ongeveer 80 aanwezigen.
Wij hebben vroeger een dergelijke vergadering óok bijgewoond. Toen spraken o.a. Dr. Hoedemaker en Dr. Kromsigt. En wij herinneren ons, dat er toen uit het midden van de Vergadering, waar predikanten van allerlei richting samen waren, geïnformeerd werd naar de kwestie: welke plaats zal de belijdenis moeten innemen bij de pogingen tot Kerkherstel.
't Was velen niet duidelijk. Enkelen vreesden, dat het positieve karakter van de Geref. kerk in gevaar kon komen.
Nu schijnt op de verg. van 25 Mei j.l. een dergelijke discussie te zijn geweest.
Dr. Kromsigt had gesproken over „Het herstel der Classicale vergaderingen". En toen zei Ds. Briët van Utrecht in het debat o.a.: „ik meen voorts, dat Dr. Kromsigt te weinig over de belijdenis heeft gesproken; presbyteriale organisatie komt op uit eenheid van belijdenis, en éénheid van belijdenis kan er alleen zijn in kleine kringen". Terwijl het verslag verder zegt: ook Mr. J. Schokking meent, dat het hoofdpunt te veel achterwege is gebleven; de kwestie van de belijdenis blijft de hoofdkwestie".
Ziende op deze dingen vragen wij: hebben wij het zoo geheel mis, wanneer we zeggen, dat door de mannen van de Confess. Ver. bij hun reorganisatie-plannen te veel over de belijdenis-kwestie heen wordt gesproken; dat zij te veel den indruk geven te kunnen herstellen zonder uit te gaan van het gereformeerd beginsel?
Men wil maar bij elkaar komon en bij elkaar houden — en dan zal 't wel gaan onder een nieuwe regeeringsvorm.
Vandaar ook hun leus „de Volkskerk". Maar zoo gaat het niet! Zoo komt het niet in het goede spoor.
Zoo verliest men de Geref. menschen, die wel beter weten en degenen die blijven zullen bij mogelijke gebeurtenissen zich tegen alles wat positief Gereformeerd is verzetten.
Daarom, laat ons toch voorzichtig zijn en bij alles onze Geref. belijdenis voorop stellen.
Dan spreken we ook niet van héél de natie in de Kerk — maar dan spreken we van een Geref. Kerk, die niet allen zal omvatten, doch, onder de gunste des Heerén en naar Zijn belofte, heel het volk tot een zegen zal worden.
De Gereformeerde belijdenis voorop.
Laat ons toch zorgen, dat dat het zout is en blijft voor heel onze actie.
Wee, als het zout smakeloos is geworden, door welke oorzaak ook.
Dan is het zout voor de mesthoop.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 juli 1910
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 juli 1910
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's