De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de Pers.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de Pers.

4 minuten leestijd

We lazen in „De Alblasserwaard en Vijfh.l." het volgende:

Het Rotterdamsche Predikantstractement.

Het was een verrassende stemming. Net nog den laatsten dag, voor de zomerrust aanbrak.Niemand had er erg in . . .

En toen werd in de Eerste Kamer afgestemd het wetsvoorstel van minister Kolkman, om aan de Ned. Herv. gemeente te Rotterdam een bijdrage te schenken voor de 17e predikantsplaats.

Een merkwaardige stemming.

Reken zelf maar na: Voor stemden alle roomsch-katholieken. Tegen stemden alle liberalen. En daar de enkele chr. Historichen mee voor stemden, lag de beslissing hij de anti-revolutionarien.

Dezen stemden op één na tegen. Waarmee het voorstel verworpen was. Voor Rotterdam spijt ons dat. De gemeente daar heeft dringend behoefte aan meer kerken en leeraars. Wat zijn nu 16 predikanten op zooveel tienduizenden leden! Zestien herders op zooveel schapen.

En waar die gemeente tegenwoordig uitsluitend orthodox beroept, zou er voor dit geld niet een loochenaar, maar een verkondiger van den Christus der Schriften gekomen zijn.

De gemeente zelf, als men weet, had een kapitaal bijeengebracht, dat een 1500 gld. rente in 't jaar oplevert. Met nog een 1500 gld. subsidie, had ze een predikant kunnen beroepen.

Dit beroep ondergaat nu vertraging.

De oogst in onze groote steden is zoo groot; de schapen zijn er zoo verstrooid; de arbeiders en herders zijn weinige..

Tóch kunnen we aan den anderen kant de tegenstemmers geen ongelijk geven.

De Regeering.moet het recht handhaven. En de Statengeneraal moeten haar daarbij controleeren.

Was het nu recht, om Rotterdam een buitengewone subsidie te geven?

Dat was de groote vraag.

Waaraan ontleent de Kerk, haar recht op het geld van den Staat?

Hieraan, dat in vroeger jaren en eeuwen de Staat vele goederen en bezittingen van de Kerk zich heeft toegeëigend, waaruit anders een deel van de traktementen werd betaald. Daartegenover rust nu bij den Staat de zedelijke verplichting om te zorgen, dat. de Kerk geen schade lijdt.

Dat is een moeilijke rekensom!

En daarom heeft men de laatste 20 a 25 jaren den regel gevolgd, om alles bij 't oude te laten; geen enkele uitkeering te verminderen en ook geen nieuwe uitkeering te geven.

Maar dat kan altijd niet.

Een gemeente wordt gesplitst; een nieuwe gemeente wordt gesticht .... de Staat kan dan alles moeilijk bij het oude laten.

Nu kwam Rotterdam.

En dit was 't bezwaar van onze mannen, dat ze zeiden: Waarom Rotterdam wel en andere plaatsen niet die 't even hard noodig hebben ? We weten zoo wel waar we beginnen, maar niet waar we ophouden. Waarom de eene Kerk te Rotterdam wel verhooging van subsidie geschonken en b.v. de Lutherschen en de roomschen niet, terwijl de gereformeerden heelemaal niets, ontvangen.

Daar kunnen we inkomen. Recht en billijkheid moeten betracht. Tegenover alle gezindheden.

Wat leeren we hieruit? Tweerlei, dunkt ons.

Daar ligt een les in voor de Kerk. En eene voor den Staat.

De Kerk kan er uit leeren, meer op eigen krachten te steunen; dat bevordert den bloei der Kerk. In Amerika krijgen de Kerken niets van de Overheid en nergens wordt zooveel voor de Kerk gegeven, als daar.

Rotterdam moet nu niet wachten. Veel minder den moed opgeven!

Het hoeft waarlijk niet eerst kapitaal te bezitten. Laten die ontbrekende 1500 gulden aan jaarlijksche bijdragen worden ingezameld, dan kan de gemeente daar in het geloof gerust een nieuwen predikant beroepen.

En zelfs meer dan een.

De groote Herder der schapen zal de kudde gewilligmaken. En komen er dan geen briefjes van honderd en lapjes van duizend in dè collecte, dan zullen de broederen ondervinden, dat de Heere God ook met kwartjes en dubbeltjes het traktement van een leeraar kan bijeenbrengen!

Een les ook voor den Staat.

Het kan zoo op den duur niet blijven, 't Moet tenslotte komen tot een finale afrekening, waarbij de kerken haar wettig erfdeel uitbetaald krijgen.

Dan kunnen ze 't zelf beheeren. Dan hoeven ze niets meer te vragen aan de Overheid.' Die kerken zijn toch mondig!

En dan hoeven politieke colleges, als de Eerste en Tweede Kamer, niet meer te beraadslagen en te beslissen over een zuiver kerkelijke zaak, als de beroeping van een predikant!

Dan heeft een roomsche en een jood niet mee te beslissen over het traktement van een hervormd predikant.

Finale afrekening dus.

En dan uitbetaling aan de rechthebbenden. Waarbij wel als eerste eisch gelden zal dat geen enkele kerk tekort gedaan wordt in hetgeen ze op dit oogenblik reeds ontvangt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 augustus 1910

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit de Pers.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 augustus 1910

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's