De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het kerkelijk leven.

7 minuten leestijd

Kerkegoederen in Staatshanden.

In „De Geref. Kerk" stond onlangs nog weer eens een kort stukje over dit onderwerp. We' nemen het hier in hoofdzaak over, omdat er op dit punt nog wel eens een weinig misverstand heerscht èn bij onze menschen èn bij hen, die van ons uitgingen.

Iemand, een predikant van „de Geref. Kerken" had gezegd „dat de menschen van „de Geref. Kerken" belasting moeten opbrengen, om daarvan de tractementen van de Hervormde predikanten te betalen".

Daarop luidt het antwoord in „De Geref. Kerk";

Wat betreft de toelage, die sommige predikanten (niet alleen Hervormde predikanten, maar ook Roomsche geestelijken, etc.) uit de Staatskas ontvangen, zou men, op het bovenstaande afgaande, bijkans meenen, dat dit een geschenk was, door den Staat aan de Kerk verleend. En in dat geval had bovengenoemde Gereformeerde broeder recht om te klagen, dat uit de belasting, waaraan hij ook moest bijdragen, zulke geschenken aan de Hervormden werden verleend. Zoo staat de zaak echter niet.

Dat sommige Hervormde predikanten (om nu van anderen te zwijgen) uit de Staatskas tractement ontvangen, geschiedt alleen als vergoeding voor kerkegoederen, die in de dagen der revolutie door den Staat zijn geëigend.

Ja, wanneer men de som der aan de kerk onteigende goederen vergelijkt met het gezamenlijk bedrag van al de verleende toelagen, dan blijkt dat de kerk er beter aan toe zou zijn geweest| wanneer hare predikanten geen Staatstoelage ontvingen, maar zij zelve in het bezit ware gesteld van bovengenoemde goederen.

Dr. Kuyper, een onverdacht getuige, zegt in § 305 van »Ons Program» :

»De op het laatst der vorige eeuw geëigende goederen zouden, waren ze in handen der kerken gebleven, nu reeds een uitbetaling van tractementen veroorlooven, die met het drievoudige der gekweten tractementen gelijk zou staan.

Nu kunnen wij ons begrijpen, dat een Gereformeerd predikant het onbillijk vindt, dat uit die geëigende goederen ook aan de dienaren zijner kerk niet een toelage wordt verleend. De vraag zou dan echter mogen gedaan worden, of dat niet ligt aan de vrije keuze van de Gereformeerden zelven, die niet alleen vrijwillig uit de Hervormde kerk zijn uitgetreden, maar die ook bij monde van hun voormannen menigmaal hebben verklaard uit beginsel geen Staatstoelagen voor hun predikanten te willen aanvaarden.

Hoe dat echter zijn moge, de toelagen, die thans worden verstrekt, kunnen niet gezegd worden te worden uitbetaald uit belastingen, die de Staat op hare onderdanen legt ten behoeve van de Hervormde kerk. Zij vertegenwoordigen de rente van kerkegoederen die de Staat heeft geëigend.

De Waarheidsvriend.

B. te A. heeft ernstige bedenking tegen den naam van ons blad.

Hij is geen abonné, geen lezer — maar „toevallig" een No. van ons blad in handen krijgend, wil hij (geen geestverwant) gaarne ongeveer dit zeggen: de trotsche eigengerechtigheid van de bondsmannen is zelfs in den naam van het blad te proeven. De Waarherdsvriend. Het lidwoord van bepaaldheid! Het blad eigent zich met uitsluiting van anderen zoo maar klakkeloos een titel toe, dien elk Christenmensch met vreeze en beven van den Heer afbidt (Ps. 43:3; Ps. 25:2 enz.)

Wat kan men toch wonderlijke menschen hebben; die —. als ze niet willen — niets kunnen begrijpen en altijd gif kunnen uitzuigen.

En als ze dan aan 't redeneeren gaan, is het niet veel anders dan Wartaal.

Dus — De Waarheidsvriend is bezig anderen zoo maar uit te sluiten. Door dat lidwoord van bepaaldheid.

Maar heeft die goede, vriend B. dan nog nooit gehoord van: De Nederlander, De Rotterdammer, De Heraut, De Gereformeerde Kerk, De Bazuin, De Wekker, De Wachter, De Vriend des, huizes. De Jongelingsbode, De, Standaard, De Getuige, enz. enz. ?

Wil dat dan zeggen, dat anderen niet de wacht houden, niet getuigen, niet Nederlandsch zijn, niet tot.jongelingen spreken, enz. enz.?

Ach — laten wij dan. nog eens verklaren, gelijk we in het 1ste No. van ons Bondsorgaan uitdrukkelijk gedaan hebben, dat wij met onze zwakke krachten willen getuigen van de Geref. waarheid in het midden van onze Ned. Herv. Kerk, bizonderlijk om te spreken van den treurigen toestand op kerkelijk terrein. Niet om te verderven. Maar om, onder beding van Gods genade en gunst, met erkenning van Gods weldaden aan ons bewezen, aan te houden met de roepstem: „laat ons onze wegen doorzoeken en laat ons wederkeeren tot den Heere!"

Des Heeren Woord legt ons bloot wat we moeten weten, gelooven en spreken.

En de stem onzer Geref. vaderen, o. a. in de Ned. Gel. bel. en den Heid. Cat. te beluisteren, niet minder in tal van geschriften en verhandelingen, geeft daarbij geen onzeker geluid.

De bede mag door Gods genade bij onzen arbeid nog wel eens uit ons harte opklimmen: „Leid mij in Uwe waarheid, en leer mij, want Gij zijt de God mijns heils" — alsook: „Zend Uw licht en Uwe waarheid, dat die mij leiden."

Vrouwelijke predikanten.

De vrouwen weten van aanhouden. Dat zien we weer opnieuw als we de verslagen van de Synode van dit jaar nalezen.

Wéér zijn ze gekomen met het verzoek om vrouwen toe te laten tot het predikambt; en weer is er in de Synode breed over gesproken, of zulks gewenscht of niet is.

De kansen stonden nu mooi voor de dames. De Synode is toch (dit jaar) in meerderheid modern.

Maar ziet.... voor de zooveelste maal is het verzoek afgewezen en wij hopen, dat nu de vrouwelijke bescheidenheid weer eens terug mag keeren tot de dames-studenten in de godgeleerdheid, en dat zij nu verder zullen zwijgen.

Of de wenschelijkheid daarvan door de Synode zelve óok is te kennen gegeven, weten we niet. Wij vermoeden dat er zeker wel van onbescheidenheid zou zijn gefluisterd, wanneer Gereformeerden met een verzoek kwamen jaar aan jaar, nadat over dat verzoek keer op keer het doodvonnis was uitgesproken.

Misschien zou er dan zoo iets van „onruststookers" en „onverdraagzamen" gehoord zijn.

En dat, waar de Gereformeerden tot op heden in hun verzoeken-doen veel te bescheiden en veel te laksch zijn.

't Moet voor de Synodale heeren wel lijken, of de-Gereformeerden geen wenschen hebben!

Uit de discussie in de Synode over vrouwelijke predikanten willen we enkele dingen hier even melden:

Door Prof. Daubanton wordt verklaard, dat hij tegen het voorstel is, omdat hij het optreden van de vrouw als predikant acht te zijn in strijd met de H. Schrift, met de natuur der vrouw, met het levens-en leerbeeld van onze Kerk (naar uitwijzen van de, historie) en met de gezonde praxis. Hij acht het een hoogst ongelukkig drijven.

Prof. van Veldhuizen is ook tegen het voorstel. Zij die het voorstel deden weten van volhouden. Het geldt hier echter niet het belang van de Kerk. Vrouwelijke diakenen zou de Hoogleeraar kunnen denken, alsook vrouwelijke godsdienstonderwijzers. Maar voor 't leeraarsambt is zij, vooral op grond van practische overwegingen (huwelijk, werkzaamheden van den predikant enz.) niet geroepen.

De secretaris van de Synode behoort ook tot de tegenstanders.

Voor den heer Heerspink blijft het altijd nog een bezwaar, dat Christus wel 12 apostelen had, maar dat onder deze geen vrouw werd aangetroffen.

Ook de heeren van Melle, Steenbeek, De Groot en Leenmans achten zoowel op bij belsche gronden als uit eerbied voor de vrouw het voorstel niet aannemelijk.

In stemming gebracht verklaren 10 leden zich tegen en 9 leden zich voor het verzoek van de dames, die nu sinds jaren naar het predikambt dingen.

De 9 voorstemmers waren: Eilerts de Haan, Adriani, Weyland, Schrieke, Huber, Edling, Offerhaus, van Gorcum en Boot.

Dr. Weyland, pred. te Veere en Ds. Schrieke, pred. te Enschedé, behooren tot de rechtzinnige leden der Synode!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 augustus 1910

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 augustus 1910

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's