De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het kerkelijk leven.

4 minuten leestijd

Ons Leerstoelfonds.

In het vorig No. van „de Waarheidsvriend" kwam een ingezonden stuk voor van de hand van den heer Fr. Bakker te Neder-Hardinxveld, waarvan wij reeds verklaarden, dat het ons sympathiek was om meer dan éen oorzaak.

Wat wij er over schreven was wat eenzijdig. Dat deden wij met opzet.

Wij wilden nog eens in het licht stellen, dat er geen zegen te verwachten is, wanneer wij Gereformeerden in de Ned. Herv. (Geref.) kerk, die in aantal gelukkig mogen toenemen, den Heere langer in den weg blijven staan met onze verdeeldheid, onze luiheid en lakschheid.

't Is zoo waar wat vriend Bakker schrijft: wij hebben te klagen over gebrek aan belangstelling van vele kerkeraden en Predikanten, die, hoewel een Geref. prediking voorstaande, den ijver der Bondsleden als een Jehu's ijver brandmerken en het werk van den Bond, als zijnde het werk uit en van menschen, als gansch verwerpelijk voorstellen, terwijl het aan de andere zijde de ondervinding van ieder medewerkend lid wel zal zijn, dat de laat-maar-waaien-geest van velen, die overigens gaarne de ellende der kerk lang en breed uitmeten, in onze Ned. Herv. kerk bedenkelijke afmetingen heeft aangenomen."

Laat ons deze dingen, in eenvoudigheid en oprechtheid door een lid der gemeente neergeschreven, toch eens onder de oogen zien.

Wat zou het niet heerlijk zijn, wanneer de Gereformeerden elkander op dit punt niet meer in den weg stonden, maar waarlijk éen van geest en éen van zin zich mochten openbaren.

Wij hebben als Gereformeerden iu onze Herv. kerk zoo'n' hooge, heerlijke roeping. De Heere zegent ons zoo rijkelijk. Hij maakt alles zoo wel, zoo boven bidden en boven denken. De waarheid keert weer terug, ons kerkelijk leven bloeit weer op.

En nu is er zooveel te doen, waartoe de Heere ons roept. Waartoe Hij ons komt verwaardigen.

O! mochten we nu onze positie, onze roeping ons eens bewust worden.

Want — laat ons maar eerlijk zijn — daar ontbreekt zoo véél aan.

Dan kouden we op kerkelijk gebied, op het terrein van Evangelisatie, op schoolgebied, op 't gebied van het Vereenigingslevan voor onze jongelingen, in het werk der barmhartigheid enz. enz. zoo véél doen.

Ten slotte heeft de Heere aan de Gereformeerden in de Ned. Herv. Kerk toch de roeping gegeven om in deze te arbeiden en leiding te geven.

Dat staat bij ons vast!

En ziet — nu ligt alles zoo stil, door verdeeldheid, door misverstand, door valsche lijdelijkheid, door luiheid.

En wee! ons, wanneer de Heere, die de Groote Rentmeester is, komt onderzoeken wat met de talenten, ons toebetrouwd, is verricht.

We waren moedeloos.

Maar we willen daarbij niet blijven zitten. En nu we toch ovor ons Leerstoelfonds schrijven, willen we een misverstand wegnemen.

Het Hoofdbestuur van den Geref. Bond houdt zich voortdurend bezig met de zaken van het Leerstoelfonds.

Het Hoofdbestuur wil zoo spoedig mogelijk beginnen in deze zaak.

Het ziet uit naar een bekwaam man, die zich voor dezen arbeid wil geven.

Maar tot nog toe heeft zich naar Gods Raad nog niemand opgegeven.

De Heere kan evenwel spoedig komen met den man naar Zijn Raad.

En dan moeten we voor-en toebereid zijn.

Niet, dat er dan een vast kapitaal moet zijn, waarbij we niets meer noodig hebben.

Dat niet.

Maar er moeten toch gegevens zijn, dat men deze zaak ernstig begeert en dat men er wat voor over heeft.

Daar is ons gebed voor.

Dat er door den Heere ons een man gegeven mag worden, die lust en begeerte, die wijsheid en bekwaamheid heeft om in dezen arbeid den Heere en ons Gereformeerd volk te dienen.

En dat er door velen voor dit doel blijmoedig mag worden gegeven, biddende van den Heere:

„ Verblijd ons naar de dagen, in dewelke Gij ons gedrukt hebt, naar de jaren, in dewelke wij het kwaad gezien hebben.

Laat Uw werk aan Uwe knechten gezien worden en Uwe heerlijkheid over hunne kinderen.

En de liefelijkheid des HEEREN, onzes Gods, zij over ons; en bevestig Gij het werk onzer handen over ons, ja het werk onzer handen, bevestig dat.'' {Ps. 90.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 september 1910

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 september 1910

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's