De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het kerkelijk leven.

8 minuten leestijd

Eerlijk en met orde.

Het wordt wel eens voorgesteld, alsof het een teeken van doodigheid is, wanneer de dingen eerlijk en met orde geschieden.

Zoo b.v. in het kerkelijk leven.

Wij hebben het zoo wel eens hooren bespreken onder de menschen. En de een spreekt den ander dan maar na.

Men zegt dan : „als alles zoo doodig is, ja, dan gaat het langs den ordelijken weg! Ouderlingen en diakenen. Dominés die er voor geleerd hebben en er voor betaald worden. Dominés die knap zijn in het hoofd; en in eigen oog veel knapper in de waarheid dan Gods ingeleide kinderen. Gebod op gebod; regel op regel. Een reglementenbundel die steeds aangroeit. Gezette tijden hiervoor en gezette tijden daarvoor.

Maar als de Geest werkzaam wordt, o! dan wordt het zoo anders! Dan valt al die ballast weg.

Dan blijkt dat alles maar prikkeldraad, dat nergens nut voor is dan om de huid der paarden en koeien op te scheuren.

Dan gaat men met blijmoedigheid naar conventikel of evangelisatie en gaat daar spreken over of luisteren naar de wonderdaden des Allerhoogsten."

Dus, als we zulke menschen goed begrijpen, dan is kerkelijk leven en kerkrecht uit den booze. Dan moeten er geen ouderlingen, geen diakenen, geen predikanten zijn. Dan moeten er geen kerken wezen.

't Is alles maar prikkeldraad.

Neen! Conventikels én vergaderingen, waar men spreekt over en luistert naar de wonderdaden des Allerhoogsten!

Ach, - ach — wat redeneert men dan toch verward en verkeerd.

Wat heeft de Heere Zich dan vergist onder het Oude Testament.

Wat heeft Jezus zich dan vergist onder het Nieuwe Testament.

Wat hebben de Apostelen zich dan vergist na de uitstorting van den Heiligen Geest.

Wat hebben onze Vaderen zich dan vergist in de 16de eeuw, toen de Geest Gods den hof kwam doorwaaien!

„Geen ouderlingen en geen diakenen, als de Geest werkt; geen herders en leeraars!" zegt men.

Allemaal prikkeldraad!

Ach, ach — wat leugenprofeten toch en wat verleiders der schare, die alzóo durven spreken!

Wat dachten onze Vaderen, die onder het kruis leefden, er dan ènders over.

Men had in 1571 (dat bange jaar!) maar eens op hun vergadering moeten zijn, toen zij daar met z'n 29 saamkwamen te "Wezel; 24 predikanten en 5 niet-predikanten.

Wat was de Geest des Heeren HEEREN kennelijk in hun midden.

Wat mochten ze veel  zien en bezitten in hun Goël en Borg Jezus Christus.

Wat mochten ze bespreken en verkondigen de wonderdaden des Heeren, den God van Sion, den God der goden.

En als „verstrooiden en verdrukten", als „onder 't kruis" levenden, saamgekomen uit Nederland en België, mochten ze saam Gods Woord onderzoeken en de regelen en de grondbeginselen vaststellen van het zoogenaamd .... Kerkverband!

Toen las men samen Hand. 15:22—29, 2 Thess.' 2:15; 1 Petr. 2:13; 1 Petr. 5:5; Rom. 13:1; Ef. 4:11—16; Ef. 5:21, 23, 24 enz. enz.

En in 1572 vergaderde men te Embden weer; in 1574 te Dordt nóg eens enz., waarbij als heerlijke vrucht des Geestes in het midden van onze natie de Gereformeerde Kerke mocht komen, met herders en leeraars, mét ouderlingen en diakenen, met kerkelijke voorschriften en kerkelijke vergaderingen, „tot de volmaking der heiligen, tot het werk der bediening, tot opbouwing des lichaams Christi."

O! wat was het toen een heerlijke tijd, toen de Geest Gods door den hof kwam waaien en toen de kinderen Gods werden saamgedreven om eerlijk en met orde te wandelen in den weg van Gods inzettingen in het midden van het kerkelijk leven.

En wat durft men dan nu met groote woorden aan te geven, dat, wanneer de Geest komt werken, er geen dominés, geen ouderlingen en geen diakenen, dat er geen kerkelijke voorschriften en geen kerkelijke vergaderingen meer zullen zijn?

Wat durft men dan nu beweren, dat het 't heerlijkst is, als men aan de banden van het kerkelijk leven ontworsteld, in vrijheid samenkomt in gezelschappen en evangelisaties?

O! dat men eens mocht leeren treuren over de minachting van de inzettingen, die de Heere HEERE in Sion gegeven heeft."

Dat men eens mocht leeren treuren over de breuke, die er ligt in het kerkelijk leven.

Dat men eens mocht gaan waarschuwen voor dat zoeken van eigen wegen, waarin niet weinig wierook ontstoken wordt voor den mensch.

We moeten terug tot Gods wegen. Tot de wegen die naar Gods Woord zijn. Tot de wegen, die onze Vaderen bewandeld hebben.

In de beste tijden, waarin de Geest krachtig werkte, heeft men lust betoond in het houden van Gods wet voor het kerkelijk leven.

Sla de bladzijden maar eens op, waar we lezen van „de Nederlandsdie Kerken die onder 't kruis zitten en in en buiten Nederland alleszins verstrooid zijn", hoe ze in 1568 te Wezel, in 1571 te Embden, in 1574 te Dordrecht, in 1578 te Dordrecht, in 1581 te Middelburg, in 1586 te 's Gravenhage en in 1618—'19 te Dordrecht saamkwamen.

Neen, de breuke is niet dat er herders en leeraars, dat er ouderlingen en diakenen, kerkelijke ordeningen en kerkelijke vergaderingen enz. zijn. Volstrekt niet. Ze moeten er zijn naar het bevel des Konings. En die deze dingen willen omver schoppen maken zich schuldig aan het 5de gebod. Want de Kerkelijke Overheid moet worden in eere gehouden: dat is Jezus Christus en die Hij over Zijn Gemeente gesteld heeft!

Hij heeft Zijn dienstknechten gegeven, opzieners, armverzorgers.

Gansch verkeerd is het daaraan te tornen.

Wat heeft Paulus van zulke lieden niet veel verdriet gehad!

„Zijt uwen voorgangeren gehoorzaam en zijt hun onderdanig; want zij waken voor uwe zielen, als die rekenschap geven zullen; opdat zij dat doen mogen met vreugde en niet al zuchtende, want dat is u niet nuttig." Hebr. 13.

Neen, wij moeten niet doen als Alexander de kopersmid, van wien Paulus moest zeggen: „Alexander, de kopersmid, heeft my veel kwaads betoond; de Heere vergelde hem naar zijne werken. Van welken wacht gij u ook, want hij heeft onze woorden zéér tegengestaan." (2 Tim. 4.)

O! er is zoo'n schrikkelijke omzetting van Gods inzettingen. In den grond der zaak niets anders dan ijdelheid, geldgierigheid, luiheid en geestelyke hoogmoed.

Gelijk er zooveel kinderen niet meer om vader en moeder geven en met waanwijsheid neerzien op hun ouders, en gelijk er zooveel socialisten zijn, die Koningen en Prinsen verwenschen, zoo zijn er ook zoovelen, die met de taal van allerlei secten zeggen: „geen dominés, geen ouderlingen, geen diakenen, geen kerkelijke ordeningen enz.; dat is de dood in de pot!" —

Maar de Heere komt de overtreding van het 5de gebod schrikkelijk bezoeken!

Gelijk het Avondmaalsformulier, evenals Paulus, zegt: geen deel in het rijk van Christus hebben, die verachters zijn van Zijn Woord en allen die tweedracht, secten en muiterij in kerken en wereldlijke regeeringen begeeren aan te richten."

Dezelfde God leeft nog, die Korach, Dathan en Abiram deed wegzinken in den afgrond.

En daarom, och! dat we den Heere weer eens mochten leeren aanloopen met gebeden, gelijk onze Vaderen dat mochten doen, totdat de Heere ons weer komt geven dominés, ouderlingen, diakenen, kerkelijke ordeningen, kerkelijke vergaderingen, enz., vol des Heiligen Geestes „tot volmaking der heiligen, tot het werk der bediening, tot de opbouwing van het lichaam van Christus."

O! dat het zuchten van Gods kinderen eens menigvuldig mocht worden en de Heere Zijn Verbond eens kwam gedenken.

Dan zou de breuke niet geheeld worden met dwaze praatjes van menschen, waar vele vrome onbekeerden hard mee wegloopen, maar waarbij Gods levendgemaakt volk wel eens treuren mag.

O! wat is er een loopen en draven in allerlei weg. Wat is er een reizen en trekken. Wat is er een zoeken van 's menschen gunst. Wat zit de mensch op den troon.

En over de breuke die er ligt in het midden van het kerkelijk leven, waar 's Heeren inzettingen worden veracht, daar treurt men niet om; daar bekommert men zich niet over.

Maar ach, dat is toch niet de weg, dat een ieder ingaat in z'n eigen pad; dat een ieder groot wordt in z'n eigen kring; dat een ieder bevredigd wordt naar eigen lust.

En o! gelukkig, dat er gezelschappen zijn en dat er evangelisaties zijn, waar men er iets van weet en gevoelt. Waar men treuren mag, dat Gods huis verwoest ligt.

Hoe meer de Geest mag komen, hoe meer leven er mag zijn, hoe meer over de wonderdaden Gods mag worden gesproken — hoe weer er ook getreurd zal moeten worden over de breuke in het kerkelijk leven en hoe meer er gebeden zal worden om veel bekeerde dominés, ouderlingen en diakenen; hoe meer er gebeden zal worden om de openbaring van het lichaam van Christus weer te mogen aanschouwen, naar Gods voorschriften.

Laat men dan alle valsche leeringen in deze wegwerpen, zooals Job tot zijn vrienden zei: gij zijt leugenstoffeerders en slechte medicijnmeesters.

En laat er gebeden mogen worden door den Geest met den dichter van Ps. 74 :

Herdenk de trouw, aan ons voorheen betoond; Denk aan Uw volk, door U van ouds verkregen; Denk aan Uw erf, het voorwerp van Uw zegen, Aan Sions berg, waar G' eertijds hebt gewoond.

Beschouw, herdenk Uw vastgestaafd verbond ; Laat dat Uw hart tot ons in liefd' ontvonken: Het land is vol van duist're moordspelonken Van waar 't geweld ons grieft met wond op wond.

Dat elk verdrukt' Uw bijstand eens erlang'; Laat, laat Uw volk niet schaamrood wederkeeren; Maar wil van hen ellend' en nooddruft weren. Opdat z'Uw Naam verheffen in gezang.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 september 1910

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 september 1910

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's