Staat en Maatschappij.
Onjuiste voorstellingen. (Slot.)
Nog op een onjuiste voorstelling moeten wij ten slotte wijzen. Wij laten het dan bij dit drietal. Ds Wagenaar schrijft:
De politiek van het Christelijk Ministerie is een subsidie-politiek, die aan de neo-Calvinistische — evenals aan de ultramontaansche — actie ten goede komt. '
De politiek van het Christelijk Ministerie is een subsidie-politiek, die ten goede komt:
1e. aan de neo-calvinistische actie; en 2e. aan de ultramontaansche actie.
Over den naam „neo-calvinistische" twisten we nu niet meer. In ons artikel van de vorige week hebben we er genoeg van gezegd en ook de onwaarheid van die uitdrukking, in het verband, waarin ze gebezigd werd, aangetoond.
Maar wat nu te zeggen van eene voorstelling van feiten gelijk Ds. Wagenaar die geeft: „de subsidie-politiek van het Christelijk Ministerie komt ten goede aan de anti-revolutionairen en de Roomsch-Katholieke Staatspartij"? Profileert — om dien naam een oogenblik te noemen — de Christelijk-Historische partij, naar Ds. Wagenaar zegt: de eigen politieke organisatie der Hervormden, din ook niet van die subsidie-politiek?
Hoe staat het te dien opzichte b. v. met de scholen van Christelijk Volksonderwijs, de organisatie van grootendeels ethisch-Hervormden? Steunt die vereeniging op eigen krachten, wijst zij de rijks-subsidie af? Iedereen weet wel beter! De Christelijk Historische partij is 'der dritte in der Bünde'. En waar dit zoo is, is het daar metterdaad geen geheel verkeerde voorstelling — natuurlijk geheel onopzettelijk gedaan — als betoogd wordt, dat het alleen de anti-revolutionairen en Roomsch-Katholieken zijn, aan wie de subsidiepolitiek van het Christelijk Ministerie ten goede komt?
En nu die subsidie-politiek van het Christelijk Ministerie!
Wat bedoelt Ds. Wagenaar met die woorden?
Gevoelt de Rotterdamsche predikant niet reeds onmiddellijk, dat hij met het bezigen dier woorden niet alleen minder waardeerend — om geen ander woord te bezigen — over het staatkundig beleid van het Kabinet spreekt, maar ook dat hij hier aan de waarheid tekort doet?
Ds. Wagenaar zegt niet, dat het óók tot de politiek van het Ministerie behoort, om het Christelijk onderwijs te subsidieeren, maar hij schrijft open en rond, dat DE politiek van het Kabinet (dus uitsluitend en alléén) een subsidie-politiek is.
Nog eens, is dit waar?
Dat de vrijzinnigen en sociaal-democraten uit politieke overwegingen zoo redeneeren, begrijpen wij. Maar mag een man als Ds. Wagenaar zich op dergelijke verdachtmakende wijze uitlaten?
Hij moet toch beter weten — en hier komen we op de zaak zelve — dat eerstens het verleenen van subsidies aan het Christelijk hooger-, middelbaar-en lager onderwijs, wat het laatste betreft, niet van het Kabinet-Heemskerk afkomstig is, maar al sinds 1889 in zwang is, en dat, wat aangaat het geven van rijkssteun aan hooger-en middelbaar onderwijs-inrichtingen, niets anders plaats heeft dan een consequente doorvoering van het beginsel om het bijzonder onderwijs van Rijkswege te steunen. Ook de naaste vrienden van Ds. Wagenaar — en het komt bij ons niet op, om hen dit in eenig opzicht kwalijk te nemen — deelen, wat de Rotterdamsche predikant zoo glad verkeerd schijnt te achten, van de gelden, die de schatkist beschikbaar stelt voor het Christelijk onderwijs.
Maar in de tweede plaats vragen wij: mag men zelfs wel spreken van „subsidie-politiek" van welk Kabinet dan ook, dat een open oog en een ontsloten hart heeft voor het recht van ons christenvolk in zake het onderwijs? Heeft Ds. Wagenaar geen kennis genomen van het groote onrecht, dat tientallen van jaren een groot deel van ons volk is aangedaan, door het eerst te laten betalen voor de openbare school, om daarna hen die geen vrede hadden met de openbare school, de financieele zorgen voor eigen school te laten dragen? Zijn die jaren van vevdrukking van de zijde dor vrijzinnigheid ons volk aangedaan, hem onbekend? Zoo neen! Mag Ds. Wagenaar dan spreken van „subsidie-politiek"? Immers van „subsidie-politiek" kan toch alleen sprake zijn, als er bevoorrechting plaats heeft. Maar aangezien wij nog lang niet zoover zijn, dat zelfs van rechtsgelijkheid met de openbare school kan gesproken worden, is daar de uitdrukking „subsidie-politiek" niet uit den booze?
Wij wijden thans over deze zaak niet verder uit, omdat wij meenen bereikt te hebben, wat wij ons voorstelden té bereiken, nl. om aan te toonen, hoe onjuist Ds. Wagenaar in zijne voorstellingen was ten aanzien van het staatkundig streven der anti-revolutionaire partij.
Op de klacht, die Ds. Wagenaar over de Christelijk-Historische partij doet hooren, M aar deze partij voor den eisch van herstel der openbare instellingen in historischen breed-Christelijken geest haast geen oor meer heeft, gaan we op dit oogenblik niet in. We zouden hier kunnen spreken van nog een onjuiste voorstelling van zaken, maar de rechtzetting van die onjuistheid laten we voor het oogenblik aan de Christelijk-Historischen over.
Urgente regelingen.
Op drie punten heeft de troonrede ons onbevredigd gelaten. Wij hoorden niets van de aankondiging van een in te dienen Zondagswet, eene toezegging van te treffen regelen in zake schoolbouw bleef uit en ook werd niets vernomen van plannen der regeering ten aanzien der vaccine.
De reden, waarom de regeering over deze drie hoogst belangrijke aangelegenheden zwijgt, is ons niet bekend.
Voor de volksvertegenwoordiging om bij de aanstaande begrootingsdebatten daarnaar te informeeren.
Er wórdt toch reeds lang genoeg op gewacht, dat een voorziening in die nooden zal worden getioffen.
Week aan week ergert ons volk zich aan de ontheiliging van den Zondag, pleiziertreinen, sportfeesten, optochten met muziek enz. zijn op dien dag aan de orde van den dag.
De Christelijke school wacht nu reeds ruim een jaar op een wetsontwerp, waarbij voor den schoolbouw subsidie zal worden verleend, en het is allerwege bekend, dat in den bouw groote stagnatie gekomen is.
En ook ziet men na de toezegging door Minister Heemskerk ten vorigen jare gedaan met groot verlangen uit naar ten minste gedeeltelijke oplossing van het vaccine-vraagstuk.
De regeering moet zich nu maar eens duidelijk uitspreken wat wij ten opzichte van die punten van haar te verwachten hebben.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 september 1910
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 september 1910
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's