De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Over de Zending.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Over de Zending.

5 minuten leestijd

VIII.

Wanneer wij een onderzoek instellen hoe groot de belangstelling in ons Vaderland was in zake het werk der Zending in de dagen der O. I. Compagnie, dan valt ons bitter tegen wat wij moeten hooren uit dien tijd.

De Compagnie betaalde alles en men achtte haar rijk genoeg. Nooit werd er een gave voor de Zending gevraagd, er was zelfs geen gelegenheid om er iets voor te geven. Daarom geschiedde er ook bijna niets om de belangstelling op te wekken. Men wist ook niets van het werk der Zending. De Compagnie bedekte alles met den sluier der geheimhouding.

De classes Amsterdam en Walcheren maken een gunstige uitzondering. Daar heeft men een groote menigte blijken van warme toewijding gegeven.

Maar dat neemt niet weg, dat er een menigte classes waren, die de zaak der Zending nooit ter sprake brachten en wier Acta van 200 jaar geen woord over de Overzeesche Bezittingen vermelden; terwijl ook in dagen van overvloed van candidaten tot den Heiligen Dienst velen liever jarenlang op een beroep wachtten, dan dat ze begeerte openbaarden naar Indie te willen gaan, om daar het Evangelie te verkondigen. En als we onderzoeken wat oude schrijvers over de zaak der Zending verhandelen in hun stichtelijke overdenkingen, preeken, uitleggingen van den H. Catechismus enz., dan valt ook dat hard tegen!

Justus Heurnius, Joh. Hoornbeek, David Stuart, Godefridus Udemans, Willem Teellinck alsook Jod. van Lodensteyn schrijven herhaalde malen over het werk der Zending.

En hun woord en werk is zeker te beschouwen als de voorbereiding voor het ontstaan der verschillende Zendingsvereenigingen, die het werk zouden overnemen, wanneer het werk aan de O. I. Compagnie zou ontvallen.. ...

Met het begin der 19dè eeuw opent zich een geheel nieuw tijdperk in de geschiedenis der uitbreiding van het rijk van Christus.

Reeds gedurende de 18de eeuw was zoo een en ander geschied, dat op het uitbotten van den vijgeboom gelijkt.

In Amerika was John Elliot de baanbreker der nieuwere Zending.

In Duitschland had Franckè van Halle het beginsel van vrijwillige overgave aan des Heeren dienst zóo. krachtig gepredikt, dat de koning van Denemarken in zijne kweekelingen, Ziegenbalg en Plütschau, de geschiktste mannen vond om ze in 1705 naar Oost-Indie te zenden.

Te Hernnhut had Zinzendorf een Kerk gesticht, wier leden zich geheel wilden geven voor het werk der Zending en geloovig op reis gingen om een Zending in de West te beginnen met drie thalers bij zich!

Het pietisme en het methodisme, twee machtige protesten tegen de doode orthodoxie van Duitschland en Engeland, deden elk het zijne om den Heere een volk te formeeren, ijverig in het werk der Zending.

Reeds omstreeks het jaar 1740 schijnt te Amsterdam door leden en vrienden der Broedergemeente een Zendingsgenootschap te zijn gesticht onder den naam: „Genootschap tot uitbreiding van het Evangelie onder de "heidenen." In de jaren 1746—1750 vergaderde dit Genootschap geregeld, maar dan hooren we er niets meer van.

Zoowel over het werk van Elliot als over dat van Ziegenbalg verschenen vrij uitgebreide werken, die de aandacht op dien arbeid vestigden.

In 1790 schreef een Haagsche ouderling: „Ik sta verbaasd over het geduld en de zelfverloochening van lieden, die den apostolischen ijver betoonen om in Groenland, op de kust van Labrador, in Guinea, achter den berg Caucasus, en ik weet niet waar al, te gaan wonen om de wilden te verbeteren. Ik sta verbaasd over den gelukkigen uitslag van deze hunne pogingen. Zij, lieden zonder vermogen, zonder protectie, doen veel meer goeds in dit opzicht, dan onze geheele Oost-Indische Compagnie in bijna 200 jaar heeft gedaan."

In Indie was er nog weinig opening voor het werk der Zending, daar de Compagnie oppermachtig was en allen, die niet rechtstreeks van haar afhankelijk waren, den toegang en veel meer het langdurig verblijf in haar gebied ontzegde.

Toch kwam er langzamerhand opening. De Broedergemeente was de eerste die tot daden overging.

De grijze Spangenberg, die den 12den Sept. 1792 ontsliep, wekte nog in de laatste maanden zijns levens de Broeders te Zeist op, het oude Amsterdamsche Genootschap te doen herleven en den 28sten Mei 1793 werd deze zijne begeerte vervuld.

Wel niet letterlijk, want het Genootschap koos een anderen naam ; kreeg, naar het schijnt, een eenigszins ander karakter; werd gevestigd op een andere plaats, maar het was toch bezield met hetzelfde doel en ging uit van dezelfde menschen.

Het kreeg den naam „Broedersocieteit in Holland, ter uitbreiding van het Evangelie onder de Heidenen", en werd gevestigd te Zeist.

Thans spreekt men van het „Zeister Zendings-Genootschap."

Dit Genootschap heeft altijd, in zeer vriendschappelijke verhouding gestaan tot het 4 jaar later opgerichte Nederl. Zendel. Genootschap en tot de andere Zendingsvereenigingen, die in de laatste helft der 19de eeuw zijn ontstaan.

Toen in 1795 gansch nieuwe omstandigheden kwamen en de Compagnie te zieltogen lag, kwam er meer vrijheid van beweging en vond men gelegenheid om de verschillende plannen, die in de laatste helft der 18de eeuw gevormd waren, tot uitvoering te brengen.

Immers in 1797 zond het Londensche Genootschap een oproeping naar Nederland en Dr. Joh. Theod. van der Kemp maakte zich tot pleitbezorger dezer zaak, met dit gevolg, dat in December van hetzelfde jaar het Nederlandsehe Zendelinggenootschap werd gesticht.

(Wordt vervolgd )

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 oktober 1910

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Over de Zending.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 oktober 1910

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's