Staat en Maatschappij
Nog geen gelijkheid.
Nog maar altijd doen de voorstanders van de openbare school het voorkomen, als of er reeds algeheele gelijkstelling bestaat tusschen het openbaar en het bijzonder onderwijs. Het mag dan zijn, dat de neutrale school nog financieelen steun van de gemeente ontvangt, maar wat de subsidie van het Rijk betreft, heeft de bijzondere school niet te klagen. Voor het Rijk zijn beide takken van het onderwijs gelijk.
Dat dit betoog intusschen niet opgaat en die gelijkstelling nog verre te zoeken is, wordt zoo dikmaals de onderwijsverslagen verschijnen, met cijfers aangetoond.
Zoo vonden we onlangs in het officieel onderwijsverslag over 1908, dat de Rijks kweekscholen 116 en de bijzondere kweekscholen 350 onderderwijzers en onderwijzeressen hadden geleverd. Die 118 geslaagden der Rijks kweekscholen kostten aan de schatkist f 483.402, terwijl voor de 350 geslaagden der bijzondere kweekscholen aan subsidie voor die instellingen f 299.666 werd uitgekeerd. Iedere leerling der Rijkskweekscholen kostte ons gemiddeld f 4167 en die aan de bijzondere inrichting f 856.
Ook uit deze cijfers blijkt het duidelijk, dat het bijzonder onderwijs voor wat betreft de Rijksuitkeering aan de kweekscholen nog heel wat ten achter staat bij het openbaar onderwijs.
„De tering naar de nering."
De hoofdschotel bij het algemeen debat over de Staatsbegrooting belooft dit jaar te - worden: de financieele politiek van het kabinet.
Het kan niet ontkend worden dat het met de finantiën er niet rooskleurig uitziet. De ingediende begrooting voor het jaar 1911 sluit met een tekort op den gewonen dienst van ruim 12 1/2 millioen. Voegt men hier nu bij, dat voor allerlei andere uitgaven nog een kleine 2 millioen zullen benoodigd zijn, dan klimt dit tekort tot haast 15 millioen.
Hoe nu dit tekort zal moeten gedekt worden, is een open vraag. Mocht het al zijn, gelijk de regeering verwacht, dat de inkomsten belangrijk zullen stijgen, het is zoo goed als zeker, ook al zouden de ontvangsten meevallen, dat een groot aantal millioenen ongedekt zullen blijven.
De eenige weg om uit deze moeilijkheid te geraken, lijkt ons, dat het Rijk meer dan vroeger de „tering naar de nering" gaat zetten, d. w. z. dat er naar vermindering van de ingediende begrootingen wordt gestreefd.
Vooral op het gebied van het Hoogere Onderwijs kan, dunkt ons, veel bezuinigd worden. In een land als het onze is, is het bezit van vier universiteiten weelde, die wij ons niet kunnen veroorloven.
Zoo ook kosten de Rijks opvoedingsgestichten handen vol geld. Wil men op dit punt een gepaste zuinigheid betrachten, dan zal er meer aan het particulier initiatief moeten overgelaten worden.
En op die manier zouden we kunnen voortgaan.
Een voorzichtig financieel beleid is van groot belang.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 november 1910
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 november 1910
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's