De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Stemmen en klanken uit den Bond

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Stemmen en klanken uit den Bond

7 minuten leestijd

Gereformeerd-Hervormd.

I.

Gereformeerd-Hervormd! 't Is eigenlijk tweemaal hetzelfde. En toch is de saamvoeging geoorloofd, ja noodzakelijk.

Spreek van Gereformeerden en de publieke opinie deelt u in bij de Gereformeerde Kerken der separatie of der doleantie.

Spreek van Hervormden, dan zegt ge nog zoo weinig'; die lijn loopt van Mr. Troelstra over Dr. Bronsveld tot Prof. H. Visseher. De Hervormden zijn economisch, politiek en dogmatisch hopeloos verdeeld.

De Gereformeerden in de Hervormde Kerk vormen een afzonderlijke groep, staande op de Gereformeerde belijdenis, met een besliste liefde tot de Hervormde Kerk.

En omdat de belijdenis boven de organisatie staat, gevoelen we iets voor den arbeid der Gereformeerde Kerken. Wij gevoelen geen kerkelijke antipathie, wij kennen geen kerkelijk fanatisme. Wie uit de historie de feiten kent, wie de factoren weet, kan zich zeer goed verklaren, waarom de separatie en de doleantie zeer gewaardeerde elementen uit de Hervormde Kerk tot zich trokken.

Tot zich trokken! Volstrekt niet trekken. , De trek is over! Wie meegegaan is, blijft. Wie draalde over te gaan, is dankbaar Hervormd te zijn gebleven.

We hoorden een geloovig man uit de Gereformeerde Kerk, die sinds 1887 zijn rust, zijn geld, zijn tijd voor de doleantie opofferde, zeggen: „Als het jaar '87 nog moest aanbreken, zou ik beslist Hervormd blijven. In de Gereformeerde Kerk is een richting aan 't woord, die ik verderfelijk acht. Maar om mijn kinderen, die mij gevolgd zijn blijf ik formeel bij de Gereformeerde Kerk."

Prof. H. Visseher sprak eens: „ Als ik in 1887 predikant geweest ware, ik zou in de voorste rij der Doleerenden gestaan hebben."

Prof, V. bleef Hervormd en met hem tientallen verdienstelijke predikanten en duizenden gemeenteleden van Gereformeerden huize.

Juist omdat de Kerkelijke-Gereformeerden en de Hervormd-Gereformeerden, afgezien van de kerkelijke organisatie, zooveel punten van verwantschap bezitten, komen ze vaak met elkander in aanraking. Dat die ontmoeting niet altijd aangenaam is, weet ieder onzer. De Gereformeerde broederen ontdekken in ons. Hervormden, vaak paganistische factoren, en behandelen ons soms of we paganisten zijn.

Dat doet ons pijn, en daarom is het ook te doen. Zeker, in theorie is de Gereformeerde Kerk schoon, wat grondslag, organisatie, actie, enz. betreft. Die schoonheid werkt betooverend. Aan de confessie en de organisatie hebben velen genoeg. De Gereformeerde Kerk is in hun oog de eenige, de ware Kerk. Wat daar buiten leeft, leeft in kerkelijke zonde.

„De absolute waarheid is te groot om in een belijdenis te worden neergelegd, om door een organisatie begrensd te worden, " zei Dr. M. den Hertog uit den Haag.

Nu is het onze innige overtuiging, dat de Gereformeerde belijdenis en de Gereformeerde organisatie het dichtst bij de Heilige Schrift staan. Maar wij bewonderen het ruime Evangelie, en niet minder den Gereformeerden Catechismus in vraag 21 en 22.

a. Wat is een oprecht geloof? b. Wat is een Christen noodig te gelooven? Het Evangelie en onze belijdenis zijn ruimer dan vele Gereformeerde Christenen; dat is een troost voor ons Hervormden.

Wij stuiten zoo vaak op eng-kerkisme. En dat niet van eenvoudige, domme zielen, die niet toerekenbaar zijn in hun vonnissen, maar zelfs van mannen van studie. Als een eerwaardig lid der Gereformeerde Kerk, die meent, dat alleen leden zijner Kerk den hemel beërven zullen, u toevoegt: Alle Hervormden zijn Kaïns en Judassen, " dan gevoelt ge meelij met zoo'n man, en haalt den schouder op voor een kerk, die zulke resultaten bereikt, en zoo'n doem leert strijken.

Maar erger is het, als leeraars hun gemeente voorgaan in het verketteren van Gereformeerde menschen, die buiten de Gereformeerde organisatie staan. Toegegeven, dat mannen als Bavinck, Sikkel, Sillevis Smit, Veder en vele anderen tot zoo iets niet in staat zijn. Maar helaas, vele predikanten der Gereformeerde Kerk staan beneden peil, en bij laag peil komt het slip voor den dag, vaak modderig slijk.

Een voorbeeld. In een onzer dorpen was een schoone Gereformeerde Kerk verrezen. Wij, die buiten stonden, wisten niet, wat we meer bewonderen moesten: het schoone gebouw verrezen, de groote offers blijmoedig gebracht, de sprekende liefde voor een beginsel, den verdienstelijken pastor loci, wiens arbeid bekroond werd en door dit schoone gebouw zich een historisch monument zag gesticht !

Met eenige godsdienstige wijding zou het kerkgebouw in gebruik worden genomen. Eenige Hervormde broeders waren ook uitgenoodigd tegenwoordig te willen zijn.

We willen van de rede van den predikant niets zeggen: 't was een propaganda-rede, en die is wel eens meer eenzijdig en niet vrij van overdrijving.

Wie zou niet juichen bij den toon: Wanneer de Heer uit 'svijands macht 't Gevangen Sion wederbracht. En dat verlost' uit nood en pijn. Scheen 't ons een blijde droom te zijn. Wij lachten, juichten...

Alleen: Breken met de Hervormde Kerk is geen breken met de zoude! 't Lidmaatschap der Gereformeerde Kerk is geen teeken en zegel van ontvangen genade.

Na 't eindigen van den dienst werd door Gereformeerden aan Hervormden toegevoegd : „ Wat zongen jelui dat vers met volle borst mee!"

Foei! alsof dat vers alleen voor de kerkelijke vrienden van Dr. Kuyper bestemd is.

En dan de Christelijk-Gereformeerden, die zeggen, dat zij de eenig historisch rechthebbenden zijn!

Onder degenen, die hun gelukwensch kwamen betuigen, behoorde ook ds. D. uit N. Hij deed het op zijn manier; nu, iedere vogel zingt, .zooals hij gebekt is. Maar ten slotte gaf hij een krijschend geluid, als van een roofvogel, die zijn buit moet loslaten, en dezen nu nog met bek en klauwen even moedwillig pijnigt.

Ds. D. besloot zijn rede aldus: „De Heere heeft bij u wat groots gedaan, ja, de Heidenen zeggen: „ De Heere heeft hun wat groots gedaan."

„En voor die anderen heb ik ook een woord." Die anderen waren de Heidenen, de Hervormden. Dezen als gasten spitsten hun ooren. Wij dachten nafuurlijk, dat een gastheer zijn gasten be­ schermt voor beleedigingen.

„En voor die anderen heb ik ook een woord. Maar ter wille van den tijd moet ik kort zijn." Dat was jammer. Wij hadden uit dat beperkte brein en die fanatieke ziel wel eens één verstandig woord der waarheid willen hooren. „Het woord, dat ik u te zeggen heb, staat in Jesaja zes."

Ds. D. trad van het podium. Een ambtsbroeder volgde hem op. Intusschen sloegen een paar Hervormde broe­ders Jes. 6 op.

Daar lazen zij: „Maak het hart dezes volks dik; maak hun ooren zwaar; sluit hun oogen, opdat het niet zie met zijn oogen, noch met zijn ooren hoore, noch met zijn hart versta, noch zich bekeere, en Hij het geneze." „Want de Heere zal die menschen verre weg­ doen!...."

De plaatselijke predikant had zeer waardeerend gesproken van ... verdienstelijke elementen in de Hervormde Kerk, waarop hij jaloersch was. Ds. D. werpt de Gereformeerde menschen, die buiten zijn kerkelijke organisatie staan, onder den vloek van Jesaja zes.

Zijneerwaarde grijnslachte. Hij had een heldendaad verricht. Hij had diep beleedigd. En die beleedigden moesten zwijgen. Maar die beleediging werd gevoeld!

Eenige maanden later werd een lezing aangekondigd in dezelfde kerk, ook door ds. D. in het belang van Veldwijk. Ds. D. annonceerde in de plaatselijke pers, dat hij .., ook Hervormden onder zijn gehoor wachtte.

De menschen waren wijzer. Er waren ruim 30 groote menschen plus kleine kinderen onder zijn gehoor. Door zulke fanatieke pleitbezorgers wordt noch de Gereformeerde Kerk opgebouwd, noch 't belang van Veldwijk behartigd!

We zonden indertijd een kort woord van protest naar ons plaatselijk a. r. blad, .... 't werd geweigerd. Naar „De Standaard, " naar „De Rotterdammer, " naar „De Nederlander." Helaas, geen plaats, nergens.

Wij, Gereforméerd-Hervormden, genieten el­ders zoo weinig gastvrijheid.

't Is daarom een zegen, dat wij een eigen or­gaan hebben. De Waarheidsvriend!

Groeiend in lezers, wassend in omvang. En wij staan nog aan 't begin.

Daar moet meer actie onder onze duizenden Gereformeerden in de Hervormde Kerk komen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 november 1910

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Stemmen en klanken uit den Bond

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 november 1910

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's