De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Onze Belijdenis

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Onze Belijdenis

4 minuten leestijd

V.

Het tweede van onze belijdenisschriften, waarop we in 't kort de aandacht onzer lezers willen vestigen, is het geschrift, dat bekend is onder den naam van „de Dordtsche leerregels."

Wat het ontstaan betreft, is dat het jongste van onze belijdenisschriften, aangezien het eerst op de Synode van Dordrecht in 1619 is vastgesteld.

Om tot recht verstand van het ontstaan dezer Leerregels te komen, is noodig dat wij ons indenken in den toestand, waarin de Gereformeerde Kerk van ons vaderland in die dagen verkeerde, en dat wij de geschiedenis dier Kerk even nagaan vanaf het oogenblik dat zij hier in deze landen gevestigd was.

Het geboortejaar van de Gereformeerde Kerk in ons vaderland is het jaar 1568, een jaar, dat door het ontslaan van den 80-jarigen oorlog, ook in ander opzicht voor ons vaderland van zoo groote beteekenis was. Voor dien tijd bestonden er wel gemeenten, die zich van de Kerk van Rome hadden losgemaakt en die meestal „gemeenten onder het kruis" werden genoemd, maar in 1568, toen in de stad Wezel de eerste kerkelijke vergadering, onder voorzitterschap van Petrus Datheen gehouden werd, is de Hervormde Kerk in ons vaderland voor het eerst als georganiseerd geheel opgetreden.

Nadat in 1571 te Emden de tweede Synode en in 1578 te Dordrecht een nationale Synode gehouden was, werd de Hervorming vooral in het Noorden van ons land met kracht voortgezet.

Weldra echter ontstonden in den boezem der Kerk zelf allerlei twistvragen. Een van die vragen was deze: in hoever de Staat invloed mocht hebben in kerkelijke aangelegenheden. Hiermee ging al spoedig gepaard een strijd over de belijdenis, een strijd tusschen de z.g.n. Calvinisten en Libertijnen, De Calvinisten hielden n.l. vast aan de leer van Calvijn, aan de leer die zij nader geformuleerd vonden in de 37 Geloofsartikelen en in den Catechismus. De Libertijnen daarentegen bestreden den Catechismus, het kerkbegrip en de praedestinatieleer van Calvijn en, zooals zij het noemden, de heerschzucht en onverdraagzaamheid der rechtzinnige predikanten.

Vooral in Utrecht ontstond een heftige strijd tusschen twee predikanten, Duifhuis en Datheen. Ook in andere plaatsen begonnen niet slechts onder de predikanten, maar ook onder het volk meer èn meer twee richtingen zich te openbaren, dié straks naar twee Leidsche hoogleeraren Arminianen en Gomaristen werden genoemd.

De Gomaristen waren degenen die vasthielden .aan de belijdenis. De Arminianen daarentegen waren degenen, die zich door geen belijdenis gebonden achtten en dus vrij wilden zijn. In 1610 kwam dan ook een 40-tal Arminiaansche predikanten, waarschijnlijk te Gouda, bijeen, om de wenschelijkheid te bespreken de formulieren te herzien. Deze stelden toen een Remonstrantie op, waarin zij de geloofsstellingen hunner tegenstanders als strijdig met Gods Woord trachtten te weerleggen. Aan deze Remonstrantie hebben zij ook hun naam Remonstranten ontleend. Met de bedoeling om de huns inziens valsche geruchten, die omtrent hun leer in omloop waren, te ontzenuwen, voegden zij daarbij een eigen geloofsbelijdenis, die uit 5 artikelen bestond. Toen deze artikelen onder de oogen der tegenpartij kwamen, zette deze zich aan den arbeid, om een z.g.n. contra-remonstratie op te stellen, waaruit de naam Contra-Remonstranten is ontstaan.

Van toen af is in de eerstvolgende jaren de strijd met bijzondere felheid gestreden. Inzonderheid in de dagen van het twaalfjarig bestand, toen de wapenen tegen den vijand een wijle konden neergelegd worden, is ons vaderland het tooneel geweest, waarop een bange worsteling over de Waarheid is afgespeeld. Aan de zijde der Contra-Remonstranten of Calvinisten stonden Gomarus, Plancius, Trigland, en bij hen sloot ook de toen regeerende Stadhouder Maurits zich aan; aan de zijde der Remonstranten stonden mannen als Arminius, Uitenbogaerdt, Hugo de Groot en de raadpensionaris Oldenbarneveldt. Heftig viel men van weerszijden elkander in woord en geschrift aan, totdat eindelijk op de Synode van Dordrecht de strijd ten nadeele van de Remonstranten is beslecht.

(Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 november 1910

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Onze Belijdenis

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 november 1910

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's