Uit het kerkelijk leven.
De Modernen.
De voortgang van de actie der Modernen CS. wordt aanschouwd. Hun daden worden gezien. Pas nog weer in de Synode van 1910, waar alles in de handen der vrijzinnige leden werd gelegd. Pas ook nog in Dordrecht, waar weer een modern predikant intree heeft gedaan.
De Modernen beroepen zich bij hun actie op hun goed recht. Zij zeggen, dat hun een plaats in de Herv. Kerk toekomt.
Dat ontkennen wij. En dat moet ieder doen, die nog eenigszins aan de fundamenteele waarheden der Schrift vasthoudt.
Die zeggen beslist: de Modernen zijn publiekelijk in strijd met het beginsel der Herv. Belijdenis en spreken niet overeenkomstig het karakter van onze Kerk.
Pas heeft de kerkeraad der Ned. Herv. Gemeente te Utrecht en te Haarlem in dien geest geantwoord, toen de Vrijzinnig-Hervormden het verzoek deden, dat de kerkeraad een predikant zou beroepen van vrijzinnig beginsel.
Haarlems kerkeraad antwoordde toen o. a. „alleen die predikanten te mogen beroepen, die het Evangelie van Jezua Christus verkondigen, overeenkomstig de beginselen en het karakter van de Ned. Herv. Kerk hier te lande, "
Dat de Vrijzinnigen dit oordeel der Rechtzinnigen niet accepteeren, is te begrijpen.
Zij antwoorden: wij houden vol, dat de vrijzinnige predikanten het evangelie van Jezus Christus verkondigen, naar art. 11 van het Alg. Regl. en naar art. 27 van het Regl. op het examen. Wie meent dat de Vrijzinnige predikanten dit niet doen, omdat zij vrijzinnig zijn, beschuldigt hen van woordbreuk en schennis eener heilige belofte."
Daarin hebben de Vrijzinnigen gelijk. En dat moet toch het oordeel zijn van alle Rechtzinnigen. Immers de modernen weten toch wel, dat het beginsel en het karakter van de Ned. Herv. Kerk nooit geweest is om b. v. te ontkennen de Godheid van Christus en de verzoenende kracht van het bloed, dat op Golgotha is uitgestort?
Dat weten ze. Dat moeten ze weten. . En nu moeten ze óok weten, dat, al is er in de bizondere reglementen door de Modernen geknoeid, om met geweld de woorden „geest en hoofdzaak" in te voegen, dat daardoor aan hen het recht nog niet geworden is, om de leer der Kerk te verminken tegen den geest en tegen de hoofdzaak in.
Daarvoor is die verandering in de bizondere reglementen indertijd wél ondernomen.
Maar als de Rechtzinnigen nu een woord van protest laten hooren, dan mogen de Modernen niet antwoorden met te zeggen: maar dat is juist altijd onze bedoeling geweest om de gekste dingen te kunnen verklaren als .„de leer der kerk."
Want ja — dat dit de bedoeling geweest is van de Vrijzinnigen gelooven we best.
Maar daarom is de geest en het karakter en het beginsel van de Ned. Herv. Kerk nog niet veranderd in het zotste, wat maar is uit te denken. Even goede vrienden, maar de Modernen handelen in strijd met de kerkelijke reglementen, wanneer zij voor „geest en hoofdzaak, " voor „beginsel en karakter" verkoopen wat nooit in de Herv. Kerk hier te lande als „geest en hoofdzaak, " als „beginsel en karakter" is aangezien geworden. Onze Herv. Kerk heeft óok nog een geschiedenis.
En als nu de Modernen te Haarlem dreigend den vinger opsteken en zeggen: „als gij ons niet vrijwillig een vrijzinnig predikant geeft, dan zullen we er een bevechten, zooals in Dordrecht" — dan dunkt ons is nu de tijd gekomen, dat de Kerk zich uitspreekt en verklaart, dat allen die het beginsel en het karakter van de Herv. Kerk hier te lande willen hooghouden onmogelijk kunnen dulden, dat het beginsel en het karakter der Kerk geweld wordt aangedaan.
Als Godloochenaar, Socialist, Anarchist, Boeddhist naast elkaar staan, schouder aan schouder, dan is het geen tijd om stil te zwijgen.
Haarlems kerkeraad verklaarde, dat zijn conscientie hem verbood een vrijzinnig predikant te beroepen.
Onze mond moet dan ook spreken, als Vrijzinnigen, met gebruik van alle middelen, hun positie in onze Herv. kerk trachten te handhaven en te versterken en voortgaan met hun beweren, dat, wat voor allen die nog eenigszins vasthouden aan de hoofd waarheden der Herv. leer in strijd is met de leer der Kerk, toch met die leer overeenstemt.
Dan mogen we niet meer zwijgen! Want der Modernen beweren is niet recht. En hun beginsel is verderfelijk.
De Modernen en de Belijdenis.
Boos worden „de Vrijzinnige Hervormden" wanneer orthodoxe leden van onze Kerk durven beweren, dat de Herv. Kerk hier te lande nog een Belijdenis heeft, neergelegd in de Drie Formulieren van Eenigheid. ('Ned. Gel. belijdenis, Heid. Catechismus en Dordtsche Leerregels). Pas nog weer een staaltje in hun „Weekblad." „Onze Kerk heeft zich ontwikkeld en op volkomen wettige wijze zijn allerlei bepalingen tot stand gekomen, waardoor de bindende kracht der z.g. belijdenis is te niet gedaan. Want wel 'zegt men van zekere zijde „dat de belijdenis nooit officieel is afgeschaft" — maar waarvoor zou een officieele afschaffing noodig zijn, als bepalingen worden aangenomen, waarin die afschaffing ligt opgesloten ? Toen de proponentsformule werd ingesteld en besloten werd, dat bij de toelating tot de Evangeliebediening van de canndidaten niet meer zou "worden geëischt dan instemming daarmee," was meteen besloten, dat geen instemming met de vroegere belijdenis meer noodig voor hen was. En toen besloten werd, dat predikanten o. a. bij het gebruik der liturgische geschriften naar eigen oordeel te rade zouden gaan met de godsdienstige behoeften hunner gemeenten, was meteen de bindende kracht dier geschriften opgeheven. Enz. enz. De orthodoxen mogen dat onaangenaam vinden, het is nu eenmaal zoo. En het is zoo klaar als de dag dat die oude toestand langs wettigen weg is gewijzigd".... Zoo spreekt het Orgaan van „de Vrijzinnig Hervormden." - Juist zooals wij altijd beweerd hebben. Met de bewuste bedoeling om de leer van onze Herv. Kerk vrijelijk te kunnen gaan afschaffen en verwerpen, hebben zij indertijd de woorden „geest en hoofdzaak van de leer" in de bizondere reglementen ingevoegd. 't Is mooi. 't Is eerlijk! Men vraagt vrijheid, om een plechtige belofte te mogen doen „geest en hoofdzaak van de Geref. leer, in de 3 Formulieren van Eenigheid vervat" te zullen voorstaan en belijden. En als men dan die belofte heeft afgelegd, dan zegt men: zie zoo, nu is alle bindende kracht van de leer der Herv. Kerk voor mij weg; nu behoef ik in leer èn leven geen instemming meer te bewijzen met de belijdenis ; nu ga ik haar afschaffen! 't Is fraai! Dus niemand, die de belijdenis der Kerk vasthoudt, heeft recht om met die belijdenis naar voren te komen. En die met de belijdenis naar voren komt heeft zich het recht om tot de Vrijzinnigen te zeggen: gij zijt aan die belijdenis, vastgelegd in art. 11 alg. regl., gebonden, daar gij zelf beloofd hebt de hoofdzaak van die belijdenis te zullen vasthouden, naar den geest van die belijdenis te zullen spreken, overeenkomstig het beginsel van onze Geref. Kerk u te zullen gedragen en het karakter van onze Geref. Kerk te zullen hoog houden? Laat men daar eens over denken. Onder Orthodoxen en Modernen. En laat men samen hierin overeenstemmen, eerlijk en oprecht, dat er zoo spoedig mogelijk aan deze toestanden een einde moet komen. De bewuste bedoeling van de Vrijzinnigen is niet goed geweest. En de woorden „geest en hoofdzaak" moeten weg. Want de geest en de hoofdzaak van de leer lijdt er onder. Het beginsel en het karakter van onze Kerk komt er door in 't gedrang
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 december 1910
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 december 1910
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's