Financiën
Het Kerstfeest is weder voorbij en wij hebben ons mogen verheugen in de herinnering aan de vervulling van Gods belofte aan de profeten gedaan. Wij zijn geweest met de herders in Efralth's velden en hebben met hen der Engelen zang beluisterd, wij vergezelden hen op den weg naar Bethlehem en hebben met bewondering en in aanbidding gestaard op dat Kindeke in de kribbe, dat aan een ellendig en in zich zelf verloren volk verlossing en zaligheid brengt. Welk een voorrecht te mogen opgaan onder de zuivere prediking des Woords en welk een goedheid Gods, die in Zijn lankmoedigheid aan onze diepgezonken Kerk nog leeraars heeft geschonken die het Kerst-Evangelie op de rechte wijze brengen. Ja, gelukkig, zij zijn er nog die het licht op den kandelaar mogen plaatsen! Moge hun aantal maar meer en meer toenemen! Heere, bouw de muren van Jeruzalem, hoorden wij onzen leeraar zeggen en wij stemmen van harte in met deze bede, temeer als wij bedenken hoevele gemeenten behoefte hebben en vragen naar predikers die naar het harte van Jeruzalem spreken.
Onwillekeurig denken wij daarbij aan onzen Bijzonderen Leerstoel, als een voor de hand liggend middel om onder Gods zegen uit dezen nood te geraken. Zeker, er moet nog zeer veel gebeuren eer we zoover zijn. Maar heeft de Heere ons in dit afgeloopen jaar niet getoond, dat Hij machtig is te helpen, waar wij ons vertrouwen op Hem mogen stellen? Toonde Hij niet reeds in de giften die tot ons kwamen, en in die eene van f 1000, dat de duizenden ons kunnen toevloeien op Zijn woord, van zijden, vanwaar wij het het minste verwachten? Laten wij ons slechts in den weg stellen, ons opmaken, en de voltooiing van het werk aan den Heere overlaten.
Het is eerst Dinsdag, dus kan ik nog moeilijk mededeelen wie eene Kerstgave heeft afgezonderd voor het Leerstoelfonds. Het is niet zooals verleden week dat ik mij ook verheugen zal over hetgeen er niet wordt ontvangen. Neen ik heb nu het oog op hetgeen er wel binnenkomt.
Een kerstgave heb ik deze week reeds ontvangen. Ik vond op 2den Kerstdag een postwissel met een begeleidende briefkaart, afgezonden door den heer H. J. v. Nie te Zeist van den volgenden inhoud: Door deze heb ik de eer u te berichten dat gisteren in de collecte in de Evangelisatie alhier een enveloppe was, inhoud: f 10.— met het volgende opschrift: Voor het Leerstoelfonds, adres Fliehe, Delft. Kerstgeschenk. Ter navolging.
Hartelijk dank. Het Ouderkerksche voorbeeld om giften van f 10.— en meer in het collectezakje te doen vinde nog veel meer navolgers.
Maar er is nog meer. Van onzen nieuwen verzamelaar D. G. Takken te Maarssen het volgende: Tot mijn groote blijdschap meld ik u dat ik u als eerste vrucht op mijn circulaires een postwisseltje van f 10.— kan zenden. Dat geeft mij al weer moed voor het begin. Het werd mij geschonken door den heer P. G. S. alhier en deze gaf zich meteen op als lid voor den Geref. Bond. Moge ik u nog maar dikwijls met zulke vrachtjes lastig vallen.
Verder van de rondgaande busjes van J. Hoogendoorn te Vinkeveen f3.— en C. Bardelmeijer te Zegveld van de maand December weder f4, 62. Dit is het werk, deze leveren het meeste op.
Ook uit Jutfaas vernam ik van een reis die een busje maakt en al eenige resultaten opleverde, maar de reis is nog niet ten einde.
Wij zullen zijn terugkomst dan maar afwachten.
Verder ontving ik van enkelen briefkaarten die binnenkort den inhoud van hun busje zullen zenden en reeds bij voorbaat verontschuldigingen maakten dat het niet zooveel zal bevatten als zij wel wenschten en als ik misschien verwachtte.
Dit is geheel onnoodjg. Ik weet heel goed dat de omgeving van den eene zeer veel verschilt van die van den andere en dat een ieder niet in de gelegenheid is, groote sommen te zenden. Ik zou het alleen bejammeren dat men omdat men niet veel of niet iets groots kan doen, dan alles zou nalaten. Laat elk doen wat hij kan, hetzij veel of weinig. Als dat dan een ieder doet dan wordt het toch veel.
En nu waarde lezer, het is mijn laatste verslag van 1910. Nog een enkel woord. Een goede vriend van mij vertelde mij: als men tot mij komt en vraagt om een gave, geef ik tegenwoordig altijd datgene wat mij het eerste voor den geest komt. Vroeger ging het mij zóo: bijv. men vroeg mij iets.
Dan dacht ik daar zal ik f 10.— aan geven.
Dat mag wel. Na een poosje zei ik tegen mij zelf: 't Is toch eigenlijk te veel, met f5.— kan het ook wel. Den volgenden dag was het: er wordt tegenwoordig zooveel gevraagd, ik kan het wel met f 2.50 af. Per slot vond ik f2.50 de moeite niet en — gaf niemendal. Lezer, ziet ge er soms uw beeld in? Maak dan uw verzuim nog goed voor het einde van het jaar. Begin dan met het eerste en laat het er bij.
Met hartelijken dank en heilbede,
Delft, Brab. Turfmarkt 20.
de Penningmeester,
J. C. FLIEHE.
Oude postz, Capsules, Zilverpapier.
Met hartelijken dank ontvangen door den heer F. Bakker te Neder-Hardingsveld een partij binnen-en buitenlandsche postzegels van Mej. Sijgje Hoeflaak aldaar.
Van den heer A. Kreunen te Muiden 8000 Holl. en 800 vreemde postzegels. Die verzamelt men ook niet in een paar dagen.
Van Ds. H. A. de Geus te Wilnis een collectie postzegels, theelood en zilverpapier door Mej. W. Jansen, onderwijzeres aan de Chr. School aldaar, verzameld door leerlingen van de Ie en 2e klasse, bij wie de geestdrift er nog al in zit door de medewerking der onderwijzers.
Komt Christ. Onderwijzers, helpt allen mede. Aanbevelend,
Mej. H. H. VERBEEK,
Kanaalweg 14, Scheveningen.
Correspondentie. K.. Brunsting te Hoogeveen. Hartelijk dank voor uwe bereidwilligheid.
Ds. J. H. te IJ. en N. N. te Delft. Zal volgende week verantwoorden, was te laat voor dit nummer.
DE PENNINGMEESTER.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 december 1910
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 december 1910
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's