De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de brievenbus.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de brievenbus.

4 minuten leestijd

SARDIS, Jan. 1011.

Waarde Vriend.

't Verheugt mij, dat gij mij weer eens ge schreven hebt en gij uw hart eens hebt uitgestort over veel waaronder wij moeten leven, maar waarbij wij geen rust en geen vrede moesten kennen. Waarbij ons harte moest schreien tot den Heere. Waarbij onze mond moest uitbazuinen, wat de Heere in Zijn Woord ons voorhoudt.

Ja, we leven in een treurigen tijd. Velen zien de gevaren niet, die dreigen op elk terrein des levens, bizonderlijk op kerkelijk gebied. Anderen roepen maar: vrede, vrede, en geen gevaar. Weer anderen hollen en draven door elkaar en willen de breuke van de dochter Slons op 't gemakkelijkst heelen. Wéér anderen schijnen iets van de ellende te gevoelen, maar hebben elkander niet noodig; ze weigeren met woord en daad elkander tot een hand en tot een voet te zijn.

O, o! wat is de kennis der waarheid, die naar de Schriften is, gebrekkig. Wat solt men met de waarheid. Men maakt er maar wat van. En als men eens ging vragen: „wat is voor u het koninkrijk Gods?"  — dan kreeg men zeker 100 antwoorden, waarbij er zouden zijn, die u doen schreien van pijn en verdriet!

Dat men toch eens eenvoudig wilde terugkeeren tot de Schrift! Want ach — die het hardst roepen, dat de mensch zoo slecht is en dat de mensch een leugenaar is, die beweren zoo véél, zoo héel veel, waarbij zij strak en stijf verklaren, dat het de waarheid is — zonder dat zij het uit de Schrift kunnen bewijzen. Ze komen niet met de Schriftuurlijke waarheid. En immers, wanneer wij leugenaars zijn, kan uit óns toch de waarheid niet komen? Want óns hart en óns hoofd bedriegt ons. En alle menschen zijn toch immers leugenaars — zooals onze belijdenis zegt?

Daarom ja, 't is zoo waar wat gij schrijft, wij zullen weer terug moeten naar het Woord.

Het Woord van God. Dat Woord alléén is de Waarheid. Terwijl Jezus gebeden beeft:

„Vader — ik bid niet, dat Gij Mijn volk uit de wereld zult wegnemen, maar Ik bid U, o Vader, bewaar Mijn Gemeente van den booze en bewaar ze bij' Uw Woord, want Uw Woord alleen is de Waarheid!"

O! dat men eens bij die bede van den verheerlijkten Hoogepriester leven mocht.

En dat men de moeite eens wilde doen om de Schrift te lezen, te bepeinzen en ijverig te betrachten.

Daar bevond de Psalmist zich zoo goed bij. Maar nu is het voor veel menschen de moeite niet meer waard om de Schrift te lezen en te bespreken. Er zijn zelfs leeraars die het niet meer de moeite waard achten om de Schrift te bestudeeren en uit de Schrift te preeken.

Zij weten het buiten de Schrift óok wel. En velen in de gemeente smullen daar van. Ja — gij drukt het in uw schrijven wel kras uit. Maar 't is toch de waarheid. Het grootste gevaar van onze dagen kon wel eens zijn: niet het Modernisme, maar dit: dat vele waarheidsvrienden zoo ver van de waarheid leven en niet naar de waarheid spreken.

En ach, wat moet er dan van ons terecht komen ?

Maar.... de Heere leeft en regeert nog. En Hij is de Almachtige en eeuwig-getrouwe Verbondsgod. Hij kan het maken. Hij zal het maken. Ook bij het  naderen van den dood ontbreekt Hem het vermogen niet.

Als er dan eens op Hem mocht worden aangeloopen in den gebede. Om Hem te vragen ons te willen schenken : waarheid en oprechtheid; eenvoudigheid en nederigheid; godsvrucht en eerlijkheid; geloof en liefde, ernst en ijver.

O, vriend, dan is er hope op een goede toekomst, want de Heere heeft beloofd: „keer weder tot Mij en Ik zal tot u wederkeeren!

Zou dat niet heerlijk zijn? Dan krijgen wij dat goud weer, dat doorlouterd is.

En nu is 't dikwijls maar goudpapier, wat geen cent waard is. Alleen om wat te beuzelen. En menschen te behagen.

Maar ik eindig. Schrijf mij nog eens. 'k Hoop dan in de gelegenheid te zijn u van antwoord te kunnen dienen. Gode bevolen voor hoofd en hart, voor huis en arbeid.

t.t. FORTUNATUS.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 januari 1911

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit de brievenbus.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 januari 1911

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's