Staat en Maatschappij.
„Groot is de Diana."
Het is in vele gemeenten van ons land de gewoonte, dat in de eerste zitting na Nieuwjaar van den gemeenteraad, de burgemeester een Nieuwjaarsrede houdt. Die gelegenheid geeft dan daarbij ongezocht eene aanleiding om een terugblik te slaan, op hetgeen in het afgeloopen jaar op gemeentelijk gebied werd doorgemaakt.
Ons trof dezer dagen onder die redevoeringen, die van den burgemeester der gemeente Rotterdam.
Hoog werd door dien burgervader opgegeven over den vooruitgang van de eerste koopstad des lands. Naast belangrijke toename van den handel stond groote omzet in de bedrijven. Ook was er in schier alle industrieën, naar de statistieken aanwezen, voorspoed waar te nemen. De bergingsruimte voor schepen werd vermeerderd. Uit de Waalhaven werd niet minder dan ruim 1.700.000 MS grond verwijderd. In het geheel bevatte deze haven thans een wateroppervlakte van 48 1/2 H.A., biedende ligplaats aan 13 zeeschepen.
Mocht dit alles tot groote zelfvoldoening strekken van hen, die tot dien bloeienden toestand van Rotterdam hadden medegewerkt, met niet minder ingenomenheid mocht geconstateerd worden, dat in het afgeloopen jaar de bevolking sterk toenam, ook al werd opnieuw daling in het geboortecijfer waargenomen. Maar wat beteekent die laatste omstandigheid vergeleken bij den voortgaanden voorspoed, die de Rottestad genoot.
Er is maar één doel, dat den Rotterdammer voor oogen moet staan, zoo eindigde de burgemeester zijne rede: den bloei en de grootheid van Rotterdam.
Verheugen wij ons met de Rotterdammers in den zegen, die de stad hunner inwoning in 1910 mocht genieten. Wat ons in de woorden van den burgemeester, met welken gloed die woorden ook werden uitgesproken, bijzonderlijk trof, was de koude trotsch, waarmede op al dat eigen werk werd neergezien. Aan de machtige hand Gods werd niet gedacht en dat aan 's Heeren zegen 't al gelegen is, daarover werd met geen syllabe gerept.
Onwillekeurig dachten wij bij het lezen van de redevoering van den burgemeester, welke redevoering met toejuichingen werd begroet, aan het geroep der mannen van Epheze: „Groot is de Diana der Ephezeren", want ontegenzeggelijk is voor het vrijzinnig Rotterdam die stad hun „Diana."
Immers men heeft de stad met eigen handen gebouwd, de energie van het denkend deel der natie bracht de koopstad tot ontwikkeling en de fortuin gepaard met wetenschap en intellect deden het gelukkig gesternte boven haar opgaan.
Rotterdam binnenkort de parel der koopsteden van de wereld. En dit resultaat zou door eigen, bewuste kracht verkregen worden.
„Groot is de Diana." Van welke diepe armoede aan zelfkennis en van nietigheid en onmacht van den mensch legt dit alles geen getuigenis af?
Het is alsof het schepsel zelve de Schepper is, en alsof niet alle zegen van God is afdalende. Maar over dien zegen Gods, daarover spreekt men niet meer.
Arm land, als de Overheid daarmede afgerekend heeft, als over de eere Gods geen bekommernis meer is.
Links tegen rechts.
Het blijft nog altijd een raadsel, hoe er menschen gevonden worden, die geen bezwaar maken om met het liberalisme mede te gaan, en die er dus niets verkeerds inzien, om hun stem bij verkiezingen uit te brengen op een vrijzinnige.
Natuurlijk stemt men niet elken vrijzinnige, maar alleen dezulken, die den godsdienst welgezind zijn. Godsdienstige liberalen zijn nog wel menschen, wien men de leiding van 's lands zaken kan toevertrouwen.
Zullen zij, die zoo redeneeren, nu nooit overtuigd worden, dat zij te dien opzichte in dwaling verkeeren ? en-dat als het om de beginselen gaat, het lood om oud ijzer is, of men een godsdienstige liberaal kiest, dan wel een die met allen godsdienst gebroken heeft.
Het debat bij gelegenheid van het toekennen van eene subsidie ten behoeve van een marine-predikant heeft dit weer voor de zooveelste maal bewezen.
Onze lezers kennen dé kwestie.
Tot voor korten tijd was de voorziening in de geestelijke behoeften van het marinepersoneel geheel in handen van het modernisme. Wat daarvan het gevolg was, weet men. De socialisten vonden ijverige propagandisten aan boord der schepen, waardoor zich op de vloot eene beslist vijandige geest tegenover het gezag openbaarde.
Dat het nog niet kwam tot uitbarstingen, als wij in Portugal en nog zeer onlangs in Brazilië zagen, was naast God voor een groot deel te danken aan het krachtig optreden van de Ministers van Marine.
Doch dat met het hooghouden van het gezag, zonder meer, men het op den duur niet zou bolwerken, zag men te goeder ure nog in; vandaar dat men den toegang tot de vloot ontsloot voor de rechtzinnige prediking.
Op de begrootiing werd tevens een bedrag uitgetrokken voor eene subsidie voor de Nationale Christen-Officieren-Vereeniging, ten einde deze vereeniging in de gelegenheid te stellen, waar de Kerk zich aan hare roeping ten deze onttrok, op de vloot werkzaam te zijn.
En zoo deed de eerste rechtzinnige predikant zijne intrede bij het scheepsvolk.
Gelijk het te verwachten was, werd van de zijde van sommige marine-autoriteiten deze predikant met vijandige blikken aangezien, en het duurde dan ook niet lang of deze autoriteiten hadden een conflict gezocht en ook gevonden, welk conflict in de Kamer tot uitvoerige discussies leidde. De post der subsidie diende — zoo meende men — geschrapt te worden, te meer waar Minister Wentholt geen plan had, om aan een ijlings opgerichte moderne vereeniging „Geestelijke bijstand" ook een subsidie te verleenen.
Met rechts tegen links bleef intusschen de subsidie gehandhaafd.
Uit deze stemming bleek het thans ook weer helder, hoe men van links, vanaf den godsdienstigen liberaal tot den sociaal-democraat toe, het met elkaar eens is, als het tegen de religie gaat. Dan staat men aan die zijde man aan man en schouder aan schouder.
Ook deze stemming heeft het weer duidelijk getoond, dat het beginsel van het liberalisme nog altijd dat der revolutie is.
De stemming was leerrijk. Moge ze in gedachten blijven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 januari 1911
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 januari 1911
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's