De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het kerkelijk leven.

7 minuten leestijd

Een slechte raadgeving.

De Rotterdamsche predikant Ds. W. Earners is geen onbekende in den lande. Wie aan bijbelcritiek denkt, denkt ook aan hém. En hij is er trotsch op, dat hij op dit terrein genoemd wordt, 't Is voor hem een, bewijs, dat hij een „eerlijk" man is, die voor zijn gevoelen durft „uitkomen", ook zelfs als hij bij velen het „Christelijk" cachet moet verliezen. Juist door eerlijk dit en dat uit den Bijbel te verwerpen wordt men „Christelijk" — zegt hij. Die dat niet doen zijn „barbaarsch" in hun ideeën en leeringen.

Daarom geeft hij in de Rotterdamsche Kerkbode van 24 Dec. '10 (het Kerstnummer!) aan de Zondagschoolonderwijzers den raad om niet langer die oude vrome theorie, die „geijkte" bijbelbeschouwing vast te houden — maar de „booze" critiek onder de oogen te zien, een „moderne" bijbelvertaling eens te bestudeeren en dan niet langer vele dingen meer „goed te praten", maar vele dingen eerlijk te schrappen en te verwerpen.

Zoo b. V. Hebr. 11. Wie daaraan vasthoudt is door „domheid of vooringenomenheid bedorven."

„Een gewoon kind, dat van Simson leest of hoort, vindt hem een ruw en slecht man; volstrekt geen heilige. Heeft dat kind gelijk of niet? Indien ja — laat dan Hebr. 11 er buiten. Wie dat geschreven heeft moet zich zelf maar verantwoorden — gij zijt er niet verantwoordelijk voor.

Ik vraag u in gemoede: wat zou grooter zonde zijn: afwijking op dit punt van Hebr. 11 of het zedelijk oordeel van het kind vergiftigen ?

Aldus Ds. Lamers. En heel gemoedelijk vraagt hij nog eens: „waarom raadpleegt men zijn predikanten niet wat meer?

Meestal zal een van de nieuwere vertalingen een behoorlijke oplossing aan de hand doen, zonder gewetensgeknoei."

Zóo wil Ds. Lamers onze Zondagschoolonderwijzers bedotten en misleiden. Zóo wil men de Zondagscholen vergiftigen.

Gelijk men op den kansel, op de catechisatie, in de vergaderingen enz. reeds zoo lang doet.

De oude beproefde waarheid, gelouterd goud, wegnemende — en nieuwerwetsche meeninkjes er voor in de plaats schuiven.

Gods Woord weg — en 's menschen woord vooraan.

Ongelukkige bedienaren des Goddelijken Woords, die van de bijbelschrijvers zeggen: die moeten zich zelf maar verantwoorden — ik ben er niet aansprakelijk voor.

't Lijkt wat op verwatenheid. 't Moet geleerdheid heeten.

Als onaannemeljik het terzijde te leggen zal van onze Zondagschoolonderwijzers zéér verstandig zijn.

Want wie begrijpt nu nog niet hoe Jefta en Simson in de rij der heiligen staan van Hebr. 11?

Om hun dwalingen, verkeerdheden, zonden, gruwelstukken ?

Wie, die een ouderwetsche bijbelververklaring gebruikt, heeft het ooit gelezen?

Worden de feilen van de bijbelheiligen niet beschreven tot leering en waarschuwing ? Om te laten zien, dat Gods volk uit zondaars bestaat? Om te verkondigen de grootheid van Gods vrije gunst en den rijkdom van Gods genade ?

Immers ja.

Neen — niet om te strekken tot navolging in de zonde.

Ter waarschuwing. Tot een opgericht teeken. Als een handwijzer bij een gevaarlijke plaats van den levensweg.

En óok nog tot troost. Ja — zóo groote tobbers en zóo slechte strijders komen óok in den hemel.

De hemel zal er vol van zijn.

En de rijke jongelingen zullen buiten staan.

Daarom zal in den hemel weerklinken: „niet óns, niet óns, Heere — Uw Naam alleen zij de eere!"

Wie zóo de kinderen aan de hand van Gods Woord onderwijst behoeft zich niet te kwellen met de gedachte van „domheid en vooringenomenheid"; van „gewetensgeknoei."

Die legt de verwatenheid van H.H. moderne critici naast zich neer en stapt moedig voort in den ouden, wél beproefden weg, die de eeuwen heeft kunnen verduren en de eeuwen verduren zal!

De Gereformeerde Kerken.

Het getal „Geref. Kerken" bedraagt, volgens het pas verschenen Jaarboekje, op dit oogenblik 698. In 1910 695, zóodat het aantal kerken met 3 vermeerderde (te Huizum, Oude Leye en Gramsbergen.) Voor die 698 kerken zijn er 570 predikanten; 168 vacaturen. Het aantal vacatures is bedenkelijk omdat het aantal predikanten eer af-dan toeneemt. 10 predikanten stierven, 5 namen emeritaat en 1 werd afgezet (Ds. A.. v. Veelo te Rotterdam) 16 = predikanten die heengingen.

Hiertegenover stond een aanwinst van 13 candidaten, waarvan zich evenwel 3 niet beroepbaar stelden.

Daarbij komt, dat het dalend getal der studenten in de theologie zoowel te Kampen als te Amsterdam geen grond geeft om te vermoeden, dat spoedig een keer ten goede zal komen.

Wat het ledenaantal der Geref. Kerken betreft, kan gemeld worden, dat tegenover het getal 370 1/2 duizend van het jaar 1890 nu in het jaar 1910 een getal van 424 1/2 duizend moet geboekt worden.

In twintig jaar dus een vooruitgang van 54 duizend leden of 2700 per jaar.

Rekent men met den natuurlijken aanwas der huisgezinnen en familiën, die het sterftegetal altijd overtreft, dan moet men besluiten dat de Geref. kerken eer achteruit-dan vooruitgaan.

Billijk berekend zou het getal 50 duizend hooger hebben moeten zijn na 20 jaar.

Misschien dat de uitslag van de laatst gehouden volkstelling wel bevestigen zal, dat de Chr. Geref. gemeenten in ledenaantal zijn vooruit gegaan; deze trekkende uit de „Geref. Kerken". Vergelijkt men de verschillende provinciën, dan vindt men

Groningen in 1910 51.473 1. in 1890 48.265 1. Friesland „ 57.441 1. „ 58.7811. Drenthe „ 19.379 1. „ 16.4251. Overijsel „ 32.178 1. „ 25.9271. Gelderland „ 31.226 1. „ 27.'1131. Utrecht „ 22.565 1. „ 17.5251. N.Holland „ 57.660 1. .„ 57.1871. Z. Holland „ 117.173 1. „ 86.1251. Zeeland „ 23.755 1. „ 22.1191. N. Br. en Limb. 11.756 1. 10.4781. totaal in 1010 424.612 1. 370.263 1.

N.-Holland nam dus niet toe (Amsterdam ingesloten.)

Friesland ging achteruit. Zeeland stond bijna stil. Z.-Holland maakte een heelen sprong. In geen enkele gemeente kwam in 1910 samensmelting tusschen A en B. Er bestaat in 24 plaatsen nog gedeeld kerkelijk leven. 81 Kerken smolten in de laatste jaren ineen.

De „Geref. Kerken" zijn over de provinciën verdeeld als volgt:

Groningen 83 kerken, Friesland 140, Drenthe 31, Overijsel 47, Gelderland 64, Utrecht 41, N.-Holland 67, Z.-Holland 137, Zeeland 56 en N. Br. 29. In Limburg kwam nog geen Geref. Kerk tot openbaring.

De leeuw in zijn hol aangevallen.

't Bericht heeft de rondte gedaan door al de couranten. En het verblijdde ons.

Te Geertruidenberg is een kleine Hervormde Gemeente. Modern en verwaarloosd. Er kwam een vacature, daar de moderne predikant Geytenbeek wegging. En toen deed zich een krachtige stem uit de gemeente horen, geef ons een rechtzinnig leeraar !

Ernstig werd een adres gesteld ; door ruim 100 lidmaten boven den leeftijd van 20 jaar werd het geteekend. Maar de moderne kerkeraad, die weet dat er doorgaands geen 100 moderne lidmaten boven den leeftijd van 20 jaar de godsdienstoefening bijwonen als er een modern predikant staat, had den treurigen moed om het adres ter zijde te leggen. — Ds. Nobel van Kedichem, de propagandist van „de Vrijzinnige Hervormden", werd beroepen en kwam.

Maar nu zitten die 100 lidmaten boven den leeftijd van 20 jaar, die zeggen dat de moderne leer niet in onze Herv. Kerk thuis hoort en die weten dat de moderne prediking een zondaarsziel wel kan schaden maar niet baten, ook niet stil en Zondag 8 Januari werd voor 't eerst godsdienstoefening gehouden in een Evangelisatielokaal, waar Ds, James van Lage-Zwaluwe, Ds. Eggink van Made en Ds. Barmen 't Loo van Standaardbuiten spraken.

Wat bezorgen de Modernen aan de Rechtzinnigen toch veel moeite en verdriet. Wat zijn zij oorzaak, dat in onze Herv. Kerk handen vol geld moeten worden besteed aan Evangelisatiearbeid, in  N.-Holland, Z.-Holland, N.-Brabant, Limburg, Drenthe, Groningen, Friesland enz. enz.

En de vruchten van het modernisme ? Laat Tilburg, Geertruidenberg, Sliedrecht, Kedichem en Stolwijk eens spreken. Laat Dienthe en Groningen eens getuigen.

Ja — dan gaat men als propagandist het land door en verklaart in de opstanding van Jezus Christus niet te gelooven — om gemeenten te verwoesten, zielen te misleiden, het godsdienstig leven te verlagen, socialisme voor te bereiden.

Geen énkele vrucht ten goede heeft het. En kwade vruchten zonder tal.

Wanneer zal de tijd eens komen, dat onze Kerk zal zeggen: tot hiertoe en niet verder?

Want van zelf verdwijnen de modernen niet. Vooral niet nu de spieren in de grijparmen weer wat gewreven zijn en de handen zich bij vernieuwing gaan uitstrekken naar de Kerk — en dóór de Kerk naar den Staat.

Maar de Kerk behoorde op te waken en te zeggen: allen, die met de kenmerkende beginselen van onze belijdenis principieel verschillen behooren wel buiten maar niet binnen !

Laat men eens beginnen met de proponenten te doen verklaren, dat zij de waarheden, in de 12 geloofsartikelen vastgelegd, in onze belijdenisschriften breeder uitgewerkt, eerlijk en zonder achterhouding erkennen en dat zij in overeenstemming daarmee wenschen te spreken en te handelen.

Anders moeten ze maar het geloof, den moed, den ijver en de liefde hebben, om zich tot een andere Kerk of genootschap of vereeniging te voegen. Daar behooren ze.

Onze Kerk kan ze niet gebruiken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 januari 1911

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 januari 1911

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's