Uit de Pers.
Subsidie-Seholenbouw.
De School met den Bijbel" van 24 Jan. '11 schrijft over het wetsontwerp-Heemskerk o.a. »Waar we niet voldaan zijn, sta toch dit op den voorgrond, dat we het minsterie-Heemskerk dankbaar zijn, voor al wat het reeds deed voor het Christelijk Middelbaar en Lager Onderwijs en dat we zoo ook reeds nu onzen dank uitspreken voor dit wetsontwerp. De rijksbijdrage voor de lokalen toch wordt met de helft ongeveer verhoogd.
Maar we hadden gaarne gezien, dat verder gegaan ware. Het staat toch nog altijd zoo, dat de overheidsschool een vierde harer bouwkosten van het rijk ontvangt en de overige drie vierden uit de gemeentekas put. Dus mee uit de belastingpenningen van de voorstanstanders der bijzondere school; van hen dus, die van de overheidsschool geen gebruik kunnen maken. De Overheidsschool wordt geheel gebouwd uit de publieke kas de bijzondere zal, ook na aanneming van dit ontwerp, slechts een klein deel ontvangen!
Stel een school voor van 300 leerlingen, de bouwkosten f 100.— per leerling berekend op f 30.000. Daarvoor betaalt de overheid f 44.150 of de rente van een kapitaal groot f 10, 000. Het bestuur heeft dus nog te zorgen voor f 20 000, waarvóór het geen rentevergoeding ontvangt, terwijl het ook nog voor de jaarlijksche aflossing komt te staan.
We mogen niet van de overheid eischen, dat op haar kosten de bijzondere scholen, gebouwd worden; immers zij kan niet verhoeden, dat eventueel het gebouw aan zijn bestemming onttrokken wordt, maar wel kan zij desnoods de volle rente vergoeden naar vasten maatstaf, zoolang het gebouw of een deel er van aan zijn bestemming beantwoordt.
Zoo zachtjes aan begint de meening veld te winnen, dat de bijzondere school haar naam draagt in tegenstelling van de overheidsschool. Beide zijn openbare scholen. En waar nu het openbaar onderwijs voorwerp is van de aanhoudende zorg der regeering, gelooven we, dat het ministerie-Heemskerk een stap verder zou kunnen gaan, zonder met de grondwet in strijd te komen. Trouwens, als een vergoeding naar den maatstaf van 25 pct. der bouwkosten kan geboden worden, dan is er geen bezwaar om die te verhoogen tot b.v. 75 à. 80 pct.
Omtrent de vaststelling van het bedrag per leerling, dat een school zou kosten, naar de verschillende klassen zooals die bij de personeele belasting zijn aangenomen, moet worden opgemerkt, dat deze te zeer in het nadeel der groote steden is.
De school voor 300 leerlingen op het dorp zou kosten 300 maal f80.— of f24000.—, terwijl voor de stadsschool, voor gelijk leerlingenaantal, f 30 000 wordt gesteld. Dit nu gaat niet. Een stadsschool kost naar evenredigheid veel meer dan 1 1/4 maal de dorpsschool".
Het wetsontwerp heeft ons teleurgesteld, we kunnen het niet anders zeggen. De strijd voor algeheele financieele gelijkstelling heeft nu al zoo lang geduurd. Indien er eenig onrecht school in hooger bijdrage, we zouden zwijgen; maar nu het gaat om het recht, mogen, ja moeten we aandringen op hooger bijdrage voor schoolbouw.
We zouden alsnog willen vragen om wijziging van dit ontwerp in het belang der groote steden, waarde gunstiger voorwaarden voor den bouw van bijzondere scholen met verlangen worden tegemoet gezien, — en om verhooging van het percentage. Want wel zal met dank ook dit wetje van minister Heemskerk geboekt worden als resultaat van het derde Christelijke ministerie, maar de stichting van meerdere bijzondere scholen, zoo dringend noodig, zal er slechts matig door worden bevorderd. En toch, er zijn nog zoovele ouders, die Christelijk onderwijs voor hunne kinderen verlangen. "Het net van Christelijke scholen is er wel, maar de mazen zijn nog te groot".
De Unie-Collecte.
Het feit dat de Unie-collecte verleden jaar (1910) 31/2 duizend gulden méér opbracht dan het vorige jaar, stemt tot dank. Er wordt wel eens gezegd, dat de menschen nu niets meer voor het Christelijk onderwijs over hebben, nu de subsidie verhoogd is. Maar men gebruikt wel eens méér „groote woorden", die met de werkelijkheid der dingen niet overeenstemmen.
f3500 méér nog dan het vorige jaar! En toen was het méér dan in 1909!
De Graafsehapper zegt er van:
«Het is werkelijk verblijdend te zien, hoe de offervaardigheid van ons volk, ook na de herziening van de schoolwet, onder het Ministerie-Kuyper, stand houdt.
Onze tegenpartij had dit anders verwacht; maar gelukkig is zij in die verwachting beschaamd.
Die Augustus-of Unie-collecte heeft voor ons volk meer dan één zegen gebracht, stoffelijk en geestelijk.
Voor het eerst werd zij gehouden in 1879 en bracht toen op de som van f41.188 met f 1000 aannagiften.
Thans is het bedrag reeds meer dan verdubbeld. In het geheel, dat is gedurende 32 jaar, heeft ons volk op het altaar der liefde en der ontferming, alleen door déze collecte, voor onze scholen geofferd de som van ongeveer 2 1/2 millioen gulden.
De zedelijke waarde daarvan is niet gering, al kan zij onder cijfers moeilijk worden gebracht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 februari 1911
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 februari 1911
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's