Uit de brievenbus.
SARDIS, 30 Jan. 1911.
Waarde Vriend,
Gij wildet nog wat hooren over de Sabbaths kwestie? Over raak niet en smaak niet?
Och, vriend, maak U daar niet te druk over. Er zijn zooveel dingen waarover zoo moeilijk de een den ander van raad dienen kan. We moeten daarin zélf te rade gaan met Gods Woord en onze conscientie.' En hoe méér we daar ernst mee maken, hoe beter het zijn zal. Want, immers, het leven is zoo ernstig. En voor den Gereformeerde is er in de practijk van het leven geen „adiaphoron" of onverschillige zaak. Zelfs eten en drinken niet. De - Heere geeft er ons wel degelijk regelen voor, waaraan een Gereformeerd mensch in de practijk gebonden is. En wee, wanneer we weten, dat het ons zonde is en we doen het dan toch!
'k Heb wel eens menschen ontmoet, die 's Zondags geen warm eten gebruikten. Dat was niet goed, zeiden ze. Men mocht niet koken, bakken of braden.
Nu — ik ben nooit van die leer geweest.' Hoewel ik heusch niet tot op Adam behoef terug te gaan, om familieleden op te noemen, die alzóo deden.
Neen, hoor! ik vind het verschrikkelijk, wanneer iemand zóo den Sabbathdag viert, dat hij den Jood gelijk wordt in het houden van de ceremonieele wetten. Den Jood nog overtreffend.
En dan de luiken niet open, op Zondag. Het gordijn neer! Niet in den tuin komen. Geen voetstap! Och, och—wat een armoede op den opstandingsdag van Christus! Op den dag, waarop de Jood de bazuin aan den mond zou zetten, de trommel zou doen hooren, de harp tokkelen, zou zingen in reien ! Als de Jood het groote Offer-Lam Christus erkende!
En dan een Christen geen warm eten. Geen opgeschud bed. Geen oog slaan op de heerlijke natuur, welke de Heere als een schoon boek, met groote letteren beschreven, voor ons oog uitspreidt, woord voor woord ons met den vinger aanwijzende!
En dan staat in mijn bijbel: "indien gij dan met Christus de eerste beginselen der wereld zijt afgestorven, wat wordt gij, gelijk of gij in de wereld leefdet, met inzettingen belast? Namelijk raak niet en smaak niet en roer niet aan." (Colloss. 2 : 20, 21.)
Dan hoor ik uit Paulus' mond: "gij onderhoudt dagen en maanden en tijden en jaren. Ik vrees voor u, dat ik niet eenigszins te vergeefs aan u gearbeid heb." (Gal. 4 : 3, 9-11.)
Dan zegt Paulus mij zoo ernstig: hebt gij den Geest ontvangen uit de werken der wet, of uit de prediking des geloofs? Zijt gij zóo uitzinnig? daar - gij met den Geest begonnen zijt, voleindigt gij nu met het vleesch"? (Gal. 3 : 2, en 3) en verder: alzoo wij ook, toen wij kinderen waren, zoo waren wij dienstbaar gemaakt onder de eerste beginselen der wereld — maar nu, als gij God kent, ja veel meer van God gekend zijt, hoe keert gij u wederom tot'de zwakke en arme beginselen, welke gij wederom van voren aan wilt dienen? " —
O, mijn vriend, wat zijn er een aantal inzettingen van menschen, die op óns goeddunken gegrond zijn; leeringen, die geboden van menschen zijn. Die wij zoo gaarne proclameeren als regel voor geloof en leven.
Want o! wij willen óok zoo gaarne wat te zeggen hebben. We willen óok zoo gaarne wijs, godsdienstig, vroom, geestelijk zijn!
„We kunnen het toch maar niet te nauw nemen" zeggen we dan. '
Terwijl we dan dikwijls vergeten waar de Heere 't eerst en 't meest prijs op stelt. Heelemaal vergeten. Omdat we ook zoo druk bezig waren met ons zelf; met ónze wetjes en gebodjes, met ónze wenschjes en voorschriftjes. Waarmee we geheel zullen wegzinken in Gods gebod. Om in Christus, den vervuiler der wet, leven en vrede, vreugd en zaligheid te vinden.
Ja — zeg het wel, mijn vriend, dat het treurig gesteld is met de Sabbaths viering. Wat roekeloosheid overal.
En ook in de Christelijke huisgezinnen mag wel meer op Gods gebod gelet worden en mag wel meer gezocht worden, om het Sabbaths-leven toch in Christus te mogen vinden en genieten. "Wat maakt men in veel huisgezinnen 's Zondags veel drukte van het eten. Als het dan maar een „offermaaltijd" was, zooals Israël die placht te houden na de offerand. Als vrucht van het kruis nu! Maar wat ontbreekt er niet veel aan. Men laat niet zelden de dienstbaren méér nog ploeteren en peuteren in de keuken dan door de week! Want in de week — op Vrijdag of Zaterdag b.v. — dan mag er om de wille van „het werk" wel eens de hand gelicht worden met de kokerij. Maar , 's Zondags gaat het niet zelden zóo omslachtig, zóo breed, zóo rijkelijk — dat men zelf nog haastig naar de avondkerk kan vliegen; maar de meid moet maar thuis blijven. De vaat is immers zoo groot! Wat moeilijk om over deze dingen te schrijven. Want men moet alles beoordeelen naar omstandigheden.
Eten kan zonde zijn en geen zonde wezen. Werken kan zonde zijn en geen zonde wezen. Iemand kan in den donker zitten en niets van de Sabbathsvreugd smaken.
Iemand kan het licht zoeken en zoo blind zijn als een mol,
't Gaat om Christus. Die door raak niet en smaak niet en roer niet 'aan niet verkregen wordt.
Die óok wil, dat we den Sabbathdag zullen heihgen, Gode levend, om een voorsmaak te mogen genieten van dien eeuwigen Sabbath hier boven. Loslatende alle booze werken. Om den Geest Gods in ons te laten werken.
Weet ge hoe men vroeger gewoon was Sabbath te vieren? Ik wil er U iets van vertellen. „Maar ik zal door de grootheid Uwer goedertierenheid in Uw huis ingaan; ik zal mij buigen naar het paleis - Uwer heiligheid, in Uwe vreeze." Ps. 5 : 8.
„HEERE! ik heb lief de woning van Uw huis, en de plaats des tabernakels Uwer eer."
Mijn voet staat op effen baan; ik zal den HEERE loven in de vergaderingen." Ps. 26 : 8 en 12.
„Een ding heb ik van den HEERE begeerd, dat zal ik zoeken: dat ik al de dagen mijns levens mocht wonen in het huis des HEEREN, om de lieflijkheid des HEEREN te aanschouwen en te onderzoeken in Zijnen tempel." Ps. 27 : 4.
„Zij worden dronken van de vettigheid Uws huizes en gij drenkt hen uit de beek Uwer wellusten." Ps 36 : 9. ,
„Ik gedenk daaraan en stort mijne ziel uit in mij, omdat ik placht heen te gaan onder de schare en met hen te treden naar Gods huis, met eene stem van vreugdegezang en lof, onder de feesthoudende menigte." Ps. 42 : 5.
„Zend Uw licht en Uwe waarheid, dat die mij leiden; dat zij mij brengen tot den berg Uwer heiligheid en tot Uwe woningen; en dat ik inga tot Gods altaar, tot den God der blijdschap mijner verheuging en U met de harp love, o God, mijn God!" Ps. 43:3, 4.
„ Welgelukzalig is hij, dien Gij verkiest en doet naderen, dat hij wone in Uwe voorhoven ; wij zullen verzadigd worden met het goed van Uw huis, met het heilige van Uw paleis." Ps. 65 : 5.
„Hoe lieflijk zijn Uwe woningen, o HEERE der heirscharen! Een dag in Uwe voorhoven is beter dan, duizend elders; ik koos liever aan den dorpel in het huis mijns Gods te wezen, dan lang te wonen in de tenten der goddeloosheid." Ps. 84 : 2, 11.
„Het is goed, dat men den HEERE love, en Uwen Naam psalmzinge, o Allerhoogste!
Op het tiensnarig instrument en op de luit, met een voorbedacht lied op de harp.
De rechtvaardige zal groeien als een palmboom; hij zal wassen als een cederboom op Libanon.
Die in het huis des HEEREN geplant zijn, dien zal gegeven worden te groeien in de voorhoven onzes Gods." Ps. 92 : 2, 4, 13, 14. „Komt laat ons den HEERE vroolijk zingen, laat ons juichen den Rotssteen onzes heils.
Laat ons Zijn aangezicht tegemoet gaan met lof; laat ons Hem juichen met psalmen.
Want de HEERE is een groot God; ja een groot Koning boven alle goden." Ps. 95 : 1—3.
„Gaat in tot Zijne 'poorten met lof, in Zijne voorhoven, met lofgezang; looft Hem, prijst Zijnen Naam."
Want de HEERE is goed; Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid en Zijne getrouwheid van geslacht tot geslacht." Ps. 100:4, 5.
„Wat zal ik den HEERE vergelden voor al Zijne weldaden, aan mij bewezen? Ik zal den beker der verlossing opnemen en den naam des HEEREN aanroepen. Ik zal mijne gelofte den HEERE betalen, nu, in de tegenwoordigheid van al Zijn volk; in de voorhoven van het huis des HEEREN, in het midden van u, o Jeruzalem! Hallelujah!" Ps. 116:12, 13, 18, 19.
„Ik verblijde mij in degenen, die tot mij zeggen: wij zullen in het huis des HEEREN gaan. Onze voeten zijn staande in uwe poorten, o Jeruzalem! Want daar zijn de stoelen des gerichts gezet, de stoelen van het huis van David." Ps. 122:1, 2, 5.
„Ik zal mij nederbuigen naar het paleis uwer heerlijkheid, en ik zal uwen naam loven, om uwe goedertierenheid en om uwe waarheid: want Gij hebt van wege Uwen ganschen naam Uw woord groot gemaakt. En zij zullen zingen van de wegen des HEEREN, want de heerlijkheid des HEEREN is groot." Ps. 138:2, 5.
„Looft den HEERE, want onzen God te psalmzingen is goed, dewijl Hij liefelijk is; de lof is betamelijk. O, Jeruzalem! roem den HEERE; O Sion! loof uwen God." Ps. 147:1, 12.
„Jongelingen en ook maagden; gij ouden met de jongen! Dat zij den naam des HEEREN loven; want Zijn Naam alleen is hoog verheven; Zijne majesteit is over de aarde en den hemel." Ps. 14812, 13. "
„Hallelujah ! Zingt den HEERE een nieuw lied; Zijn lof zij in de gemeente Zijner gunstgenooten." Ps. 149:1.
„Hallelujah! looft God in Zijn heiligdom!" Ps. 150:1.
Zóo bracht men vroeger den Sabbathdag door. Vindt gij niet, mijn vriend, dat wij er op achteruit gegaan zijn? En dat, nu de Oude bedeeling door het Nieuwe is vervangen !
"De Psalmen doen in den spiegel van de ervaringen der vromen Gods menigvuldige genade ons zien" heeft iemand gezegd. Tot dat psalmboek dan terug voor héél ons leven. Ook voor onze Sabbathsviering, want de psalmen doen ook onderwijzing, hoe wij den Sabbath moeten doorbrengen — zouden we willen zeggen.
En wanneer wij zóo den Sabbath mogen verstaan, als ons in het Psalmboek vertolkt wordt, dan komt 't andere wel terecht, zoudt ge ook niet denken? Dan blijft er voor zoo héél veel vragen geen tijd, ook geen lust over!
„Ik zal U loven in oprechtheid des harten, als ik de rechten Uwer gerechtigbeid geleerd zal hebben. Ik zal Uwe inzettingen bewaren; verlaat mij niet al te zeer." Ps. 119:7, 8.
Een gezegende Zondag! Met hartelijken groet en heilbede; tot over 14 daag D.V.
FORTUNATUS.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 februari 1911
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 februari 1911
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's