Financiën.
Terwijl ik dit ga schrijven heb ik de boekjes en inschrijvingsbiljetten, waarover ik het de vorige week had, nog niet ontvangen van den uitgever; maar ik vertrouw toch dat ze bij het verschijnen van dit nummer wel allen op hun bestemming zullen zijn gekomen. Dat de Heere nu geve dat niet alleen de verzamelaars, maar allen die door hen het boekje ontvangen, doordrongen mogen worden van de noodzakelijkheid om als één man samen te werken en alles te doen wat in het belang der Geref. prediking in onze Herv. Kerk kan dienen. Of wij dan gelooven dat de Kerk met dezen Leerstoel zal gered zijn, vroeg men laatst; of dat wij meenen dat er dan geen enkele Moderne of Ethische de Hoogeschool zal verlaten ? Wat een vraag! Hoe is het mogelijk! Het is bijna te onnoozel om er op te antwoorden. Neen zooveel invloed zal één Leerstoel wel niet hebben.
Maar zal het dan niet van ontzaglijke waarde zijn als er onder de vele hoogleeraren die het niet doen er één is die hen onderwijst daarin dat een mensch veranderd, wederom geboren en bekeerd moet worden zal het wel met hem zijn; dat het een werk Gods is en nog zooveel meer wat ons de Gereformeerde leer leert. Zullen godvreezende ouders dan niet met meer vertrouwen hun zonen van zich zien gaan, wetende dat er bij de vele gevaren die hen omringen, onder de hoogleeraren iemand is tot wien zij zich wenden kunnen, die hun een riem onder het hart kan steken, wanneer ongeloofstheorieën hun geest aan 't twijfelen hebbeu gebracht en zij niet weten wat te antwoorden? Neen, de Kerk is met één zoo'n man nog niet gered.
Maar toch hadden wij reeds veel. Laat ons toch, omdat wij niet alles in eens kunnen krijgen, niet gaan zeggen: dan maar niets en de hand slap laten hangen.
Mogen er dan eenigen zijn die zoo redeneeren; het blijft dan toch bij de enkelen. Maar genoeg. Gelukkig mogen wij opmerken dat er meer en meer belangstelling komt voor deze zaak al gaat het nog niet zoo snel als wij wel zouden wenschen. Maar geduldig zijn en 's Heeren tijd afwachten zijn geen vruchten van onzen akker; daar zijn dikwijls harde lessen voor noodig om het te leeren, vooral als men een beetje voortvarend van natuur is. Echt verheugd ben ik over de bewijzen van instemming die ik zoo nu en dan mag ontvangen. Heel eenvoudig soms, maar waar een hart uit spreekt; zoo ontving ik een briefkaart van J. K. te Giesendam. Mijnheer, schrijft hij, ik heb uitgezien om ook eens iets te mogen doen voor dat heerlijke werk dat ons opengezet is. Daarom wil ik ook eens probeeren of ik iets doen kan met een busje. Wees zoo vriendelijk er mij een te zenden, als de voorraad nog niet op is..'. Neen die is nog niet op. Ik heb er nog genoeg die wachten op de afnemers.
Ook aan L. R. te Rotterdam die mij f 2.75 zond en schreef o. a.: Ik bezit voor mij zelf weinig vrijen tijd, één avond in de week, de overigen ben ik verbonden, toch wil ik dezen avond besteden voor het fonds. Ik ontving reeds f 1.— van een mijner Vrienden; een ander gaf zich op voor jaarlijksch f 1.— en tevens voor abonné, zelf paste ik er nog f 0.75 bij. Naar anderen heb ik de circulaires gezonden en hoop verder té doen wat in mijn vermogen is tot bereiking van het voorgestelde doel.
Bij Ds. Beekenkamp kwam een briefje van P. M. te Delft. Geliefde leeraar ! Bij deze doe ik U toekomen voor het Leerstoelfonds f 1.50 en voor de Zending f 1.— en de God aller genade zegene deze zoo kleine bijdragen!
Vau E. G. te Lage Zwaluwe een postwissel met 50 cts. voor den Leerstoel en 50 cts. voor de Zending. Alle vrienden van den Leerstoel zijn vanzelf vrienden van de Zending. Maar omgekeerd behoort het ook zoo te wezen. Aan belangstelling voor de Geref. Zending gaat Geref. prediking vooraf; dat is zeker, die te bevorderen is doel van Geref. Bond en Leerstoel beiden; want waar zou de belangstelling zijn in Geref. Zending waar Geref. prediking ontbreekt? Dat kan immers niet. Daarom zendingsvrienden blijft niet langer op een afstand staan van den Geref. Bond, maar sluit u aan. Wordt lid van den Geref. Bond voor f 1.— per jaar.
Wij Gereformeerden moeten een aangesloten geheel vormen!
Uit Leerdam ontving ik door Ds. Goslinga wederom een ferm bedrag. Ursinus — van Maurik — Pannekoek —Vos bewijzen wat met toewijding en volharding kan verkregen worden.. Het zijn in mijn oog al vaste bijdragen geworden. Ik reken er al op iedere maand. Zoo zijn er meer die wij elke maand bijna een vast bedrag zenden.
Och, als ieder deed wat hij kon, wat zouden wij er spoedig zijn! f 14.655 bedroeg de postwissel, zijnde f 9.42 uit busje 42 van Ursinus en van Mourik; f 1.43 busje 43 van J. Pannekoek en f 3.80 verzameld door G. Vos.
Ook S. S. Harkema te Hilversum zond f 8.57. Hij schreef: Hierbij het bedrag over de maand Januari uit busje 35. Ik zal het maar iedere maand zenden. Misschien gaat het dan wel beter ook.... Dat kan best, wij willen het hopen.
En nu kom ik aan mijn laatste opgaven en dat zijn niet de minste. Van de mij zoo bekende hand, doch mij steeds nog onbekend gebleven vriend J. B. uit den Haag ontving ik een brief met f 25.— er in met het verzoek te verantwoorden aldus: Van N. N. uit den Haag door tusschenkomst van J. B. f 25.— voor het Leerstoelfonds in de hoop op navolging. Hartelijk dank. Briefjes van f 25; — zijn mij zeer welkom en komen nog al eens binnen.
Behalve dat ééne van f 1000.— zie ik ze echter nooit hooger. Hoe komt dat? Er bestaan er toch ook nog van 40, 60, 100, 200 en 300. Die worden heusch niet door mij geweigerd. Wie begint er er eens mede ? Wellicht vindt het navolging. Wij zullen maar eens afwachten. Misschien is de een of andere balans van het afgeloopen jaar wel erg mee gevallen en krijgt het leerstoelfonds uit dankbaarheid er een deeltje van.
Nu nog uit Oud-Beyerland. Ds. van Grieken heeft daar gesproken en de collecte was voor het Leerstoelfonds. Ze bedroeg f 20.—. Dat gaat goed. Wij zien met verlangen meerdere collecten tegemoet. Ds. van Ingen te Woubrugge die deze week voor onze Zendingsafdeeling sprak beloofde het ook en wij hopen dat alle Geref. predikanten dat voorbeeld zullen volgen en minstens eenmaal per jaar voor het Leerstoelfonds zullen collecteeren. Dat is toch niet te veel voor zulk een belangrijke zaak.
Zie zoo, meer heb ik niet. Doch ik kan tevreden wezen. Al eenige weken achter elkander bedroeg de ontvangst f 70, 80, of 90 gulden en als ik het nu optel dan ben ik gelukkig nu ook al weder tot bijna f 70 —. Den Heere de eer. Aan allen mijn hartelijken dank.
Delft,
De Penningmeester,
Brab. Turfmarkt 20.
J. C. FLIEHE.
Correspondentie. Het pak uit Maassluis zoo juist ontvangen alsmede de Briefkaart uit Utrecht.
Te iaat voor dit nummer ontving ik uit Delft nog een verrassende mededeeling.
DE PENNINGMEESTER.
Oude postz, Capsules, Zilverpapier.
Als er een prijs was te behalen voor wie het meeste zilverpapier zou zenden dan moest ik hem geven aan den jongen Kees Beekenkamp te Delft die mij behalve een massa capsules maar eveneens 3 kilo zilverpapier zond. Ik heb nog nooit zooveel bij elkaar gezien.
2e van P. v. Tol te Haarlemmermeer een partijtje postzegels en capsules. Terwijl hij bezig was in te pakken kwamen er eenige kennissen die ieder 5 ets gaven, zoo doende was er 30 cts bij.
3e bijna 6000 postzegels van J. de Bruin te Hazerswoude-Rijndijk.
4e Mej. A. A. Voorsluis te Bergambacht een partijtje postzegels.
5e F. Bakker te Neder-Hardingsveld 6200 binnen-en 525 buitenlandsche postzegels benevens een partij capsules en zilverpapier.
Ik heb deze week dus niet te klagen. Aan allen mijn welgemeenden dank
Mej. H. H. VERBEEK,
Kanaalweg 14, Scheveningen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 februari 1911
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 februari 1911
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's